2-100

2-100

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 8 MAART 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Martine Taelman aan de minister van Binnenlandse Zaken over ęde definitie van het begrip "nettolast" zoals opgenomen in het koninklijk besluit betreffende de berekeningswijze van het aantal stemmen waarover een burgemeester beschikt in het politiecollegeĽ (nr. 2-522)

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn, antwoordt namens de heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken.

Mevrouw Martine Taelman (VLD). - Het koninklijk besluit van 20 december 2000 omschrijft de berekeningswijze van het aantal stemmen waarover een burgemeester beschikt in het politiecollege. Die berekeningswijze is gebaseerd op de nettolast voor de functie Justitie en Politie vermeld onder de statistische code 399 van de laatst vastgestelde en goedgekeurde jaarrekening van de gemeente.

De term "nettolast" is erg vaag en er is discussie over de praktische berekening van het aantal stemmen.

In de rondzendbrief nummer 2000/05 van minister Sauwens van 17 juli 2000 met de onderrichtingen voor het opstellen van de begroting wordt de gemeenten opgelegd in de begroting 2001 alle leningen - niet noodzakelijk uitgesplitst - onder te brengen in rubriek 010, en niet langer in de rubriek diverse functies.

Sommige gemeenten hebben achterstand opgelopen bij het vaststellen en goedkeuren van de jaarrekeningen. Er zijn gemeenten die heel veel investeringen hebben gedaan in het politieapparaat, maar niet in het jaar van de laatst vastgestelde en goedgekeurde jaarrekening. Als die investeringen afkomstig zijn van eigen middelen en niet van een lening, zijn ze niet noodzakelijk terug te vinden in de begroting van het jaar nadien. Daardoor kan de vergelijking tussen de gemeenten mank gaan met eventuele gevolgen voor hun gewicht in het politiecollege.

Graag had ik van de minister vernomen welke begrotingsposten precies in aanmerking moeten worden genomen om de nettolast te evalueren.

Leidt het in aanmerking nemen van slechts ťťn jaarrekening niet tot een verkeerde inschatting van het gewicht van de stemmen van een burgemeester? Is het niet beter zich te baseren op het gemiddelde van enkele jaren?

Heeft de minister zicht op de berekeningen in de verschillende IPZ's? Zijn de berekeningen uniform? Als dit niet het geval is, moeten er dan geen duidelijke richtlijnen komen?

De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn. - De nettolast omvat de uitgaven; daarvan worden de ontvangsten afgetrokken. Onder ontvangsten dient te worden begrepen: de bruto vastgestelde rechten, verminderd met de oninbare vorderingen.

De uitgaven omvatten de vastleggingen en de aanrekeningen. Voor de berekening van het aantal stemmen worden alleen de aanrekeningen - dat zijn de werkelijk verschuldigde bedragen - in aanmerking genomen. Enkel de verrichtingen van het eigen dienstjaar en enkel de gewone dienst, die betrekking heeft op de eigenlijke exploitatiekosten van de politie, komen in aanmerking.

Kortom voor de bepaling van de nettolast moet worden uitgegaan van de aanrekeningen, verminderd met de netto vastgelegde rechten, op de gewone dienst van het eigen dienstjaar.

Als dienstjaar geldt het jaar waarop de laatst vastgestelde en goedgekeurde jaarrekening van elke gemeente van de betreffende zone betrekking heeft. Met andere woorden dient voor elke gemeente de laatst vastgestelde en goedgekeurde jaarrekening in aanmerking te worden genomen. Het jaar waarop die rekening betrekking heeft, is niet noodzakelijk hetzelfde voor elke gemeente van de zone hetzelfde. Telkens wanneer voor een van de gemeenten een recentere rekening wordt goedgekeurd, moeten de stemmen worden herberekend.

Artikel 24 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geÔntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, bepaalt duidelijk welke periode in aanmerking moet worden genomen. De berekeningen in de diverse zones kunnen niet anders dan uniform zijn, gelet op de precieze richtlijnen ter zake.

Binnenkort verschijnt er een ministeriŽle omzendbrief met duidelijke richtlijnen. In afwachting daarvan werden de vragen over dit onderwerp steeds in dezelfde zin beantwoord.