2-158/2

2-158/2

Belgische Senaat

ZITTING 2000-2001

12 OKTOBER 2000


Wetsvoorstel houdende invoeging van een artikel 666bis in het Gerechtelijk Wetboek, ten einde rechtsbijstand te verlenen aan personen die recht hebben op een onderhoudsuitkering voor een kind


AMENDEMENT


Nr. 1 VAN DE HEER POTY C.S.

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

Art. 2. In het Gerechtelijk Wetboek wordt een artikel 666bis ingevoegd, luidende :

Art. 666bis. Rechtsbijstand wordt ambtshalve verleend aan de persoon die recht heeft op een onderhoudsuitkering voor een kind, als bedoeld in de artikelen 203, 203bis, 207, 223, 311bis, 336 en 364 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 1280 van het Gerechtelijk Wetboek, alsook in de overeenkomst bedoeld in artikel 1288, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, wanneer die persoon daarom verzoekt, indien de inkomsten van de uitkeringsgerechtigde per kalendermaand niet hoger liggen dan het bedrag bepaald in artikel 1409, 1, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Vanaf het tweede kind wordt dat bedrag, per kind dat recht geeft op een uitkering, verhoogd met 10 % en ten hoogste met 40 %.

De kosten en rechten die de procedure met zich brengt en die omschreven zijn in artikel 664 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen van de uitkeringsplichtige worden teruggevorderd volgens door de Koning te bepalen regels.

Verantwoording

1. Aangezien artikel 303 van het Burgerlijk Wetboek is opgeheven, wordt er niet meer naar verwezen.

2. De referentiebedragen zijn verhoogd om beter tegemoet te komen aan de situatie van vele behoeftige vrouwen.

3. Er wordt een laatste lid toegevoegd aan artikel 2, zodat de mogelijkheid wordt gecreerd om van de ex-echtgenoot de kosten terug te vorderen van de rechtspleging, zelfs van een buitengerechtelijke rechtspleging, alsook de zegel-, registratie-, griffie- en uitgifterechten die deze rechtspleging met zich meebrengt en dit volgens door de Koning te bepalen regels.

De echtgenoten dienen weliswaar een gezamenlijke aangifte in te dienen en in geval van feitelijke scheiding wordt van de samenvoeging van de inkomens pas afgezien vanaf het jaar dat volgt op dat waarin de scheiding heeft plaatsgehad.

Aangezien de echtgenoten niet erg geneigd zullen zijn om in dergelijke omstandigheden een gezamenlijke aangifte op te stellen, aanvaardt de belastingdienst echter contra legem om uit welwillendheid twee verschillende aangifteformulieren naar de ex-echtgenoten te sturen voor het jaar waarin de scheiding heeft plaatsgevonden.

Onder inkomsten in het eerste lid verstaat men de rele bestaansmiddelen van de uitkeringsplichtige, rekening houdende met het feit dat de kinderbijslag daar geen deel van uitmaakt.

Francis POTY.