2-87

2-87

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 21 DÉCEMBRE 2000 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Vincent Van Quickenborne au ministre des Affaires sociales et des Pensions et au ministre de l'Agriculture et des Classes moyennes et au ministre de la Justice sur «le statut social de l'avocat» (n° 2-301)

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Ik kom terug op de mondelinge vraag die ik tijdens de plenaire vergadering van 27 januari 2000 heb gesteld over het sociaal statuut van de advocaat.

Het antwoord dat de minister van Sociale Zaken en Pensioenen toen gaf, was verre van duidelijk. Aan de ene kant poneerde hij dat het voor advocaten uitgesloten is te werken in een ondergeschikt verband, aangezien hun professionele deontologie inhoudt dat zij in de grootst mogelijke onafhankelijkheid moeten werken. Aan de andere kant was de minister blijkbaar zelf niet helemaal zeker van de door hem geponeerde stelling, want hij nam zich voor om nader te laten onderzoeken of er in grote advocatenkantoren toch geen sprake kan zijn van een band van ondergeschiktheid, één van de typische kenmerken van een arbeidsovereenkomst.

De vraag naar het sociaal statuut belangt niet alleen de Belgische advocaten aan. Ze belangt ook buitenlandse advocaten aan, meer in het bijzonder advocaten uit andere lidstaten van de Europese Unie die zich in Brussel of in andere Belgische steden als advocaat vestigen.

De vrijheid van vestiging van advocaten binnen de Europese Unie is geregeld door de richtlijn 98/5/EG van 16 januari 1998. Deze richtlijn beoogt de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat van de EU te vergemakkelijken. Volgens artikel 8 van deze richtlijn kan een advocaat die zich in een andere lidstaat van de EU vestigt, zijn beroep in loondienst uitoefenen, voorzover de lidstaat waar hij zich gevestigd heeft, het werken in loondienst aan zijn eigen advocaten toestaat. Het antwoord van de minister op mijn mondelinge vraag wekt alvast de schijn dat het voor Belgische advocaten niet mogelijk is in loondienst te werken. Bijgevolg moeten we ervan uitgaan dat ook advocaten uit andere EU-lidstaten die zich in België vestigen, niet als een bediende werkzaam kunnen zijn op het Belgische grondgebied.

De richtlijn 98/5/EG van 16 januari 1998 is tot op heden niet omgezet in Belgisch recht, hoewel dit vóór 14 maart 2000 een feit had moeten zijn. Dat heeft te maken met een nietigheidsberoep dat was aangetekend door de Luxemburgse regering. Het Hof van Justitie heeft op 7 november jongstleden evenwel in een arrest geveld de Luxemburgse nietigheidsbezwaren niet in aanmerking genomen, zodat de richtlijn nu kan worden omgezet.

In afwachting van een wetgevend initiatief hebben de Franstalige en de Nederlandstalige balies van Brussel zelf een initiatief genomen om de richtlijn uit te voeren.

Beide balies hebben een nieuwe lijst in het leven geroepen, de zogenaamde E- of EU-lijst. Op deze lijst moeten alle advocaten die uit een andere lidstaat van de Europese Unie komen en die hun beroep van advocaat op permanente wijze willen uitoefenen in Brussel, zich verplicht inschrijven.

Nu kunnen bepaalde EU-advocaten zich inschrijven op de E- of EU-lijst, zonder dat ze door de Brusselse balies gedwongen worden over te schakelen naar het statuut van zelfstandige. Dit geldt in het bijzonder voor Nederlandse advocaten en Engelse sollicitors.

Volgens de richtlijn moet de titel van het land van oorsprong worden gebruikt. De basis hiervoor zijn akkoorden die zijn gesloten tussen de Brusselse balies enerzijds en de Nederlandse Orde van Advocaten en de Law Society of England and Wales anderzijds. Volgens die akkoorden kunnen de Nederlandse advocaten of Engelse sollicitors binnen het Brusselse advocatenkantoor een bediendestatuut hebben en brengt het bediendestatuut de professionele onafhankelijkheid van de advocaten geenszins in het gedrang, aangezien hun onafhankelijkheid voldoende gewaarborgd wordt door de gedragsregels van respectievelijk de Law Society en de Nederlandse Orde van Advocaten.

