2-103 | 2-103 |
De heer Didier Ramoudt (VLD). - Afdeling IX van hoofdstuk VI van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument regelde de verkoop op afstand. Deze bepalingen werden vervangen door de wet van 25 mei 1999, die in werking trad op 1 oktober 1999 en voortaan de overeenkomsten op afstand regelt, met inbegrip van de elektronische handel.
Voor de reissector veroorzaken de bepalingen van deze wet grote problemen, in de vorm van de gevolgen van het recht van de consument om binnen de zeven werkdagen volledig kosteloos en zonder motivatie aan de overeenkomst te verzaken.
De reisagent neemt bij de boeking van de cliënt echter onmiddellijk acties en wordt daarvoor door touroperators, hotels en vliegtuigmaatschappijen direct gedebiteerd, vooral wanneer het gaat om een boeking via internet waar vaak gewerkt wordt met on the spot-betalingen, dus met kredietkaarten.
In de meeste ons omringende landen werd conform de Europese richtlijn 97/7/EG een uitzonderingsmaatregel op de zeven dagen bedenktijd voor de reissector ingevoerd. In antwoord op de schriftelijke vraag 107 van 22 november 2000 van de heer Eerdekens aangaande deze materie stelde de minister dat een koninklijk besluit voorbereid werd om aan dit probleem te verhelpen en dat hij er alles zou aan doen om een einde te maken aan de juridische onzekerheid door publicatie op korte termijn van voornoemd besluit.
Intussen zijn we een toeristisch seizoen verder en bij mijn weten is er voor de reissector nog steeds niet in een afwijking voorzien, terwijl elektronische boekingen steeds meer ingang vinden bij een steeds groter wordende groep consumenten.
Wat is de stand van zaken in dit dossier en tegen welke termijn kan een voor de reissector en de consument juridisch aanvaardbare en op de Europese richtlijn afgestemde oplossing worden verwacht?
De heer Charles Picqué, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek. - Er is inderdaad een koninklijk besluit in voorbereiding dat tot doel heeft de betalingen van de verkoop op afstand op een bijzondere wijze toe te passen voor de verkoop van reizen, vervoersbewijzen, shows, concerten en dergelijke.
Het ontwerp werd aan de Raad van State voorgelegd. De Raad van State is van oordeel dat voor de verkoop op afstand, de reissector als dusdanig niet kan worden uitgesloten. De Richtlijn laat toe de overeenkomsten betreffende het verrichten van diensten voor vervoer, het restaurantbedrijf en vrijetijdsbesteding uit te sluiten. Volgens de Raad van State behoren reizen als zodanig niet tot het toepassingsgebied van de Richtlijn.
Hierover werden talrijke besprekingen gevoerd. Tijdens de vergadering van 12 januari met vertegenwoordigers van de sector werden ze verzocht een concreet voorstel te formuleren, waarmee ze instemden. In februari vertelden ze mij echter dat ze er zich nog steeds over beraden.
Enkele dagen geleden vernam ik dat ze me begin april opnieuw wensen te ontmoeten, samen met de andere betrokken kabinetten, zoals dit van de ministers Aelvoet en Gabriëls.
Ik besef dat de sector zich door het ontbreken van dit koninklijk besluit in een delicate situatie bevindt. Ik meen te weten dat de Economische Inspectie de huidige reglementering, gezien de omstandigheden, soepel toepast, maar dat is natuurlijk geen oplossing. Ik hoop dan ook dat we het dossier na de vergadering van begin april volledig kunnen deblokkeren. We moeten de nodige verbeeldingskracht hebben om de klip te kunnen omzeilen, maar natuurlijk moeten we ook het voorstel van de sector afwachten en rekening houden met de bezwaren van de Raad van State.
De heer Didier Ramoudt (VLD). - Hoop doet leven, zou ik zeggen, maar de voorganger van de minister heeft diezelfde hoop gewekt toen hij zei dat er snel een koninklijk besluit zou verschijnen. Daarom heb ik destijds overigens een wetsvoorstel van mijn hand ingetrokken. De vorige minister was het met de inhoud ervan wel eens, maar vond het beter het probleem te regelen met een koninklijk besluit, omdat dat dit sneller zou gaan. Nu, anderhalf jaar later, stel ik vast dat er niets geregeld is en moet ik er misschien aan denken mijn wetsvoorstel opnieuw in te dienen. Ik dring er in elk geval op aan deze zaak niet te lang te laten aanslepen want vroeg of laat worden we toch geconfronteerd met een gerechtelijke procedure van een ontevreden consument.
De heer Charles Picqué, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek. - Kent u het advies van de Raad van State?
De heer Didier Ramoudt (VLD). - Jazeker.
De heer Charles Picqué, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek. - Ik ben uiteraard bereid andere denksporen te verkennen, maar denk ook dat we er goed aan doen het voorstel van de sector af te wachten. Begin april is inderdaad een beetje laat en de tijd dringt, maar toch moeten we nog even geduld hebben.
De heer Didier Ramoudt (VLD). - Het is niet erg logisch de mensen in een grijze zone te laten werken. De controles zijn minder streng, maar als wetgevende macht moeten we toch duidelijke regels opstellen die dan ook worden gerespecteerd.
De heer Charles Picqué, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek. - In elk geval moeten we ervoor zorgen dat de bedenktermijn wordt gerespecteerd en dat de consument adequate informatie krijgt. Dat zijn de twee doelen die we moeten nastreven.