2-377/2 | 2-377/2 |
8 JUNI 2000
De Cacao-Overeenkomst van 1993 werd op 16 juli 1993 te Genève gesloten, ter afronding van onderhandelingen die in april 1992 werden aangevat. Het wezenlijk verschil met de vorige overeenkomst van 1986 is het ontbreken van economische mechanismen die voorzien in het reguleren van de markt door middel van een vooropgestelde prijsmarge, een buffervoorraad of een stelsel van productiequota.
De voornaamste doelstellingen zijn (artikel 1) :
· het bevorderen van de ontwikkeling en de versterking van de internationale samenwerking in alle sectoren van de wereld-cacao-economie;
· het bijdragen aan de stabilisatie van de wereld-cacaomarkt in het belang van alle leden door in het bijzonder te streven naar het bewerkstelligen van de evenwichtige ontwikkeling van de wereld-cacao-economie;
· het vergemakkelijken van de uitbreiding van de internationale handel in cacao;
· het verzekeren van voldoende aanvoer tegen redelijke prijzen, billijk voor zowel de producenten als de consumenten;
· het bevorderen van de doorzichtigheid van het functioneren van de wereld-cacao-economie.
De economische bepalingen van de Internationale Cacao-Overeenkomst (hoofdstuk VII) berusten op de totstandkoming en de inachtneming door de exporterende leden van productiebeheerplannen, gericht op het bewerkstelligen op middellange en lange termijn van een blijvend evenwicht tussen de mondiale productie en de mondiale consumptie van cacao. Dit productiebeleid wordt aangevuld met activiteiten die ten doel hebben de tendensen en vooruitzichten betreffende de consumptie te bestuderen en belemmeringen voor de toename van de consumptie weg te nemen.
Daarnaast gaan alle leden de verbintenis aan interne maatregelen te nemen om de cacaoconsumptie te doen toenemen (artikel 32).
De financiële verplichtingen van de leden van de overeenkomst beperken zich tot de bijdrage aan de administratieve begroting (artikelen 23 tot 25) van de Internationale Cacao-Organisatie (ICCO), die haar zetel te Londen heeft.
Andere verplichtingen van de leden behelzen het verstrekken van economische en statistische gegevens (artikelen 30, 36 en 38). Deze verplichtingen van administratieve aard hebben ten doel de doorzichtigheid van de wereld-cacao-economie te verzekeren.
Een lid wijst erop dat er een tegenstelling is tussen de voorliggende overeenkomst die het verbruik van cacao wil bevorderen en de besprekingen die in het Europees Parlement hebben plaatsgehad. Het Europees Parlement heeft immers op 15 maart 2000 een richtlijn aangenomen die voor de vervaardiging van chocolade, het gebruik van 5 % andere plantaardige vetten dan cacaoboter toestaat.
Het lid is van mening dat de goedkeuring van de richtlijn inzake de cacao- en chocoladeproducten schadelijk zal zijn voor de Belgische economie en dat ons land daarenboven ten aanzien van de ACP-landen die cacao produceren, een verantwoordelijkheid heeft. Hij vraagt zich ook af of de nieuwe regels van de Wereldhandelsorganisatie de toepasbaarheid van de cacao-overeenkomst niet in het gedrang brengen.
Een ander commissielid vraagt zich af waarom men zolang gewacht heeft om deze overeenkomst aan het Parlement, dat ermee moet instemmen, voor te leggen. De overeenkomst is immers al in 1993 gesloten.
De vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken antwoordt dat reeds in 1972, toen de Europese instellingen onderhandelden over de eerste cacao-overeenkomst, werd gestreefd naar de harmonisering van de nationale wetgevingen over de producten die mochten worden gebruikt bij het vervaardigen van chocolade. De producerende landen hebben toen gevraagd en verkregen dat in de overeenkomst een artikel werd ingevoegd over « vervangingsmiddelen voor cacao ». Dat artikel dook in latere overeenkomsten in verschillende vormen opnieuw op. In de huidige overeenkomst gaat het om artikel 33, dat grosso modo bepaalt dat de uitvoerend directeur van de Internationale Cacaoraad deze instantie jaarlijks een verslag voorlegt over de « ontwikkeling van de toestand » op het gebied van de vervangingsmiddelen. De uitvoerend directeur heeft deze taak steeds nauwgezet uitgevoerd.
