(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Artikel 54 van de wet op de handelspraktijken bepaalt dat verboden is elk gezamenlijk aanbod van producten en diensten, behoudens de wettelijke uitzonderingen.
Onder gezamenlijk aanbod wordt verstaan « de al dan niet kosteloze verkrijging van producten (...) dewelke gebonden is aan de verkrijging van andere of zelfs gelijke producten of diensten ».
Sinds 8 mei 2000 biedt De Post een gratis doos LEGO aan aan ouders die inschrijven op de door De Post aangeboden « Verzekering Toekomst Kinderen » en minstens 5 000 frank gestort hebben. De actie loopt tot 15 juli 2000.
Mijns inziens valt de verzekering van De Post net als elke verzekeringsinstelling onder de handelspraktijkenwet. Ik heb geen kennis van een bepaling die De Post zou toestaan technieken van klantenwerving te hanteren waar deze technieken aan de concurrenten verboden is.
Graag deze vragen :
Acht de geachte minister dit gezamenlijk aanbod in overeenstemming met de handelspraktijkenwet ?
Zo ja, waarom ?
Zo neen, wat zal de geachte minister doen om De Post terecht te wijzen ?
Meent de geachte minister niet dat De Post een stakingsvordering op basis van de handelspraktijkenwet door een concurrent riskeert ?
Antwoord : Ter antwoord op de vragen van het geachte lid, deelt de naamloze vennootschap van publiek recht De Post me mede hetgeen volgt.
De aandacht van het geachte lid moet in de eerste plaats gevestigd worden op het feit dat het niet De Post is die het verzekeringsproduct « Verzekering Toekomst Kinderen » aan de cliėnteel van de postkantoren aanbidedt, maar wel haar filiaal, de NV« Verzekering van De Post-Leven », verzekeringsmaatschappij toegelaten door de CDV (Controle Dienst Verzekeringen).
In feite verdeelt De Post de producten van haar twee verzekeringsfilialen, de Verzekering van De Post NV en de Verzekering van De Post-Leven NV, in haar hoedanigheid van exclusief verzekeringsagent, als dusdanig erkend door de CDV.
De twee maatschappijen waarvan de producten door De Post verdeeld worden, zijn naamloze vennootschappen van privaat recht en zijn, in dat opzicht, ertoe gehouden de wettelijke bepalingen na te leven die in commerciėle zaken van kracht zijn, zoals onder meer de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument.
In casu is het niet aan mij om uitspraak te doen over de manier waarop een handelsvennootschap van privaat recht deze bepalingen naleeft. Deze bevoegdheid behoort, in voorkomend geval, toe aan de rechterlijke macht.
Het geachte lid moet echter in gedachte houden dat artikel 56, 3ŗ, van de wet van 14 juli 1991 op de handelspraktijken aan een verkoper toelaat om samen met het hoofdproduct of-dienst gratis kleine door de handelsgebruiken aanvaarde producten of diensten aan te bieden.
In de commerciėle praktijk is het frequent kleine geschenken samen met een product of een dienst aan te bieden. Deze techniek wordt aanvaard vanaf het ogenblik dat de klant de vrijheid behoudt deze geschenken te weigeren en dat de waarde van deze geschenken proportioneel gezien verwaarloosbaar zijn in vergelijking met de waarde van het hoofdproduct of -dienst.
De Post verzekert mij dat zij aandachtig blijft voor het naleven van de wet in het kader van haar activiteiten van verdeler, maar dat de aangevochten commerciėle actie, volgens haar, geen verboden gezamenlijk aanbod is.