2-74

2-74

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 26 OKTOBER 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Michiel Maertens aan de minister van Binnenlandse Zaken en aan de minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek over ęde veiligheidsmaatregelen rond de terugkeer van het ruimtestation MIR in de dampkringĽ (nr. 2-227)

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Op 20 oktober laatstleden vestigde het VRT-programma Actueel de aandacht op de problematiek rond de terugkeer van MIR in de dampkring. De vereiste 10 miljard om het ruimtestation toeristisch te exploiteren zouden niet aanwezig zijn. Rusland zou nog twee sondes met brandstof naar het ruimtestation moeten sturen om het veilig op de aarde te laten terugkeren, maar dat zou niet meer mogelijk zijn. De veiligheid is dus niet gegarandeerd. Zowel het DWTC-tijdschrift "Space Connection" als de pers meldden over de terugkeer in de dampkring van het Russisch ruimtestation MIR, begin volgend jaar.

Van de 170 ton zouden er ongeveer 30 onverbrand op het aardoppervlak neervallen. Volgens de berekeningen en de besturingen zou dat vermoedelijk op een afgelegen plaats in de Stille Oceaan zijn.

Dit binnendringen in de dampkring wordt door de ESA-dienst, de ESOC, en door de IADC nauwlettend gevolgd en berekend en de "risicolanden" worden daarvan ook tijdig op de hoogte gebracht. Er is zelfs op internet een vrij toegankelijke database daaromtrent.

We zijn bijzonder bezorgd omdat de risico's met de MIR erg groot zijn en ik citeer de ESOC zelf: "Men kan de mogelijkheid niet uitsluiten dat de MIR-terugkeer ongecontroleerd gebeurt. In dit geval kan dit een risico zijn voor Europa. Een ongecontroleerde terugkeer is duidelijk een belangrijk risico voor mensen en eigendommen, op de grond en in de lucht."

Volgens de algemene NASA-schattingen bestaat er een risico 1 op 100, maar in het geval van MIR blijkt dit risico veel groter te zijn omwille van een aantal totaal nieuwe en onbekende factoren in vergelijking met de terugkeer van andere satellieten in de dampkring. Zo is men niet volledig op de hoogte van de aŽrodynamische kenmerken, omdat er in de ruimte aan MIR verschillende modules werden gekoppeld. Het is wel bekend dat er geen kernreactor aan boord is maar men weet nog niet of er radio-isotopen of plutonium in de verschillende modules aanwezig zijn. Dat verwondert ons ten zeerste. Het is ook nooit gebeurd dat een station op zo'n lage hoogte cirkelde, namelijk 330 km, en daardoor is het moeilijker om de landingsbaan te berekenen.

ESOC zegt daarover: "In case of a problem with the final deorbit manoeuvre, MIR could pass over Europa with an increased risk of entry". Europa is voor het eerst een risicogebied. Er wordt dus letterlijk en figuurlijk met de MIR Russische roulette gespeeld boven Europa.

De 30 ton brokstukken, radioactief of niet, worden verwacht over een lengte van 1500 km en een breedte van 26 km. Dit kan pas een halve dag vůůr de terugkeer worden vastgesteld. Slechts enkele minuten ervoor kan de landingsplaats met zekerheid op een paar 100 km na worden berekend. Dit is voor het dichtbevolkte West-Europa en zeker voor ons land een ernstige bedreiging. Er werden trouwens met Westerse radioactieve satellieten al 3 ongevallen op 24 gemeld, met nucleaire satellieten al 6 ongevallen op 39. Dit is niet 1 op 100, maar bij de Russische 1 op 6, en MIR is Russisch...

Ik geef even een kort overzicht van de voornaamste ongevallen: in januari 1978 kwam 3,8 ton van Kosmos 954 neer in noordwest Canada met 34 kg uranium; in juli 1979 kwam een grote brok van Skylab in AustraliŽ terecht; in 1991 kwamen grote brokken van Salyut 7 en Kosmos 1686 in Chili en ArgentiniŽ neer; in 1996 kwam een groot stuk van de Russische Mars 1996 neer in de Andes, in Chili en BoliviŽ en waarvan 200 gr. Plutonium dicht bij Santiago werd teruggevonden. Mocht men in dit gebouw 200 gr. Plutonium vinden, denk ik dat BelgiŽ te klein zou zijn. Toch waren al deze landingen beter controleerbaar dan die van MIR en voorzien in de Stille Oceaan.

Het meest angstaanjagende is daarenboven dat de NASA vandaag nog plutonium gebruikt in 23 rondom ons cirkelende satellieten, ook al is dit in de meeste gevallen perfect te vervangen door zonnebatterijen. In feite is het hallucinant wat ons boven het hoofd hangt. De Cassinisonde, die een paar jaar geleden naar Saturnus is doorgevlogen, had zelfs 36 kg plutonium aan boord. De NASA zelf had berekend dat bij een ongeval - dat gelukkig niet gebeurde - 5 tot 8 miljard mensen aan een dodelijke stralingsdosis konden blootgesteld worden. Als men dit cijfer vergelijkt met de wereldbevolking, is men daar niet ver vanaf. Gelukkig is er, naar ons bekend, nog geen enkel ongeval gebeurd tijdens de terugkeer van satellieten, maar met MIR is het risico toch bijzonder groot, veel groter dan voorheen.

