Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-17

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zake

Vraag nr. 296 van mevrouw de Bethune d.d. 21 december 1999 (N.) :
Kinderrechten. ≠ Aandacht in het beleid in 1999.

Sinds 15 januari 1992 is in BelgiŽ het UNO-Verdrag inzake de rechten van het kind van kracht. BelgiŽ is er dan ook toe gehouden de nodige maatregelen te nemen om de rechten van kinderen daadwerkelijk te realiseren.

Deze opdracht vergt een volgehouden politieke wil en ook het vrijmaken van de nodige financiŽle middelen.

Daarom had ik graag van u een antwoord gekregen op volgende vragen :

1. Welke concrete beleidsmaatregelen en acties hebt u sinds uw aantreden in de regering in juli 1999 genomen, ter bevordering van de rechten van het kind, en met welk resultaat ?

2. Hoeveel middelen werden ingeschreven in de begroting van 1999 binnen uw bevoegdheidsdomein, in globo en per post, ter verwezenlijking van de kindvriendelijke dimensie binnen uw bevoegdheidsdomein ?

3. Hoeveel werd in 1999 effectief uitgegeven (volgens de rekeningen), in globo en per post, ter bevordering van de rechten van het kind binnen uw bevoegdheidsdomein ?

Antwoord : 1. Door het ministerie van Binnenlandse Zaken werden de volgende maatregelen genomen ter behartiging van de belangen van het kind in uitvoering van het Verdrag inzake de rechten van het kind.

Wat betreft de diensten van het commissariaat-generaal dient te worden aangestipt dat er sinds 1 oktober 1999 een coŲrdinatrice werd aangeduid die zich specifiek bezighoudt met de problematiek van de minderjarigen. Tevens werden er in het kader van een bijzonder project eind 1999 drie ambtenaren van niveau 1 op contractuele basis aangeworven.

Wat betreft de Dienst Vreemdelingenzaken kan vermeld worden dat er een specifieke cel voor de niet-begeleide minderjarigen werd opgericht. Deze cel heeft als hoofdtaak de centralisatie en de opvolging van alle administratieve dossiers van deze minderjarigen. Deze centralisatie maakt het mogelijk om gedetailleerde statistieken op te stellen inzake het aantal illegale minderjarigen en inzake het aantal minderjarige asielzoekers. Tevens levert deze cel een geŽigend verblijfsdocument af aan de illegale minderjarigen.

In het belang van het kind zelf houdt de cel alle actuele informatie bij omtrent de identiteit, de ouders, de omgeving waar hij/zij in BelgiŽ verblijft en de plaatsing van de minderjarige. Ook bereidt de cel een eventuele terugkeer voor naar het land van herkomst indien zulks niet strijdig is met het belang van het kind. Ten slotte spoort de cel Niet-begeleide Minderjarigen eventuele netwerken op die kinderen naar BelgiŽ brengen met malafide bedoelingen.

Tevens tracht de Dienst Vreemdelingenzaken de contacten met de Comitťs bijzondere jeugdzorg en de Services de l'aide ŗ la jeunesse, dit zijn de gemeenschapsstructuren bevoegd voor de plaatsing van minderjarigen, te optimaliseren.

In uitvoering van de beleidsnota inzake asiel en immigratie, goedgekeurd door de Ministerraad op 1 oktober 1999, en ingevolge de prioriteit die aan deze problematiek werd gegeven in een ontwerp van federaal veiligheidsplan, werd er, mede door mijn toedoen, op het kabinet van Binnenlandse Zaken een eerste coŲrdinatievergadering gehouden met de federale en gemeenschapsinstanties die geconfronteerd worden met deze problematiek. Deze vergadering resulteerde in het ontstaan van vijf werkgroepen met deskundigen, te weten : een werkgroep voogdij, een werkgroep opvang, onderwijs, terugkeer en een werkgroep verdwijningen.

Het is de bedoeling dat elke werkgroep in verband met haar bevoegdheidsdomein concrete voorstellen uitwerkt, voorstellen die besproken worden in een overkoepelende coŲrdinatiegroep, vervolgens voorgelegd worden aan een interkabinettenvergadering, om tenslotte besproken te worden in de Ministerraad.

Tevens ik aan de uitvoerende diensten instructies gegeven op 16 november 1999 inzake verwijderingen en vasthoudingen. Daarin is ook een hoofdstuk gewijd aan de problematiek van de niet-begeleide minderjarigen.

Concreet komen de instructies op het volgende neer :

≠ Minderjarigen jonger dan 18 jaar kunnen in principe niet vastgehouden worden, noch voor de duur van de asielprocedure, noch met het oog op hun terugdrijving of verwijdering, tenzij betrokkene ouder is dan 16 jaar en uit zijn gedrag blijkt dat hij alleen kan reizen en beschikt over voldoende maturiteit. Enkel wanneer er geen plaatsingsmogelijkheid is in de daartoe geŽigende instellingen of onthaalcentra kan in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer het belang van het kind dit vereist, besloten worden tot een tijdelijke vasthouding in een gesloten centrum. Deze termijn van vasthouding dient echter tot een minimum beperkt te blijven.

≠ De terugdrijving of de verwijdering van een niet-begeleide minderjarige is enkel mogelijk wanneer in het land van herkomst, van gewoonlijk verblijf, of van het land waarvan ze de nationaliteit bezitten, of elk land waar ze kunnen worden toegelaten : ofwel de ouders, wettelijke voogd of familieleden de minderjarige kunnen opvangen, ofwel er een opvangcentrum de minderjarige kan opnemen.

2. Ter verwezenlijking van de kindvriendelijke dimensie van het beleid binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken, werden er in de begroting van 1999 geen specifieke middelen ingeschreven. De uitgaven die verband houden met de vrijwaring van de rechten van kinderen zijn opgenomen in het globale budget van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ik verwijs in dit verband tevens naar het gelijkaardig antwoord op de parlementaire vraag van mevrouw Sabine de Bethune van 17 februari 1999.

3. Wat de effectieve uitgaven in 1999 betreft die in globo en per post werden besteed ter bevordering van de rechten van het kind, kan er geen specifiek bedrag worden gegeven, vermits deze uitgaven deel uitmaken van de Algemene Uitgavenbegroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken.