2-67

2-67

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 20 JUILLET 2000 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Erika Thijs au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères sur «le rapport annuel au parlement sur le commerce des armes» (n° 2-333)

M. le président. - M. André Flahaut, ministre de la Défense, répondra.

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - Artikel 14 van de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik dienstig materieel en daaraan verbonden technologie bepaalt dat de regering ieder jaar verslag uitbrengt aan het Parlement over de toepassing van deze wet. Het verheugt ons dan ook ten zeerste dat de regering het verslag voor het jaar 1999 op 13 juli jongstleden bij het Parlement heeft neergelegd. Hoewel het verslag vrij gedetailleerd is, blijven er toch nog een aantal belangrijke vragen onbeantwoord.

In 1999 leverde ons land voor 2,7 miljoen BEF wapens aan Indonesië, op basis van eerder toegekende uitvoervergunningen. Nochtans was dit land reeds het toneel van zware mensenrechtenschendingen in Oost-Timor. Welke garanties had de regering over de bestemming van deze wapens en over het feit dat deze wapens niet zouden bijdragen tot de schending van de mensenrechten? Waarom werden deze licenties niet opgeschort?

Heeft de regering in 1999 vaststellingen gedaan inzake eventuele mensenrechtenschendingen met wapens waarvan de uitvoer door de regering eerder werd toegestaan? Zo ja, welke waren de vastgestelde feiten en welke conclusies heeft de regering daaraan verbonden?

Er werden in totaal 829 uitvoervergunningen voor 76 verschillende landen toegekend. De regering stelt dat deze conform de Belgische en Europese criteria zijn. Dit is nochtans niet te controleren door het Parlement aangezien de argumenten of criteria voor de toekenning, in het verslag ontbreken. Waarom neemt de regering deze criteria alsook een algemene mensenrechtenbeoordeling van elk betrokken land niet op in het verslag?

M. André Flahaut, ministre de la Défense. - Je vous lis la réponse du ministre des Affaires étrangères.

Dès que la situation s'est détériorée au Timor oriental, soit aussitôt après l'entrée en fonction du gouvernement actuel, celui-ci a pris la décision de ne plus accorder de licence vers l'Indonésie. De plus, le ministre des Affaires étrangères a appliqué un embargo de facto sur les exportations avant même que celui de l'Union européenne soit officiellement décidé. Les exportations vers ce pays, en 1999, découlent de licences délivrées auparavant et ont été effectuées avant les événements survenus au Timor oriental.

Á la deuxième question, la réponse est négative. La troisième réponse repose sur le fait que la loi de 1991 fixe des critères et impose au ministre et au secrétaire d'État de décider des licences d'exportation d'armes et de matériel militaire, en tenant compte des intérêts extérieurs ou des objectifs de politique étrangère de la Belgique. Les ministres compétents tiennent également compte, dans leurs décisions, des évaluations fournies par les services du département et du « code de conduite européen en matière d'exportation d'armes » même si celui-ci n'a pas valeur contraignante.

La publication des motivations propres aux décisions pour chaque Ètat pris en compte dans ce document pourrait avoir des conséquences particulièrement négatives sur les relations bilatérales entre la Belgique et de nombreux pays, surtout dans les cas où les demandes de licence seraient rejetées.

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - Ik kan hier uiteraard geen discussie aangaan aangezien de minister van Buitenlandse Zaken niet aanwezig is. De regering dient dit verslag nu pas in, vlak voor het parlementair reces, zodat het debat niet echt op gang kan komen. De vraag is of dat in oktober nog mogelijk zal zijn.

In het rapport ontbreken de criteria op basis waarvan de 29 vergunningen werden geweigerd. Ik wil de minister dan ook vragen er zijn collega van Buitenlandse zaken attent op te maken dat het toch nuttig zou zijn in het rapport te kunnen lezen waarom die 29 vergunningen geweigerd werden.