Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-32

ZITTING 2000-2001

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 1097 van de heer Dallemagne d.d. 16 januari 2001 (Fr.) :
Grensarbeiders. ­ Fiscale overeenkomst tussen België en Nederland.

1. Bepaalde artikelen die de afgelopen dagen in de pers zijn verschenen, laten uitschijnen dat een fiscale overeenkomst tussen België en Nederland op het punt staat om gewijzigd te worden in overeenstemming met de Europese aanbevelingen. De belastingen zouden door de grensarbeiders dan in hetzelfde land betaald worden dat de gezondheidszorg int en verzekert.

Kan u mij zeggen hoever deze besprekingen staan ?

2. Denkt u hetzelfde principe van belastingheffing, dat wil zeggen belasting betalen in hetzelfde land dat de gezondheidszorg int en verzekert, toe te passen op de grensarbeiders aan de Belgisch-Franse grens ?

Het feit dat grensarbeiders in hetzelfde land verschillend behandeld worden naargelang zij in het noorden of in het zuiden wonen lijkt discriminerend en zou een belemmering zijn voor het vrije verkeer van werknemers.

Antwoord : 1. Ik kan het geachte lid in de eerste plaats bevestigen dat op 10 november 1999 een nieuwe overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting tussen België en Nederland werd geparafeerd. Het nieuwe instrument moet nog worden ondertekend en nadien onderworpen aan de in beide landen voorziene parlementaire goedkeuringsprocedures.

Een belangrijk onderwerp bij de besprekingen van het nieuwe verdrag vormde de zogenoemde grensarbeidersregeling die in het huidige Belgisch-Nederlandse verdrag van 19 oktober 1970 is opgenomen. Volgens laatstbedoelde regeling zijn de salarissen van grensarbeiders in principe belastbaar in de woonplaatsstaat. In het nieuwe verdrag wordt het recht van belastingheffing van die inkomsten daarentegen principieel aan de werkstaat toegekend.

2. Aangezien het principe van de belastingheffing van het arbeidsinkomen in de werkstaat voorgeschreven wordt in het model van fiscaal verdrag van de OESO, en het bovendien ook beantwoordt aan de Europese basisregeling inzake sociale zekerheid (inzonderheid de EEG-verordening nr. 1408/71), heeft de Belgische belastingdelegatie tijdens de discussies over de herziening van het dubbelbelastingverdrag van 10 maart 1964 met Frankrijk, die uiteindelijk geleid hebben tot de ondertekening van het avenant van 8 februari 1999 (goedgekeurd bij wet van 9 juni 1999, Belgisch Staatsblad van 23 mei 2000), talloze pogingen ondernomen met het oog op de vervanging van het in het bestaande verdrag vastgelegde « woonplaatsstaatprincipe » door dat « werkstaatprincipe ». Al die pogingen zijn evenwel telkens gestuit op een formeel veto van de Franse belastingdelegatie. In het genoemde avenant kon derhalve slechts worden bevestigd dat de bezoldigingen van grensarbeiders zoals voorheen uitsluitend in de woonplaatsstaat belastbaar zijn.

Tenslotte wil ik de aandacht nog erop vestigen dat de pogingen die op Europees vlak werden ondernomen om bindende instrumenten op punt te stellen met het oog op een grotere harmonisering op het gebied van de belastingheffing van grensarbeiders in de lidstaten, tot nu toe niet tot concrete resultaten hebben geleid.