(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De « Oriëntatienota over de elektronische handel » bepaalt in hoofstuk 3 :
« We moeten er over waken dat de ontwikkeling van de informatiemaatschappij geen uitsluiting tot gevolg heeft. Elke burger moet zoveel als mogelijk gelijke kansen krijgen om deel te nemen aan de informatiesamenleving.
Er moet werk gemaakt worden van het aanleren van de vereiste vaardigheden, van bewustmaking en van het bepalen van minimumniveaus van dienstverlening op het gebied van telecommunicatie.
Het risico van sociale uitsluiting is evenwel niet tot België beperkt. Men moet inderdaad spijtig genoeg vastellen dat hele landen en volkeren verstoten blijven van de informatiemaatschappij. Het behoort tot de plicht van de Staten en van de internationale organisaties zich actief met die vraag bezig te houden. »
Naar aanleiding van de invoering van digitale handtekening in ons land blijft de vraag op welke manier die handtkening volledige geldigheid kan krijgen. In de praktijk is het zo dat certificaten afgeleverd worden door een beperkt aantal ondernemingen, tegen betaling van een jaarlijks recht. Men kan wellicht spreken van het « huren » van een certificaat. Naargelang het veiligheidsniveau kost een dergelijk certificaat, jaarlijks, algauw een kleine 20 tot 60 euro.
Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :
Denkt u niet dat in het licht van de doelstellingen beschreven in de oriëntatienota het wenselijk is dat de overheid kosteloos een certificaat ter beschikking stelt van de burgers die erom vragen ? Het kan toch niet dat iemand rechten moet betalen aan commerciële ondernemingen om een « internet-identiteit » te hebben. Indien de regering ernstig meent dat de e-wereld snel een belangrijk deel van onze samenleving zal bepalen dan moet zij sociale uitsluiting hierin maximaal bestrijden.
Waarom niet samen met de nieuw uit te reiken identiteitskaarten aan de burgers die dat wensen een certificaat ter beschikking stellen ? In Finland heeft elke burger nu reeds een digitale pas op zak waarmee hij of zij zich kan identificeren op het net en allerlei transacties kan doen. België zou blijkbaar dezelfde plannen koesteren, blijkens berichten van de minister van Ambtenarenzaken.
Wie zal de certificaten ter beschikking stellen ? Welke zal de rol zijn van UNIZO en de kamers van koophandel ?
Antwoord : In antwoord op de vraag van het geachte lid, wil ik het volgende meedelen.
Het klopt dat de regering de bedoeling heeft om een toename te vermijden van de digitale kloof tussen diegenen die toegang hebben tot de informatiemaatschappij en de anderen. Zoals het geachte lid het onderstreept, kan de digitale handtekening op korte termijn een belangrijk element worden in de toegang tot de verschillende diensten van de informatiemaatschappij en tot de elektronische handel.
De beschikbaarstelling van een digitale handtekening vergt een reeks technische handelingen zoals de afgifte van een privé-sleutel die de ondertekenaar ertoe in staat stelt de documenten te coderen die hij moet ondertekenen. Als die handtekening voor echt moet worden verklaard, moet iemand (een dienstenverstrekker) bovendien een register hebben opgesteld waarin hij de openbare gegevens bewaart die overeenstemmen met de houders van handtekeningen en moet hij een uittreksel van het certificaat kunnen afgeven aan diegenen die de authenticiteit van de ontvangen documenten wensen na te gaan en decoderen aan de hand van de openbare sleutel, en eventueel met behulp van een mechanisme voor de verificatie van de handtekening. Aan die technische handelingen zijn kosten verbonden die in ieder geval moeten worden gedragen.
De vraag of elke burger gratis of tegen een lage prijs over een elektronische « basis »-handtekening zou moeten beschikken, wordt momenteel onderzocht binnen de regering, die zich ook buigt over de kwestie van de tarifering van de certificatiediensten.
Toch moet worden opgemerkt dat men, net zoals men in sommige gevallen de echtverklaring van een handtekening kan eisen en dat die handeling kosten teweegbrengt, kan indenken dat een elektronische handtekening die met een certificaat echt wordt verklaard, duurder uitvalt dan een « gewone » handtekening, omdat iemand instaat voor de geldigheid ervan.
Wat de eigenlijke afgifte van de certificaten betreft, kan die zowel door privé-instanties als door openbare instellingen worden uitgevoerd, rechtstreeks of via een tussenpersoon.
Tot slot staat vast dat het gebruik van elektronische handtekeningen zich zowel door de ontwikkeling van de elektronische handel en als door de on-lineadministratie zal ontwikkelen. Afhankelijk van de manier waarop de marktspelers daar al dan niet een beroep op zullen doen, zal zich al of niet de noodzaak opdringen dat iedereen over een elektronische handtekening beschikt. De regering is wel van plan om die evolutie van nabij te volgen en op basis daarvan de maatregelen die zij zal nemen, aan te passen.
Overheidsbedrijven en
Participaties