2-600/9

2-600/9

Belgische Senaat

ZITTING 2000-2001

19 DECEMBER 2000


Ontwerp van programmawet


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN

ingediend na de goedkeuring van de verslagen


Nr. 106 VAN DE HEER DALLEMAGNE

Art. 70

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

België heeft de verdragen van Genève betreffende de vluchtelingen ondertekend en is dus verplicht slachtoffers van vervolging op te vangen en te beschermen. Deze verplichting geldt ook terwijl het statuut van deze personen wordt onderzocht. De verplichting kan niet worden overgedragen aan commerciële derden.

De opvang van vluchtelingen behoort dus tot de directe bevoegdheid van de Staten en tot het niet-commerciële circuit. Uiteraard kan de overheid bij de uitoefening van deze taak een beroep doen op niet-commerciële privé-instellingen. Deze instellingen of verenigingen hebben vaak veel ervaring op humanitair en praktisch vlak, waardoor zij alle betrokken partijen betere diensten kunnen leveren zonder hun ware aard te verloochenen.

Het inschakelen van de privé-sector zou de overheid niet alleen meer geld kosten, maar bovendien de kwaliteit van de geboden diensten doen dalen. Het kan ook negatieve afgeleide gevolgen hebben voor de bestaande operatoren.

De minister heeft zelf benadrukt dat de privé-centra ongetwijfeld meer geld zullen vragen voor diensten van dezelfde kwaliteit. Het is echter niet zeker dat de privé-sector de kwaliteit van de bestaande dienstverlening kan evenaren. De momenteel aanwezige operatoren hebben immers een lange ervaring in de opvang van asielzoekers, die niet beperkt blijft tot de hotelaspecten van de opvang. Die ervaring zorgt er met name voor dat de centra door de buurtbewoners beter worden aanvaard en dat de samenwerking met de lokale overheden vlotter verloopt waardoor deze laatste vaak ook kosten bespaard worden. Bovendien kan de komst van de privé-sector de huur- en aankoopprijzen van gebouwen voor de opvang van kandidaat-vluchtelingen de hoogte indrijven zodat de nu actieve instellingen uiteindelijk niet meer meekunnen. Ook dat brengt meer kosten met zich mee.

De beslissing om de opvang van vluchtelingen gedeeltelijk aan privé-firma's over te laten is niet gebaseerd op een reële nood en geeft evenmin blijk van efficiënt of behoorlijk bestuur. De overheid neemt hier de ideologische beslissing om de privé-sector te betrekken bij een taak die door haar aard tot het domein van de openbare macht behoort.

Nr. 107 VAN DE HEER DALLEMAGNE

Art. 71bis (nieuw)

Een artikel 71bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 71bis. ­ Het vijfde lid van artikel 57, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende bepaling :

« Er wordt eveneens afgeweken van de bepalingen van het vorige lid wanneer de vreemdeling een regularisatie-aanvraag heeft ingediend in de zin van artikel 2 van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen, verblijvend op het grondgebied van het Rijk. »

Verantwoording

Artikel 14 van de regularisatiewet bepaalt dat « behalve voor maatregelen tot verwijdering die gemotiveerd zijn door de openbare orde of de nationale veiligheid, ... er niet feitelijk zal worden overgegaan tot verwijdering tussen de indiening van de aanvraag en de dag waarop een negatieve beslissing wordt genomen ... ». Artikel 57, § 2, vierde lid, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn bepaalt dat een vreemdeling aan wie een bevel om het grondgebied te verlaten werd betekend, geen recht meer heeft op maatschappelijke dienstverlening met uitzondering van de dringende medische hulpverlening. Deze bepaling heeft tot doel de vreemdeling die een bevel tot het verlaten van het grondgebied heeft gekregen, aan te moedigen zich te schikken naar dat bevel. Daar de wetgever door artikel 14 van de regularisatiewet de bevelen om het grondgebied te verlaten feitelijk heeft opgeschort, verliest artikel 57, § 2, vierde lid, van de wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn zijn grondslag, wat betreft de kandidaten voor regularisatie. De maatschappelijke dienstverlening moet hen niet meer worden geweigerd, daar het bevel tot het verlaten van het grondgebied is opgeschort.

Bij gevolg hebben zij recht op maatschappelijke dienstverlening.

Georges DALLEMAGNE.

Nr. 108 VAN DE HEER VANDENBERGHE

Art. 78

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 78. ­ Artikel 7, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :

« In het kader van geïntegreerde samenwerking kunnen nevenaspecten van deze sectoren in aanmerking komen alsook urgente hulp. »

Verantwoording

Artikel 78 beoogt de woorden « in hoofdzaak » in de aanhef van artikel 7, § 1, van de wet van 25 mei 1999 betreffende de Belgische internationale samenwerking in te voegen, die alsdan zou luiden :

« De Belgische internationale samenwerking richt de directe bilaterale samenwerking in hoofdzaak » op de volgende vijf sectoren : (...) »

Deze toevoeging zet de deur wagenwijd open voor een nieuwe gestage uitbreiding van het aantal sectoren waarop de Belgische gouvernementele samenwerking zich moet richten. In het verleden was die uitbreiding een van de hoofdoorzaken van de slechte functionering van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Dat was ook de conclusie van de Parlementaire Commissie belast met de opvolging van de problemen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Die conclusie was breed gedragen. De commissie adviseerde ten stelligste om het aantal sectoren te beperken. Tijdens de vorige legislatuur gaf het Parlement aan dat advies een gevolg door bij wet de sectoriéle concentratie door te voeren. Voorliggend artikel 78 blaast die sectoriéle concentratie op en zal aanleiding geven tot nieuwe ontsporingen in de ontwikkelingssamenwerking. Door de toevoeging van het tweede lid komen we niet alleen tegemoet aan de vragen van het Rekenhof maar ook aan de bekommernissen van de meeste leden van de commissie voor de Buitenlandse Zaken.

Hugo VANDENBERGHE.

Nr. 109 VAN DE HEER VANKRUNKELSVEN

Art. 78

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 78. ­ Artikel 7, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met een tweede lid, luidende :

« In het kader van geïntegreerde samenwerking kunnen nevenaspecten van deze sectoren in aanmerking komen. Noodhulp wordt niet beperkt tot deze sectoren. »

Patrik VANKRUNKELSVEN.

Nr. 110 VAN DE HEER DALLEMAGNE

Art. 82

Dit artikel aanvullen met een zevende streepje, luidende :

« ­ artikel 71 dat in werking treedt op 1 juli 2001. »

Verantwoording

Om de minister van Maatschappelijke Integratie tijd te geven om genoeg opvangplaatsen voor asielzoekers te vinden, wordt voorgesteld de inwerkingtreding van artikel 71, dat ertoe strekt alle asielzoekers in asielcentra in te schrijven, uit te stellen.

Deze maatregel is in de eerste plaats bedoeld om kandidaat-vluchtelingen te beschermen die door plaatsgebrek in de opvangcentra geen onderkomen vinden of hulp krijgen. De OCMW's weten niet altijd van tevoren wanneer er kandidaat-vluchtelingen aankomen en kunnen de toevloed van asielzoekers niet altijd aan.

Georges DALLEMAGNE.