Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-25

ZITTING 2000-2001

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties (Telecommunicatie)

Vraag nr. 738 van de heer Van Quickenborne d.d. 20 juni 2000 (rappels van 27 juli en 21 september 2000) (N.) :
Belnet. ­ Internet2. ­ GigaPort.

Next Generation Internet ­ gemakshalve Internet2 genoemd ­ is de verzamelnaam voor een groot aantal verbeteringen dat het huidige Internet sneller, betrouwbaarder, veiliger en vooral ook veelzijdiger zal maken. Met het huidige Internet staan we eigenlijk pas aan het begin van de ontwikkeling. De volgende generatie Internet zal de manier waarop mensen en bedrijven samenwerken, zaken doen en kennis overdragen ingrijpend veranderen. Enorme bandbreedtes, nieuwe protocollen, mobiele toegang en zogenaamde Quality of Service-mechanismen zullen een heel scala aan nieuwe mogelijkheden openen. De meeste mensen zijn zich daar nog nauwelijks van bewust.

In het Nederlandse GigaPort wordt kennis opgebouwd over de mogelijkheden van de volgende generatie Internet. In augustus 1997 drongen drie Internetdeskundigen er bij de overheid op aan de capaciteit van de communicatie-infrastructuur voor het hoger onderwijs en onderzoek drastisch te verbeteren. Tegelijkertijd sprak het Nederlandse bedrijfsleven haar behoefte uit verbonden te zijn met het nieuwe Internet2 en de Next Generation Internet-activiteiten in de Verenigde Staten van Amerika. Beide ideeën culmineerden in de notie dat door te investeren in ICT-ontwikkelingen de landen die vooroplopen zorgen voor een versterking van hun kennisinfrastructuur. Zo ontstaat een economische groei van de ICT-sector in die landen en, door de toenemende communicatiemogelijkheden, een vergroting van het bereik van de andere sectoren zoals dienstverlening en transport.

GigaPort biedt Nederland de kans een voorsprong te nemen in de ontwikkeling en het gebruik van geavanceerde en innovatieve Internettechnologie. Dit versterkt de positie van Nederland in de nieuwe ICT-gedreven economie.

GigaPort-Netwerk kan zich meten met de beste onderzoeksnetwerken in de wereld en biedt bedrijven en instellingen een state-of-the-art testomgeving voor nieuwe (netwerk)diensten.

GigaPort-Applicaties creëert een kennisplatform met betrekking tot nieuwe hoogwaardige ICT-toepassingen en biedt bedrijven en instellingen de kans pilootprojecten uit te voeren.

GigaPort is een initiatief van de ministeries van Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. GigaPort wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Stuurgroep GigaPort. GigaPort-Netwerk wordt gerealiseerd door SURFnet BV; GigaPort-Applicaties door het Telematica Instituut.

In België werd Belnet in 1993 opgericht om de academische middens en onderzoeksinstellingen met elkaar te verbinden. Belnet was ook de eerste Internet service provider in België. Er zouden meer dan 125 000 studenten- en 25 000 vorsers-gebruikers zijn verspreid over 80 instellingen. Belnet levert het federale intranet Fedenet beveiligde toegang tot het Internet. Het netwerk beheert ook BNIX, een interconnectiepunt van Belgische Internet toegangsleveranciers (zo'n dertig ISP's, de capaciteit van de Ethernet-switch is goed voor 50 Gbit/s).

Gelet op het voorgaande rijst de vraag in welke mate Belnet betrokken is bij de uitbouw van Internet2 ? Welke partners ­ bedrijven, publieke instellingen en privépersonen ­ zijn betrokken bij dat initiatief ?

Op de site van Internet2 (www.internet2.edu) wordt uitdrukkelijk verwezen naar Belnet. Welke is de betrokkenheid van Belnet hierbij ?

Welke inspanningen ­ financieel en/of menselijk ­ doet de overheid naar onderzoek omtrent deze volgende generatie Internet ? Zijn er lopende pilootprojecten, zo ja, welke en ten bedrage van hoeveel ?

Op welke termijn en in welke fasering wil ons land aansluiting vinden bij Internet2 ?

Bestaat er iets gelijkaardigs aan het GigaPortinitiatief in Nederland ?

In welke mate zijn de gemeenschappen en de universiteiten van ons land betrokken bij dit initiatief ? Op welke manier hebben ze (mede)beslissingsrecht ?

Antwoord : Alhoewel de meeste vragen strikt genomen onder de bevoegdheid van mijn collega Charles Picqué, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid, vallen wil ik het Internet 2-project kaderen in een meer algemene context.

Reeds vanaf het begin van mijn ambtstermijn pleit ik er voor dat in tegenstelling tot de huidige disparate manier van werken een globaal actieplan wordt opgemaakt om België snel enkele stappen vooruit te laten zetten naar de informatiesamenleving.

Mijn kabinet maakte een dergelijk conceptueel programma op, waarbinnen ook Internet 2 thuishoort en uitdrukkelijk wordt vermeld.

Dit plan, dat momenteel binnen de regering wordt besproken, gaat uit van vijf kritische assen of succesfactoren die moeten gevolgd worden om succesrijk te zijn in de informatiesamenleving. Zonder in de details te gaan, hierbij enkele krachtlijnen.

Als eerste as is er de infrastructuur, zowel de huidige narrowbandstructuur, maar meer nog de toekomstige breedbandinfrastructuur. De tweede as betreft (fundamenteel wetenschappelijke) kennis en innovatie. Hieronder hoort mijns inziens een hoogsnelheidsnetwerk voor universiteiten en onderzoeksinstellingen, dat transatlantisch ontsloten wordt naar bijvoorbeeld Internet 2 maar ook naar het GigaPortproject. Het feit dat Nederland door het GigaPortproject er reeds in slaagde zeer innovatieve hoogwaardige technologische bedrijven aan te trekken, wijst mijns inziens zonder meer op het belang van dergelijke projecten. Als derde as is er de (algemene) toegang, het bezitten van e-vaardigheden en veiligheid. Ten vierde dient op een aantal punten de wetgeving te worden aangepast. Als laatste, maar niettemin niet onbelangrijke as schuif ik de elektronische overheid naar voor. Die moet mijns inziens niet enkel de juiste randvoorwaarden scheppen voor de informatiesamenleving, maar pro-actief eraan deelnemen, bijvoorbeeld door haar eigen dienstverlening ook via het web te organiseren.

Binnen de federale overheid werden reeds verschillende projecten opgestart, die echter meestal een disparaat karakter hebben. Een globale visie, die aanzet tot actie waarin bestaande projecten perfect kaderen, moet onze globale vooruitgang naar een voor iedereen toegankelijke informatiesamenleving versnellen.