Daarom had ik van de minister graag geweten of zijn diensten, namelijk DWTC en het crisiscentrum, reeds op de hoogte werden gebracht van de gevaren, en zo ja, wanneer en door wie en met welke aanbevelingen. Werd dit reeds aan de ministers zelf gemeld, en zo ja, wanneer en door wie en met welke aanbevelingen? Welke concrete maatregelen hebben de ministers reeds genomen of rekenen zij tot hun beleidsopties om de bevolking te beschermen tegen de risico's? Op welke wijze zal de bevolking daarover worden ingelicht? Als men maar een half uur vooraf op de hoogte is, is dat natuurlijk niet zo evident, maar de hulpdiensten kunnen zich voorzichtigheidshalve wellicht standby houden.

Welke bedragen werden de voorbije jaren door BelgiŽ gespendeerd aan ESA-ruimtevaartprogramma's, waarbij het gebruik van radioactief materiaal misschien een onderdeel was? Is er een wettelijke of verdragsrechterlijke basis aanwezig om de Belgische bijdrage tot de nuclearisering van de ruimte af te bouwen, en zo ja welke? Zo neen, wat is het standpunt van de ministers t.a.v. de nuclearisering van de ruimte zowel op wetenschappelijk als op militair gebied?

Met al deze vragen loop ik misschien de kans het verwijt te krijgen dat ik de mensen nodeloos bang maak. Hier zijn er niet zoveel mensen aanwezig en ik doe dit niet voor de televisie. Ik besef dat er nog nooit ťťn brokstuk op iemand terecht is gekomen, zelfs geen meteoriet, ofschoon die jaarlijks op de aarde neerkomen. Toch vond ik het belangrijk op dit risico te wijzen om te weten of wij ons tegen dit risico wel indekken.

De heer Charles Picquť, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek. - Allereerst is het nog niet zeker dat het ruimtestation MIR uit zijn baan om de aarde zal worden gehaald. Er zijn alternatieve oplossingen mogelijk, zoals de aanwending van het station voor commerciŽle doeleinden bijvoorbeeld. Als het ruimtestation toch uit zijn baan wordt gehaald, zou dit eind februari 2001 gebeuren. Onze diensten worden geregeld op de hoogte gehouden via ťťn van de leidinggevende comitťs van de ESA. Bij problemen zal de ESA de crisiscellen van elke lidstaat informeren. Ik zal dus door die crisiscel op de hoogte worden gebracht. Bijgevolg denk ik dat het nog te vroeg is om maatregelen te treffen. Natuurlijk zou ingeval de regering wordt gewaarschuwd voor een inslag op het continent, het noodplan voor nucleaire risico's in actie kunnen treden. Het Instituut voor RuimteaŽronomie heeft mij echter verzekerd dat MIR geen radioactieve elementen bevat.

In verband met de begroting voor ruimteprojecten die radioactief materiaal kunnen bevatten, kan ik u verzekeren dat alle opdrachten van de ESA de VN-principes over het gebruik van radioactieve materialen in de ruimte eerbiedigen. Het is niet mogelijk het aandeel van de technologische ontwikkelingen, die met radioactieve elementen te maken hebben, in de enveloppe van het wetenschappelijk programma waaraan BelgiŽ ten belope van 3% verplicht is deel te nemen, te bepalen.

Ik kom nu tot de wettelijke toestand. De problematiek van MIR moet in het raam van het ruimteafval worden bekeken. Er bestaat geen internationale reglementering over dit afval. Deze problematiek wordt behandeld op het niveau van de samenwerking tussen de verschillende nationale en internationale ruimtevaartagentschappen. De ESA bereidt nu een ontwerp van resolutie voor om het traceren en observeren van ruimteafval te verbeteren. Juridisch moet men het onderscheid maken tussen het risico van MIR als voorwerp in de ruimte en het risico dat MIR zou betekenen als drager van radioactief materiaal.

Als voorwerp in de ruimte impliceert MIR de internationale verantwoordelijkheid van de Staat die het heeft gelanceerd. Dit betekent dat de Staat verantwoordelijk is voor het herstel van de schade die door een voorwerp in de ruimte wordt aangericht.

In onderhavig geval is de Russische Federatie hiervoor verantwoordelijk.

Als drager van radioactief materiaal is MIR onderworpen aan de conventie inzake de principes over het gebruik van kernenergie in de ruimte, die de Algemene Raad van de Verenigde Naties in 1992 heeft goedgekeurd. Deze conventie vaardigt meerdere veiligheidscriteria uit, alsook een evaluatie van de risico's. De staten zijn verplicht officieel kennis te geven van de terugkeer van een ruimtetuig dat radioactief materiaal aan boord heeft. Er bestaan overigens nog drie andere teksten die het gebruik van kernenergiebronnen in de ruimte regelen. Het gaat onder meer om het verdrag dat proefnemingen met kernwapens in de atmosfeer, in de ruimte boven de dampkring en onder water verbiedt. Dit verdrag werd door BelgiŽ geratificeerd. Ten tweede is er de conventie over de onmiddellijke notificatie of de officiŽle kennisgeving in geval van een kernongeval. Ten slotte is er de conventie over de hulp in geval van een kernongeval of een radiologisch noodgeval.

Net als de heer Maertens ben ik mij volledig bewust van het toenemend risico dat aan het ruimteafval te wijten is. Ik vind de ongebreidelde commercialisering van bepaalde activiteiten in de ruimte eveneens erg verontrustend, evenals het probleem dat rijst door het gebruik van de kernenergiebronnen in banen die niet ver van de aarde zijn verwijderd. Dit probleem moet op internationaal niveau worden aangepakt omdat deze problematiek per definitie grensoverschrijdend is. Het Comitť van de Verenigde Naties voor een vreedzame aanwending van de ruimte boven de dampkring wordt belast met de periodieke herziening van de resolutie over de principes betreffende het gebruik van kernenergiebronnen in de ruimte.

Overigens wordt binnen de DWTC een werkgroep opgericht die zich moet uitspreken over een Belgische wetgeving inzake activiteiten die onder onze rechtspraak vallen en die slaan op het lanceren van ruimtetuigen of het gebruik ervan.

Ik heb vernomen dat er sprake is van het aanwenden van een "cargo-progress" om de snelheid van MIR te wijzigen en om toezicht uit te oefenen op de manier waarop MIR op de aarde zou vallen. Dit is een geruststellende gedachte.

Wij moeten alleszins waakzaam blijven en ik ben van plan zoveel mogelijk informatie te verzamelen in functie van de risico's die wij zouden kunnen lopen.

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Over de "cargo-progress" bestaat net als voor alle andere zaken geen enkele vorm van geheimhouding. Het bevindt zich echter nog in een experimenteel stadium en het is natuurlijk nog maar de vraag wat het resultaat zal zijn.

De minister heeft gezegd dat we ons in een vroeg stadium bevinden en dat we niet op de zaak kunnen vooruitlopen. Toch zou het goed zijn dat de minister een algemene omzendbrief voor de hulpdiensten opstelt waarin staat dat ze een stand by moeten organiseren als ze berichten ontvangen dat bepaalde dingen op de aarde dreigen te vallen.

Er bestaat alsnog weinig of geen internationale reglementering rond ruimteafval. Daarom zou het niet slecht zijn als de minister dit onderwerp tijdens ons Europees voorzitterschap op Europees niveau aan de orde zou brengen. ESA is ten slotte een Europese aangelegenheid en heeft ook een enorme invloed op de NASA. BelgiŽ staat bovendien bekend als een van de landen die in Europa de grootste invloed heeft op het vlak van de ruimtevaart en er daarenboven de grootste spin-off uithaalt.

Wat de wettelijke regelingen betreft met betrekking tot het kernvrij maken of houden van de ruimte, die jammer genoeg al lang niet meer kernvrij is, zou op VN-niveau moeten worden onderzocht hoe wij zo weinig mogelijk kernmateriaal zouden kunnen gebruiken, wat eveneens door onze ambassadeur op de agenda kan worden gezet. Er bestaan nu immers talrijke alternatieven. Van technici weten wij daarenboven dat het merendeel van de energiebronnen door zonnepanelen kan worden vervangen.

Als men de ruimte in het raam van Star Wars zou willen gebruiken voor militaire toepassingen en om er atoomkoppen te plaatsen, is het hek helemaal van de dam. Jammer genoeg vrees ik dat we al bijna zover zijn. Daarom moeten de Europese pacifisten voorkomen dat de ruimte definitief wordt "genucleariseerd".

De heer Charles Picquť, minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek. - De werkgroep van de DWTC kan zich buigen over de diverse aspecten die de heer Maertens heeft aangehaald. Het is inderdaad opportuun om op internationaal vlak op te treden, gezien de toename van het ruimteafval. Zijn opmerkingen zijn dan ook gerechtvaardigd. De problemen van MIR moeten inderdaad met bijzondere aandacht worden gevolgd. Het ligt dan ook in mijn bedoeling een diepgaande studie uit te voeren over de weerslag, de gevolgen en de invloed van de toename van het ruimteafval. Ik zal hem op de hoogte brengen van het verloop van de studie en van de resultaten die de werkgroep binnen DWTC zal opleveren.

-Het incident is gesloten.