Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-19

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu

Vraag nr. 673 van de heer Maertens d.d. 24 mei 2000 (N.) :
Strandvisserij. ­ Sanitaire controle.

Vele honderden kustbewoners en toeristen beoefenen de zogenaamde « kustvisserij », meestal het « kruien » van garnalen. Dit gebeurt het hele jaar door en wordt beschouwd als een vorm van sportvisserij waarvan de producten, kleine platvissen en garnalen, enkel voor de privé-consumptie dienen. Dit is vergelijkbaar met het « trekken » van mosselen of het vissen van « kreukels » enkele tientallen jaren geleden.

Door de pollutie van het strandwater en het verbod om mosselen te trekken wegens het vergiftingsgevaar, geraakte dit nochtans in onbruik.

De laatste jaren blijken nu ook vele garnaalkruiers hun « sport » op te geven, omdat men bij het koken van de garnalen in zeewater, een oud gebruik, tot de vaststelling komt, dat de garnalen geregeld onconsumeerbaar zijn omdat zij een stookoliegeur vertonen.

Dit doet de vraag rijzen in hoever het noodzakelijk is ter bescherming van de volksgezondheid een bemonsteringssysteem in te voeren en, net als eertijds voor de mosselen, eventueel sanitaire maatregelen uit te vaardigen.

Graag had ik daarom vernomen :

1. of de sanitaire bemonstering van deze sportvisserij, die zowel boven als beneden de laagwaterlijn gebeurt, een federale of gewestelijke bevoegdheid is, en tot welk federaal departement dit eventueel behoort;

2. of er, in het geval dit tot uw bevoegdheid behoort, op geregelde basis een sanitaire bemonstering gebeurt. Zo ja, welke de resultaten ervan zijn ? Zo neen, of het tot uw beleidsopties behoort, dergelijke bemonstering in te voeren ten voordele van de volksgezondheid en eventueel binnen welke termijn ?

Antwoord : In antwoord op zijn vraag deel ik het geachte lid mee dat sportvisserijproducten, in toepassing van een reglementering uitgevaardigd door het ministerie van Middenstand en Landbouw, niet in de handel mogen worden gebracht.

De wet van 15 april 1965 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, en de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, die tot de bevoegdheid van mijn departement behoren, zijn bijgevolg niet van toepassing op deze visserijproducten.

Voor het antwoord op de door u gestelde vragen, verwijs ik dan ook naar het antwoord van mijn collega, de heer Gabriëls, minister van Landbouw en Middenstand.