2-88

2-88

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 11 JANVIER 2001 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Jacques Devolder à la ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement sur «l'addition d'un marqueur à l'EPO» (n° 2-440)

De heer Jacques Devolder (VLD). - Doping is zo oud als het mensdom. Zelfs de Oude Grieken die de marathon liepen, kregen moedermelk toegediend om in vorm te blijven. De jongste tijd zien we dat de dopingplaag uitbreidt. De overheid en de sportbonden investeren sinds vele jaren fors in de bestrijding van doping.

Blijkbaar is doping een moeilijk uit te roeien plaag. Sporters en malafide medici aarzelen immers niet om steeds nieuwe producten te gebruiken, waarvan het gebruik bij controles niet of zeer moeilijk kan worden opgespoord. Een populair voorbeeld daarvan is EPO, een medicijn dat hoofdzakelijk bestemd is voor nierpatiënten. Uit een recent onderzoek in Italië bleek evenwel dat slechts 20% van alle EPO er inderdaad bij deze patiënten terechtkomt. Waar een groot deel van de overige 80% naar toe gaat, kunnen wij enkel vermoeden.

Nochtans kan ook EPO relatief gemakkelijk worden opgespoord. Het volstaat daartoe een markeringsmolecule aan het product toe te voegen. Vertrouwd zijnde met de sector, is het mij niet onbekend dat de farmaceutische industrie niet geneigd is producten aan medicijnen toe te voegen die toelaten om nadien het oneigenlijk gebruik van het bewuste medicijn te controleren.

Als de realiteit echter leert dat dit oneigenlijk gebruik ruimschoots het therapeutisch gebruik overtreft - en daarvan zijn voldoende voorbeelden bekend - en daardoor schade toebrengt aan de mens, wat toch nooit de bedoeling van een geneesmiddel kan zijn, dan vraag ik mij af of het dan nu niet opportuun is om met de farmaceutische industrie, die in ons land overigens goed vertegenwoordigd is, te praten over het eventueel toevoegen van het individueel markeringsmiddel aan geneesmiddelen waarvan geweten is dat ze voor doping worden gebruikt. Die lijsten van geneesmiddelen worden gepubliceerd zodat dit geen moeilijkheden zal opleveren.

Dat EPO in ons land uitsluitend via ziekenhuizen kan worden verstrekt, lijkt alvast geen afdoende maatregel om het oneigenlijk EPO-gebruik terug te dringen. EPO en andere middelen kunnen immers ook moeiteloos via het internet worden gekocht.

Welke initiatieven zal de minister nemen in het raam van het Belgische Europees voorzitterschap?

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - Ik dank de heer Devolder voor zijn vraag. Zijn idee om via toevoeging van een markeermiddel het oneigenlijk gebruik van bepaalde producten gemakkelijker op te sporen, is interessant. Dit procédé wordt reeds toegepast bij diergeneeskundige middelen waar het nut op een overtuigende manier wordt bewezen.

De moeilijkheid is niet om met de farmaceutische industrie te praten, maar wel dat de hele reglementering rond geneesmiddelen Europees wordt vastgelegd. Voor humane geneesmiddelen is in het toevoegen van markeermiddelen nog niet voorzien. Dat maakt een Europese démarche noodzakelijk. Naar aanleiding van de problemen in België en Nederland in verband met medische hulpmiddelen hebben we kunnen vaststellen dat met een voldoende gedocumenteerd dossier het niet zo moeilijk is om instemming te krijgen van collega's van volksgezondheid om een gemeenschappelijk initiatief te nemen.

Mijn idee is om te bekijken of dit probleem op Europees vlak kan worden aangekaart. Ik zal aan mijn diensten vragen hierover een dossier voor te bereiden. In het licht van het nakend voorzitterschap van België van de Europese Unie kan een initiatief worden genomen.

Ik dank de heer Devolder voor zijn suggestie.

De heer Jacques Devolder (VLD). - De minister zou inderdaad een voortrekkersrol kunnen spelen ter gelegenheid van het Belgische voorzitterschap van de Unie. Wetenschappelijke bezwaren tegen een markeermiddel zijn nonsens. In de sportwereld zal voor EPO, maar ook voor groeihormonen en nieuwe middelen, door het toevoegen van een fysisch neutraal markeringselement, het effect van dopinggebruik bij één bepaalde sporter perfect kunnen worden geïdentificeerd. Bij de totstandkoming van de EPO-reglementering in het Vlaams Parlement heb ik reeds aangekaart dat het onrechtvaardig is dat iemand die natuurlijk begiftigd is met een hoog erytropoëtinegehalte, wordt gestraft door een norm van 50 vast te leggen. Door het toevoegen van een markeringselement aan de synthetische producten zal dit niet meer gebeuren.