Dit alles leidt me tot de volgende vragen. Ten eerste, zijn binnen de diverse betrokken ministeriële departementen reeds onderzoeken gestart met betrekking tot de vraag of advocaten in een band van ondergeschiktheid kunnen werken en aldus verbonden kunnen zijn door een arbeidsovereenkomst? Die vraag betreft vooral de grote advocatenkantoren. Als reeds onderzoeken werden opgestart, wat is het resultaat? Kunnen daar reeds besluiten uit getrokken worden met betrekking tot het sociaal statuut van advocaten?

Ten tweede, moeten advocaten uit andere lidstaten van de Europese Unie die zich in België vestigen en die zich bij een Belgische balie op een E- of EU-lijst laten inschrijven, noodzakelijkerwijze als een zelfstandige worden gekwalificeerd? Is het met andere woorden voor deze advocaten niet mogelijk om het werknemersstatuut dat ze in hun lidstaat van herkomst hadden, te behouden na hun vestiging als advocaat in België? Is het feit dat de beide Brusselse balies advocaten uit bepaalde lidstaten van de Europese Unie, meer bepaald de Nederlandse en de Engelse, toestaan te werken als advocaat in het kader van een werknemersstatuut, geen indicatie dat een ondergeschikt verband toch kan worden verenigd met de noodzakelijke professionele onafhankelijkheid van de advocaat?

Ten derde, in hoeverre kunnen de akkoorden die de Brusselse balies met buitenlandse balies hebben gesloten en die advocaten toestaan als bediende te werken, worden tegengeworpen aan de Belgische socialezekerheidsdiensten? Kunnen de Engelse sollicitors en de Nederlandse advocaten zich tegenover de RSZ en het RSVZ op deze akkoorden beroepen om als bediende te worden gekwalificeerd? Zo ja, levert dit geen door de Europese Unie verboden discriminatie op basis van nationaliteit op, nu advocaten uit andere lidstaten van de Europese Unie zich niet op dergelijke akkoorden kunnen beroepen om als bediende te worden beschouwd?

Mijn vraag om uitleg werd ingegeven door de sociale situatie van advocaten in het algemeen en die van de advocaten-stagiairs in het bijzonder. Zij worden in ons land verplicht op zelfstandige basis aangeworven, maar ze zijn dikwijls schijnzelfstandigen. Ze zijn in feite bedienden omdat ze hun vakantie niet zelf kunnen bepalen en ze niet mogen werken voor een ander cliënteel dan het cliënteel dat door hun baas werd aangewezen. Ook talrijke andere indicaties wijzen op een bediendestatuut.

Ten slotte wijs ik de minister erop dat vooral advocaten-stagiairs in kleinere steden en gemeenten werken tegen een hongerloon van 15.000 tot 20.000 frank per maand, dat wordt opgelegd door een deontologie die door de Orde van Advocaten oogluikend wordt toegestaan. De advocaten-stagiairs mogen niet naar het OCMW stappen als ze hun eigen boontjes niet kunnen doppen omdat dit zou ingaan tegen de deontologie en de waardigheid van het beroep zou schaden.

Stagiairs-advocaten in het bijzonder en stagiairs in het algemeen zijn een verwaarloosde groep en ze zijn het slachtoffer van een strakke deontologie die de wettigheid overschrijdt.

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - Als ik het goed voorheb, is dit waarschijnlijk de laatste vraag om uitleg die deze eeuw in de Senaat wordt gesteld. Omdat deze vraag interessant is, loont het de moeite er dieper op in te gaan, zelfs op dit late uur.

In antwoord op zijn vraag om uitleg kan ik het geachte lid meedelen dat zowel de orde van advocaten, de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, als het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, het RSVZ, tot op heden het standpunt hebben ingenomen dat advocaten die bij een Belgische balie zijn ingeschreven als zelfstandigen moeten worden beschouwd. De reden hiervoor is terug te vinden in het feit dat artikel 437, 4° van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het beroep van advocaat onverenigbaar is met alle bezoldigde betrekkingen of werkzaamheden, openbare of particuliere, tenzij ze de onafhankelijkheid van de advocaat of de waardigheid van de balie niet in het gedrang brengen en eveneens dat professionele deontologische regels vereisen dat het beroep in de grootst mogelijke onafhankelijkheid wordt uitgeoefend.

Ondanks het feit dat het Gerechtelijk Wetboek en de deontologische regels bepalen dat het beroep van advocaat in volledige onafhankelijkheid moet worden uitgeoefend, bestaat er vanuit het Belgische sociale zekerheidsrecht niet per se een beletsel opdat het beroep van advocaat in dienstverband wordt uitgeoefend. Op basis van de Cassatierechtspraak wordt het bestaan van een gezagsverhouding immers enkel beoordeeld aan de hand van de feitelijke elementen van het dossier, uiteraard in zover ze enkel betrekking hebben op het loon, het gezag en de arbeid.

