2-119

2-119

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 31 MEI 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Voorstel tot verdaging

De heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties. - Ingevolge een onvoorziene omstandigheid kan de minister van Justitie niet persoonlijk aanwezig zijn. Hij heeft me gevraagd hem te vervangen. Uit respect voor de Senaat ben ik naar hier gekomen om de regering te vertegenwoordigen, maar ik voel mij niet bevoegd om op de vragen van de heer Vandenberghe te antwoorden. Als handelsingenieur heb ik wel wat burgerlijk recht gestudeerd. Ik wil me echter niet meten met de excessieve legistieke kennis van de fractievoorzitter van de CVP. Ik had net nog contact met het kabinet van de minister van Justitie. De minister wenst de vragen persoonlijk te beantwoorden om problemen in de uitvoering van dit ontwerp te vermijden.

Mijnheer de voorzitter ik hoop dat u begrip opbrengt voor deze situatie en wil u vragen het nodige te doen opdat de heer Vandenberghe zijn vragen kan stellen als de minister van Justitie zelf aanwezig kan zijn.

M. Philippe Mahoux (PS). - Il faudrait examiner si en raison des délais d'évocation le fait de renvoyer le texte ne rend pas l'intervention du Sénat inutile alors qu'en réalité, un long travail a été fait en commission, aboutissant à un nombre important d'amendements.

Cela étant, les questions de M. Vandenberghe ont-elles déjà été posées en commission ou s'agit-il d'une réflexion postérieure au travail en commission ?

De heer Hugo Vandenberghe (CVP). - Collega Mahoux weet dat we voorbehoud maken voor de werkzaamheden in de commissie. Die zijn niet openbaar. Daarom behouden wij ons het recht voor de minister te ondervragen in openbare vergadering..

Zelf kon ik de vergadering van de commissie voor de Justitie niet bijwonen omdat in de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden mijn aanwezigheid vereist was. Bijgevolg stel ik mijn vragen over de toepassing van een bepaling van het wetboek van Strafvordering in openbare vergadering.

M. Philippe Mahoux (PS). - Je ne m'opposais absolument pas à ce qu'un membre intervienne a novo en séance publique, sans l'avoir fait en commission. Je pense simplement que le projet a été largement discuté et amendé.

Cela étant, l'absence du ministre par rapport à un problème qui me paraît assez important et le fait qu'il serait intéressant qu'il puisse répondre à ce type de question peuvent justifier le renvoi à une séance ultérieure. En même temps, nous devons nous assurer - au risque d'avoir fait un travail totalement inutile - que le délai d'évocation n'est pas dépassé.

De heer Frans Lozie (AGALEV). - Vermits collega Vandenberghe vindt dat hij zijn vragen in het openbaar moet stellen en de minister deze ook zelf wil beantwoorden, stel ik voor de bespreking uit te stellen tot de volgende openbare vergadering en geen terugzending naar de commissie te vragen.

De voorzitter. - De termijn voor evocatie verstrijkt op 4 juni. De volgende openbare vergadering heeft echter plaats op 7 juni. We kunnen eventueel in de overlegcommissie vragen dat de termijnen worden verlengd.

De heer Hugo Vandenberghe (CVP). Zodra aan de parlementaire overlegcommissie een verlenging van de onderzoekstermijn wordt gevraagd, wordt de termijn geschorst en blijft het recht op behandeling behouden.

De voorzitter. - Dit punt van de agenda wordt dus uitgesteld tot de volgende plenaire vergadering. (Instemming)