2-83

2-83

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 7 DÉCEMBRE 2000 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Sabine de Bethune au ministre des Affaires sociales et des Pensions sur «le dépistage systématique du cancer du col de l'utérus» (n° 2-285)

Mevrouw Sabine de Bethune (CVP). - Ik verneem dat er grote ongerustheid is over de continuïteit van een epidemiologisch onderzoek met betrekking tot de preventie van baarmoederhalskanker.

Er zou reeds verschillende jaren door het Wetenschappelijk Instituut voor volksgezondheid een kwaliteitsvol epidemiologisch onderzoek gevoerd worden dat enkel gericht is op de Vlaamse bevolking en dat voor een groot deel wordt gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap. Nu blijkt echter dat er tot op vandaag - tenzij er vorige week verandering in is gekomen - nog steeds geen garanties zijn voor de verdere financiering in het jaar 2001.

De minister kan tegenwerpen dat het om een gemeenschapsprobleem gaat, vermits het onderzoek door de Vlaamse Gemeenschap wordt gefinancierd, te maken heeft met preventie en gericht is op de Vlaamse bevolking. Toch wil ik deze vraag aan de minister stellen. Het onderzoeksteam behoort immers tot het federale Wetenschappelijk Instituut voor volksgezondheid, dat nauw samenwerkt met een Europees netwerk en in die Europese context een coördinerende opdracht heeft gekregen. Door deze Europese dimensie overstijgt het dossier de gemeenschapsmaterie.

De problematiek sluit bovendien ook aan bij de bevoegdheden van de federale overheid. Eigenlijk loopt dit dossier parallel met het dossier van de systematische opsporing van borstkanker, dat ook gedeeltelijk gemeenschapmaterie is, maar waarin de minister wel verantwoordelijkheden heeft opgenomen. Kan de minister niet, in samenwerking met de gemeenschappen, hetzelfde engagement opnemen ten aanzien van de problematiek van de opsporing van baarmoederhalskanker? Dit is mogelijk als er een goed afgesproken taakverdeling is, waarbij een deel wordt gefinancierd door de gemeenschappen en waarbij de coördinatie federaal gebeurt. De minister zou kunnen aansturen op een gelijke behandeling van heel de Belgische bevolking, een terugbetaling door het RIZIV, enzovoort. Op die manier kunnen de Europese kwaliteitsnormen, waaraan het onderzoek bij de Vlaamse bevolking nu reeds zou voldoen, worden gegarandeerd.

Kent de minister dit onderzoeksproject en kan hij het belang van dit project duiden?

Zal de minister op korte termijn overleggen met de Vlaamse Gemeenschap opdat dit onderzoek niet abrupt wordt beëindigd zonder mogelijkheid tot kwaliteitsvolle opvolging? Het zou jammer zijn dat de doelgroep die jarenlang wordt begeleid, plots niet verder wordt gevolgd en dat jarenlang preventief onderzoek verloren gaat.

Hoe zal de minister op federaal niveau zijn beleid uitbouwen op dit vlak van preventieve gezondheidszorg en een optimale samenwerking tot stand brengen tussen federale en gemeenschapsoverheden?

Kan dit onderzoek worden gekoppeld aan de actie ter opsporing van borstkanker? Onder meer de oproepingen tot onderzoek zouden op dezelfde manier kunnen worden georganiseerd. Is dit haalbaar?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Sociale Zaken en Pensioenen. - Op de eerste vraag van mevrouw de Bethune kan ik antwoorden dat ik het epidemiologisch onderzoek inzake de preventie van baarmoederhalskanker ken en het belang ervan onderschrijf.

De problematiek waarnaar zij verwijst, betreft in wezen een probleem van financiering door de Vlaamse Gemeenschap. Ik kan natuurlijk niet oordelen over de beweegredenen van de Vlaamse regering om de financiering van dit epidemiologisch onderzoek al dan niet verder te zetten. Ik kan daarover geen enkele uitspraak doen. Ik zou mevrouw de Bethune aanraden een Vlaams volksvertegenwoordiger aan te spreken die daarover de Vlaamse regering kan ondervragen.

Krachtens de bijzondere wet op de hervorming van de instellingen van 8 augustus 1980 behoort de preventie tot de bevoegdheid van de gemeenschappen. De federale overheid ontving tot op heden nog geen vraag van de Vlaamse regering tot medewerking aan het opstarten en/of het voortzetten van een dergelijk preventief onderzoek. Indien de gemeenschappen, de Vlaamse of een andere overleg wensen met betrekking tot preventieve activiteiten zoals cervixkankerscreening, dan is de federale overheid uiteraard bereid aan dit overleg mee te werken. Het vrijmaken van de nodige middelen door de diverse bevoegde overheden zal in geval van een dergelijk overleg in de toekomst ongetwijfeld één van de belangrijke discussiepunten zijn.

Maar ook daarover zou zij misschien een vraag moeten laten stellen aan de Vlaamse regering.

In geval een dergelijk overleg zou worden gestart, kunnen inderdaad aanknopingspunten worden gevonden in het op 25 oktober ondertekend protocolakkoord inzake borstkankerscreening. Het lijkt evident dat de ervaringen die inzake borstkankerscreening worden opgedaan en nog zullen worden opgedaan, nuttig kunnen zijn voor eventueel andere screeningactiviteiten.

Daarin heeft mevrouw de Bethune volkomen gelijk.

Mijnheer de voorzitter, ik wil er wel op wijzen dat de uitvoering van de systematische borstkankerscreening waarover het protocolakkoord gaat, toch nog een aantal stappen veronderstelt. Het is misschien beter om eerst een en ander uit te werken, zodat het goed werkt en er een zeker enthousiasme voor bestaat, vooraleer we daaraan allerhande andere dossiers gaan verbinden.

Mevrouw Sabine de Bethune (CVP). - Het verheugt mij dat de minister het mogelijk en wenselijk acht dat cervixkanker- en borstkankerscreening aan elkaar worden gekoppeld.

De minister stelt me wel teleur omdat hij niet proactief optreedt en dit punt niet zelf op de agenda van de interministeriële conferentie plaatst.

Het betreft uiteraard een bevoegdheid van de gemeenschappen, maar als hij overleg pleegt over de volksgezondheid, dan mag de minister toch wel een initiatief nemen om in het verlengde van wat reeds gebeurt, het debat te openen.

Ik heb uiteraard al overleg gepleegd met collega's in het Vlaams Parlement om de problematiek aan te kaarten. Toch zal ik er ook op federaal niveau blijven op aansturen.

-L'incident est clos.