De producerende landen, en dan vooral de Afrikaanse landen, hebben meermaals hun bezorgdheid uitgesproken over de mogelijke impact van de richtlijn op hun exportcijfers. Deze kwestie is op hun verzoek lang op de agenda van de Raad van de organisatie blijven staan. De overeenkomst is immers het voornaamste forum voor de uitwisseling van ideeën en standpunten over cacao.
De vraag of de internationale cacao-overeenkomst misschien onverenigbaar is met de regels van de WTO is nooit gesteld en lijkt ook niet pertinent. De « economische bepalingen » in het vierde deel van de overeenkomst (en dan vooral artikel 29 over de productie) zijn maar indicatief. Zij hebben vooral tot doel de producerende landen te helpen om hun productie af te stemmen op de vraag van de importerende landen.
Over de reden waarom deze overeenkomst van 1993 niet vroeger aan het Parlement werd voorgelegd, verklaart de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken dat er tijd nodig was om uit te maken of deze overeenkomst een al dan niet gemengd karakter had. De interministeriële conferentie buitenlands beleid heeft op 24 juni 1999 besloten dat de overeenkomst een uitsluitend federaal karakter had.
Bij de ondertekening van de cacao-overeenkomst in 1993 had men daarenboven niet de financiële gevolgen voorzien van de akkoorden die gesloten werden op het gebied van de grondstoffen (cacao, rubber, tropische houtsoorten, enz.), die nochtans oplopen tot een bedrag van tussen 3 en 4 miljoen frank per jaar.
Bovendien merkt de minister op dat de voorliggede overeenkomst, die gesloten werd voor 5 jaar, verlengd werd voor 2 jaar en nog een tweede keer verlengd zal worden voor 2 jaar.
De eerste spreker betreurt dat de economische bepalingen in de cacao-overeenkomst slechts indicatieve bepalingen zijn. Men mag zich in die omstandigheden vragen stellen over de waarde van de internationale overeenkomsten terzake, die zich beperken tot het creëren van gespreksfora.
Meer nog, verschillende leden betreuren dat er een tegenstelling is tussen een van de doelstellingen van de voorliggende overeenkomst, namelijk de bevordering van de cacaoconsumptie (zie artikel 32) en de goedkeuring van de chocoladerichtlijn, die het mogelijk maakt bij de vervaardiging van chocolade minder cacao te gebruiken.
De regels die door de Europese Unie werden goedgekeurd, zijn niet gunstig voor de cacaoproducerende landen en dragen niet bij tot het bereiken van de doelstellingen van de voorliggende overeenkomst.
De vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken acht het evenwel wenselijk om op sommige terreinen, zoals dat van de grondstoffen, over gespreksfora te beschikken waar producenten en consumenten elkaar kunnen ontmoeten. Hij is dus van mening dat de voorliggende overeenkomst een nuttig instrument is.
De artikelen 1, 2 en 3 alsmede het ontwerp in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 8 aanwezige leden.
Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteurs, | De voorzitter, |
| Jean-Marie DEDECKER. Michiel MAERTENS. |
Marcel COLLA. |
Lijst van de landen die de internationale cacao-overeenkomst bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd hebben (stand op 31 december 1999).
| Partipant Partner |
Signature Ondertekening |
Application provisoire Voorlopige toepassing |
Ratification, Adhésion (a), Acceptation (A), Approbation (AA) Bekrachtiging, toetreding (a), aanvaarding (A), goedkeuring (AA) |
|
| Allemagne. Duitsland | 18.02.1994 | 18.02.1994 | 28.09.1998 | |
| Autriche. Oostenrijk | 30.06.1995 | 23.04.1996 | ||
| Belgique. België | 16.02.1994 | 16.02.1994 | ||
| Bénin. Benin | 2.02.1994 | 13.07.1998 | ||
| Brésil. Brazilië | 2.02.1994 | 18.02.1994 | 10.12.1996 | |
| Cameroun. Kameroen | 11.01.1994 | 11.01.1994 | ||
| Communauté européenne. Europese Gemeenschap | 16.02.1994 | 16.02.1994 | 28.09.1998 | AA |
| Côte-d'Ivoire. Ivoorkust | 3.09.1993 | 3.09.1993 | 18.05.1994 | |
| Danemark. Denemarken | 17.02.1994 | 17.02.1994 | 28.09.1998 | AA |
| Équateur. Ecuador | 16.09.1993 | 16.09.1993 | 26.10.1994 | |
| Espagne. Spanje | 16.02.1994 | 16.02.1994 | 29.09.1994 | |
| Fédération de Russie. Russische Federatie | 13.09.1994 | 2.11.1994 | A | |
| Finlande. Finland | 1.10.1993 | 1.10.1993 | A | |
| France. Frankrijk | 16.02.1994 | 16.02.1994 | 16.05.1996 | AA |
| Gabon | 30.09.1993 | 21.12.1993 | ||
| Ghana | 22.09.1993 | 12.10.1993 | ||
| Grèce. Griekenland | 16.02.1994 | 16.02.1994 | 28.09.1998 | |
| Grenade. Grenada | 18.02.1994 | 18.02.1994 | ||
| Guatemala | 28.02.1994 | |||
| Hongrie. Hongarije | 9.12.1993 | 18.02.1994 | 22.02.1994 | AA |
| Irlande. Ierland | 16.02.1994 | 16.08.1994 | 30.09.1998 | |
| Italie. Italië | 16.02.1994 | 6.01.1994 | 28.09.1998 | |
| Jamaïque. Jamaica | 6.12.1993 | 6.12.1993 | 28.02.1994 | |
| Japon. Japan | 8.02.1994 | 8.02.1994 | 18.01.1995 | A |
| Luxembourg. Luxemburg | 16.02.1994 | 16.02.1994 | ||
| Malaisie. Maleisië | 21.12.1993 | 25.01.1994 | ||
| Nigéria. Nigeria | 23.09.1993 | 17.02.1994 | 2.12.1994 | |
| Norvège. Noorwegen | 30.09.1993 | 14.10.1993 | ||
| Papousie-Nouvelle-Guinée. Papoea-Nieuw-Guinea | 1.09.1995 | a | ||
| Pays-Bas. Nederland | 16.02.1994 | 16.02.1994 | 21.07.1998 | A |
| Portugal | 28.02.1994 | 31.08.1995 | ||
| République dominicaine. Dominicaanse Republiek | 6.02.1997 | |||
| République tchèque. Tsjechië | 7.06.1994 | 23.06.1994 | AA | |
| Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord. Verenigd Koninkrijk | 16.02.1994 | 16.02.1994 | 6.11.1998 | |
| São Tomé-et-Principe. São Tome en Principe | 6.03.1995 | 6.03.1995 | ||
| Sierra Leone | 7.10.1993 | 7.10.1993 | ||
| Slovaquie. Slowakije | 15.02.1994 | 26.04.1994 | AA | |
| Suède. Zweden | 30.09.1993 | 30.09.1993 | ||
| Suisse. Zwitserland | 30.11.1993 | 30.11.1993 | 17.06.1994 | |
| Togo | 22.09.1993 | 12.10.1993 | ||
| Trinité-et-Tobago. Trinidad en Tobago | 30.09.1993 | 30.09.1993 | ||
| Venezuela | 13.09.1994 | 8.05.1996 |