Er kan ook worden verwezen naar andere beroepscategorieën zoals deze van geneesheer, tandarts, apotheker, bedrijfsrevisor en accountant, die ook een grote autonomie vereisen en toch in ondergeschikt verband kunnen worden uitgeoefend.

Het feit dat het sociaal zekerheidsrecht zich niet verzet tegen de uitoefening van het beroep van advocaat in dienstverband, belet evenwel niet dat professionele deontologische regels dit kunnen verbieden en dat de Raad van de Orde van Advocaten de weglating op het tableau of de lijst van stagiairs kan uitspreken van advocaten die in dienstverband hun beroep uitoefenen.

De deontologie en de organisatie van de advocatuur behoren tot de bevoegdheid van Justitie.

Tot op heden wordt er enkel binnen het ministerie van Middenstand en het RSVZ een onderzoek gevoerd naar de vraag of advocaten hun beroep al dan niet in ondergeschikt verband kunnen uitoefenen. De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet bekend.

Met de vraag over de vestiging van Europese advocaten raakt de interpellant een ingewikkelde problematiek aan die nader zou moeten worden onderzocht. Zonder mij evenwel te willen binden, kan ik op basis van de bestaande algemene principes meedelen dat in principe een onderscheid moet worden gemaakt tussen advocaten die met toepassing van de Europese Richtlijnen worden gedetacheerd en deze die zich zonder detachering in België vestigen.

Advocaten uit een EU-lidstaat die naar België worden gedetacheerd, behouden gedurende de detacheringsperiode hun sociaal zekerheidsstatuut - werknemer of zelfstandige - van oorsprong. Wanneer de detacheringsperiode beëindigd is of geweigerd wordt, wordt betrokkene aan het Belgische sociale zekerheidsstelsel onderworpen, dus aan dezelfde regels als voor een Belgische advocaat. Buitenlandse advocaten die zich zonder de detacheringsregeling in België vestigen, vallen automatisch onder het Belgisch sociale zekerheidsstelsel.

Het Belgische sociale zekerheidsrecht is van openbare orde. Dit betekent dat partijen het toepasselijk sociaal zekerheidsstelsel niet autonoom kunnen kiezen maar dat het toepasselijke sociale zekerheidsstelsel uit het arbeidsstelsel wordt afgeleid. Akkoorden die tussen Belgische en buitenlandse balies worden gesloten, zijn dan ook niet bindend voor de Belgische sociale zekerheidsinstellingen.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik noteer dat er onderzoeken lopen in het ministerie voor Middenstand. Worden daarvan binnenkort resultaten verwacht? Zijn er ook onderzoeken gepland in andere ministeries en meer bepaald in het ministerie van Justitie, dat terzake toch een belangrijke verantwoordelijkheid heeft?

Het antwoord op mijn eerste vraag geeft een bepaalde richting aan, maar is tegelijk ook heel afremmend. Helemaal op het einde heeft de minister gezegd dat de regels van de deontologie uiteindelijk belangrijk zijn en mensen kunnen nopen het zelfstandigenstatuut aan te nemen. De deontologie van een beroepsgroep is inderdaad belangrijk, maar blijft toch nog altijd ondergeschikt aan een wetgeving die democratisch is goedgekeurd, inzonderheid als het om een wetgeving van openbare orde gaat, zoals de wet op de sociale zekerheid. De regels van de sociale zekerheid en meer bepaald de regels van ondergeschiktheid, die de relatie tussen twee personen bepalen en aangeven of het om een zelfstandigenrelatie of een bediendenrelatie gaat, gebaseerd zijn op feitelijke elementen. Wanneer mensen niet zelf hun vakantie kunnen bepalen, niet mogen werken in opdracht van iemand anders dan gaat het duidelijk om een schijnzelfstandigheid. Ik vind het niet oorbaar dat men vanuit een professionele deontologie de wet naast zich neerlegt en hoop dat de minister over dit statuut toch iets duidelijker kan zijn, want uiteindelijk gaat het om mensen die vaak in een penibele situatie moeten werken en geen gehoor krijgen bij de overheid.

-L'incident est clos.

-Le Sénat s'ajourne jusqu'à convocation ultérieure.

(La séance est levée à 23 h 30.)