2-90

2-90

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 25 JANVIER 2001 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Proposition tendant à insérer dans le règlement du Sénat un article 95bis en exécution de l'article 4 de la loi du 4 mai 1999 limitant le cumul du mandat de parlementaire fédéral et de parlementaire européen avec d'autres fonctions (de M. Guy Moens, Doc. 2-605)

Discussion générale

De heer Frans Lozie (AGALEV), rapporteur. - Wanneer een reglementswijziging ter sprake komt in een parlementaire assemblee, moeten de parlementsleden waakzaam zijn, want het reglement staat voor de concrete werking van de democratie en dat is altijd bijzonder belangrijk. In dit geval gaat het echter om de uitvoering van een wet die wij vroeger reeds hebben goedgekeurd en waarvoor alle assemblees die dit land rijk is, deze week hun reglement moeten aanpassen.

In het reglement van elke assemblee dienen de nadere regels te worden opgenomen ter uitvoering van artikel 4 van de wet van 4 mei 1999 tot beperking van de cumulatie van het mandaat van federaal parlementslid en Europees parlementslid met andere ambten. Dit dient te gebeuren vóór 31 januari 2001.

Om deze reden wordt voorgesteld om in titel V van het reglement van de Senaat onder een nieuw hoofdstuk VIIbis met als opschrift "Cumulatiebeperking", een artikel 95bis in te voegen. Dit artikel legt aan elk lid van de Senaat de verplichting op om aan de voorzitter bij het opnemen van zijn mandaat alle nuttige gegevens mee te delen met betrekking tot de openbare mandaten, openbare functies en openbare ambten van politieke aard die het lid uitoefent. Dit nieuwe artikel 95bis zal dan ook in werking treden op 31januari 2001.

Bij de aanvang van de bespreking heeft de voorzitter het voorstel ingeleid. De wet bepaalt dat het totaal van de vergoedingen voor uitgeoefende mandaten beperkt dient te worden tot anderhalve maal de parlementaire vergoeding. De voorzitter benadrukte ook dat het voorliggende voorstel enkel betrekking heeft op de eigenlijke wijziging van het reglement. De uitvoeringsbepalingen dienen door het Bureau te worden vastgelegd op voorstel van het College van quaestoren.

Bij de discussie over de hoogte van het plafond voor de vergoedingen ontvangen voor de uitoefening van openbare mandaten, openbare functies en openbare ambten van politieke aard, stelde een lid dat, in overeenstemming met het politieke akkoord dat aan de basis lag van de wet, het plafond voor de ontvangen vergoedingen ligt op anderhalve keer de parlementaire vergoeding. Vergoedingen voor de uitoefening van bijzondere functies in de parlementaire assemblees, zoals lidmaatschap van het Bureau, worden niet meegerekend voor de berekening van het plafond.

Een ander lid zag twee problemen, te weten de beperking van de vergoeding en de beperking van de mandaten. Indien een parlementslid eveneens schepen, burgemeester of OCMW-voorzitter is, mag hij volgens de wet geen andere uitvoerende mandaten meer bekleden.

Een lid constateerde dat de uitwerking van deze wet erg gecompliceerd zal zijn. Het betreft immers verschillende vergoedingen voor verschillende functies in verschillende gemeenten, enzovoorts. Het ware volgens hem wellicht beter geweest, indien elk parlementair mandaat maar met één bezoldigd politiek mandaat kon worden gecumuleerd. Die bedenking is nuttig, maar de wet bepaalt het anders.

De voorzitter kondigde toen aan dat er op vrijdag 19 januari 2001 een vergadering zou bijeenkomen van alle voorzitters van de parlementen en dat bij deze gelegenheid op een aantal vragen zou worden geantwoord.

Ook over de samenwerking met de overige parlementaire assemblees werd druk gediscussieerd door het Bureau. De stelling werd verdedigd dat de regels uniform moeten zijn voor alle parlementen. Alle bevoegde organen van alle parlementen dienen dan ook op één lijn te staan. Dit punt stond op de agenda van de vergadering van 19 januari 2001.

Er had ook een korte discussie plaats over de begunstigden van de inkomensbeperking. Een en ander is duidelijk bepaald in de wet. Er kunnen twee opties worden onderscheiden, te weten het geval van de cumulatie van het parlementair mandaat met het mandaat van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter, waarbij de wedde van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter wordt verminderd tot het plafond is bereikt.

Wanneer een parlementair mandaat met een ander openbaar mandaat van politieke aard wordt gecumuleerd, wordt de parlementaire vergoeding beperkt.

Aanvankelijk was het Bureau het met deze visie eens. De voorzitter heeft vanmorgen verslag uitgebracht over de vergadering van vrijdag 19 januari 2001 van de voorzitters van de zeven parlementaire assemblees. Op die bijeenkomst werd een beslissing genomen betreffende de procedure voor het vaststellen van het plafond waarvan sprake in de wet van 4 mei 1990. Daarom werd vanmorgen volgend amendement op de oorspronkelijke tekst ingediend: "Het plafond bedoeld in het eerste lid van het voornoemde artikel 1quinquies wordt vastgesteld door het Bureau op voorstel van de conferentie van de voorzitters van de zeven parlementaire assemblees. Het wordt door de zorg van de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat voor het einde van de maand januari in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Het Bureau bepaalt op voorstel van het College van quaestoren de overige regels voor de toepassing van dit artikel." De voorzitter verduidelijkte dat deze bekendmaking jaarlijks zal plaatsvinden, met het oog op een eventuele indexaanpassing. Voorts benadrukte hij dat het volgen van deze procedure tot een eenvormige toepassing van de wet leidt. Op de conferentie van voorzitters werd voorgesteld het plafond vast te leggen op 150% van de parlementaire vergoeding, inclusief de kostenvergoeding van 28%.

Aan deze maatregel zijn geen gevolgen verbonden op het vlak van de sociale zekerheid, aangezien de sociale verzekering van een parlementslid los staat van het bedrag van zijn vergoeding.

Over de definitie van openbare mandaten van politieke aard zou enige discussie kunnen ontstaan. Eventuele interpretatieproblemen zullen worden voorgelegd aan de conferentie van voorzitters teneinde een eenvormige toepassing mogelijk te maken.

Het amendement werd eenparig door het Bureau aangenomen. Het aldus gewijzigde voorstel werd eveneens eenparig aangenomen. Vertrouwen werd mij geschonken voor het opstellen van dit verslag.

-La discussion générale est close.