2-574/1

2-574/1

Belgische Senaat

ZITTING 2000-2001

10 NOVEMBER 2000


Voorstel van resolutie betreffende de maatregelen die moeten worden genomen om destabiliserende kapitaalstromen te verminderen

(Ingediend door de heren Jacky Morael, Philippe Mahoux, Michel Barbeaux c.s.)


TOELICHTING


De internationale kapitaalstromen hebben gedurende de jongste decennia een enorme vlucht genomen. Dit fenomeen heeft tot gevolg gehad dat steeds meer landen een beroep hebben kunnen doen op de internationale kapitaalmarkten om hun ontwikkelingsproces te versnellen.

Die internationalisering van de kapitaalmarkten heeft echter ook een aantal schaduwzijden, zoals onlangs werd duidelijk gemaakt tijdens de Aziatische schuldcrisis. De schaduwzijden hebben te maken met het feit dat kapitalen zeer snel een land instromen maar ook even snel weer kunnen wegvloeien en zo een financiële crisis kunnen veroorzaken welke de landen in kwestie in een economische recessie stort.

De oorzaken van de recente schuldcrises zijn echter complex. Ze hebben niet alleen te maken met de grote mobiliteit van kapitalen, maar ook met onaangepast macro-economisch beleid, een gebrekkige supervisie en prudentiële controle van het bankwezen en een gemis aan transparantie van de financiële sector.

Om tot een stabieler internationaal financieel stelsel te komen zullen nieuwe vormen van controle op de nationale en internationale kapitaalmarkten moeten worden ingevoerd. Dit inzicht wordt reeds lang toegepast op het nationale vlak waar overheden de publieke en private financiële instellingen onderwerpen aan allerlei vormen van regulering en controle. Hetzelfde zal moeten gebeuren op het internationale vlak, bijvoorbeeld door een versterking van de rol van de BIB (Basel).

Een eerste vorm van tussenkomst heeft betrekking op de kapitaalbewegingen zelf. Het meest gekende voorstel in dit verband is het opleggen van een (relatief kleine) belasting op alle transacties in de wisselmarkten (de zogenaamde Tobintaks). De belasting is uitgedrukt als een vast percent van de transactie en is van die aard dat ze vooral de kortetermijnkapitaalbewegingen ontmoedigt.

De uitgebreide hoorzittingen die de Senaat organiseerde over de effectiviteit van een dergelijke belasting, hebben tot een aantal conclusies geleid. Ten eerste is zulke belasting technisch realiseerbaar zonder dat alle (of een groot deel van de) landen in de wereld eraan meedoen. Ten tweede laat zo'n belasting niet toe destabiliserende speculatieve bewegingen te treffen zonder tegelijkertijd stabiliserende kapitaalbewegingen (hedging) te ontmoedigen. Het is daarom niet duidelijk dat die belasting de volatiliteit van deze bewegingen zal afzwakken. Ten derde zal die belasting de speculanten, die zich massaal terugtrekken uit een land, niet tegenhouden. In dit verband werd de mening geopperd dat een variabele belasting (bijvoorbeeld de Spahntaks) of vormen van directe controles op de invoer en de uitvoer van kapitalen, zoals door Chili (invoer) en Maleisië (uitvoer) toegepast, beter aangepast zijn.

Ten slotte is uit de hoorzittingen ook gebleken dat een relatief kleine belasting op wisseltransacties aanzienlijke inkomsten kan genereren die prioritair zouden kunnen worden aangewend in ontwikkelingsprojecten.

Om tot een grotere stabiliteit van het internationaal financieel stelsel te komen zullen niet alleen de kapitaalbewegingen beheerst moeten worden. Er zal ook werk moeten worden gemaakt van een betere supervisie en prudentiële controle van de financiële en de banksector in de nieuwe groeilanden, en van betere regels van corporate governance. De recente schuldcrises hebben immers duidelijk gemaakt dat financiële instellingen (private en publieke) in die landen dikwijls al te grote risico's hebben genomen, zonder dat de nationale overheden hierop enige beperkingen plaatsten. Deze risico's werden onrechtstreeks aangemoedigd door het feit dat de financiële instellingen ervan overtuigd waren dat de verliezen van slechte investeringen door de overheid zouden worden gedragen. Bovendien werden dikwijls investeringen gedaan zonder dat juiste informatie werd verschaft aan de beleggers.

Ten slotte zal de stabiliteit van het internationaal financieel stelsel slechts gegarandeerd kunnen worden, wanneer de internationale monetaire instellingen, waaronder vooral het Internationaal Muntfonds (IMF), worden hervormd. Deze hervorming dringt zich vooral op twee domeinen op. Ten eerste moet het IMF over de middelen beschikken om in tijden van crises haar rol van lender of last resort te spelen. Tijdens de jongste crisis was de afwezigheid van een dergelijke lender of last resort schrijnend. Ten tweede moet het IMF niet alleen de belangen van de crediteurlanden maar ook die van de debiteurlanden beter behartigen. Tijdens de Aziatische schuldencrisis gaf het IMF al te nadrukkelijk de indruk dat zijn interventies gedreven waren door de bekommernis om de Westerse banken te steunen en veel minder gemotiveerd waren door de belangen van de debiteurlanden.

Jacky MORAEL.
Philippe MAHOUX.
Michel BARBEAUX.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. gelet op de dramatische gevolgen van de financiële crises voor de ontwikkeling van de nieuwe groeilanden;

B. overwegende dat het bijgevolg noodzakelijk is om een betere controle op de nationale en internationale financiële markten te waarborgen, zonder dat die maatregelen de economische en sociale ontwikkeling van de nieuwe groeilanden hinderen;

vraagt de regering :

1. om gebruik te maken van de kans die het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie biedt om initiatieven te nemen die ertoe strekken een betere controle op de internationale financiële stromen mogelijk te maken;

2. te onderzoeken hoe het mogelijk zou zijn een heffing op internationale kapitaalstromen in te voeren die tot doel heeft het vermijden van destabiliserende speculatieve bewegingen. De opbrengst van deze heffing zou prioritair aangewend kunnen worden voor de ontwikkeling van de arme landen. De regering moet tijdig haar standpunt voorleggen aan het Parlement met het oog op een bespreking ervan vóór de aanvang van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie;

3. concrete voorstellen voor te leggen op de eerstkomende vergadering van het internationaal monetair en financieel comité en van de algemene vergadering van het IMF, welke tot doel hebben alle landen die lid zijn van deze organisatie ertoe aan te zetten een grotere transparantie van hun bank- en financieel systeem te garanderen en hun nationale regels van prudentiële controle te verstevigen;

4. concrete voorstellen te formuleren om de rol van het IMF in tijden van crisis maximaal te versterken, meer bepaald als lender of last resort, maar tegelijk ook maatregelen te nemen die ertoe moeten leiden dat het IMF op evenwichtige wijze de belangen van crediteur- en debiteurlanden behartigt, en die ertoe strekken de private sector te betrekken bij het voorkomen, het beheren en het nemen van verantwoordelijkheid bij financiële crises.

Jacky MORAEL.
Philippe MAHOUX.
Michel BARBEAUX.
Paul De GRAUWE.
Ludwig CALUWÉ.
Michiel MAERTENS.
Vincent VAN QUICKENBORNE.
Jacques SANTKIN.