Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-21

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties (Telecommunicatie)

Vraag nr. 731 van de heer Ceder d.d. 16 juni 2000 (N.) :
Verkiezingsdrukwerk. ­ Bedeling door De Post.

Op 25 mei 2000 stelde ik in de Senaat volgende mondelinge vraag aan de geachte minister over de bedeling van verkiezingsdrukwerk.

« Toen De Post besloot niet over te gaan tot de bedeling in Brugge van een aantal folders van het Vlaams Blok, spande de partij een kortgedingsprocedure in tegen De Post en de minister.

De rechter kon op 26 april 2000 prima facie de vraag van de eiser niet gegrond verklaren. De essentie van het betoog van de rechter kwam erop neer dat artikel 25 van de Grondwet censuur verbiedt. Censuur kan enkel door de overheid worden uitgeoefend.

Het bedelen van niet-geadresseerd drukwerk is geen overheidstaak. Wanneer De Post deze bedeling weigert, volgens welke procedure ook, is het verbod op overheidscensuur bijgevolg niet van toepassing.

Mijn vraag gaat niet over ongeadresseerd drukwerk in het algemeen maar over het specifiek statuut van verkiezingsdrukwerk. Volgens het tweede beheerscontract tussen de Staat en de Post wordt het verspreiden van verkiezingsdrukwerk beschouwd als een « taak van gereserveerde openbare dienst ».

Artikel 41, § 1, van het koninklijk besluit op De Post van 1970 stelt dat De Post verplicht is de uitreiking van verkiezingsdrukwerk te verzekeren.

Is de minister het met mij eens dat uit beide bepalingen volgt dat het verspreiden van verkiezingsdrukwerk een overheidstaak is die uitgeoefend wordt door De Post?

Is de minister het met mij eens dat dit tot gevolg heeft dat het grondwettelijk verbod op voorafgaande censuur van toepassing is ?

Kan de minister ons garanderen dat De Post alle verkiezingsdrukwerk zal uitreiken en dat dit zal gebeuren zonder enige vertraging of voorafgaande adviesprocedure van welke aard ook ? »

Hoewel de vraag duidelijk was geformuleerd, kreeg ik geen antwoord. Daarom herhaal ik de essentiële vraag kort en bondig.

Ressorteert het verspreiden van verkiezingsdrukwerk onder de opdracht van De Post, als openbare dienst ?

Antwoord : De naamloze vennootschap van publiek recht De Post deelt me mede dat het contract gesloten tussen De Post en de Staat hun contractuele verhoudingen regelt voor de uitoefening van de opdrachten van openbare dienst die aan De Post werden toevertrouwd.

In het tweede beheerscontract werden onder meer de voorwaarden betreffende de tarieven, de uitreiking en de afgifte voor de geadresseerde en niet-geadresseerde verkiezingsdrukwerken geregeld.

In de uitoefening van contracten is De Post gehouden de wettelijke bepalingen na te leven.

Wat betreft de geadresseerde zendingen is artikel 148sexies, § 1, 2º, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven van toepassing. Dat betekent dat het verboden is om zendingen te vervoeren of te bestellen die aan de buitenkant vermeldingen dragen die duidelijk in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde.

Voor de niet-geadresseerde zendingen zal De Post, overeenkomstig de procedure die thans in voege is voor de niet-geadresseerde zendingen, nagaan of de inhoud strijdig is met de openbare orde.

De Post kan immers niet gedwongen worden mee te werken aan strafrechtelijk beteugelbare feiten en kan conform de beschikking van 26 april 2000 van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge in kort geding niet gedwongen worden contractuele verplichtingen uit te voeren die de strafwet schenden of strijdig zijn met de openbare orde.