2-283/7

2-283/7

Belgische Senaat

ZITTING 1999-2000

8 JUNI 2000


Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstoogmerk en de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN


Nr. 109 VAN DE REGERING

Art. 52

Het tweede en derde lid van dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Deze twee leden werden tijdens de parlementaire werkzaamheden in de Kamer toegevoegd om de artikelen die de nationaliteitsvereiste, bepaald in de wet van 27 juni 1921, afschaffen, snel in werking te doen treden. Derwijze voldeed België snel aan artikel 6 van het Verdrag van Rome dat elke discriminatie op grond van nationaliteit binnen het bevoegdheidsdomein van het Verdrag verbiedt. Deze leden hebben geen nut meer, gelet op het in de Senaat goedgekeurde wetsvoorstel van de heer Ramoudt, dat ertoe strekt de nationaliteitsvereiste in de wet van 27 juni 1921 op te heffen.

Nr. 110 VAN DE REGERING

Art. 38

In het voorgestelde artikel 26novies, § 2, tweede lid, 1º, tussen de woorden « in de artikelen 2, 1º tot 4º, 7º, 9º en 10º, » en de woorden « 3, § 1, tweede en derde lid » het woord « en » invoegen.

Verantwoording

Het betreft een loutere grammaticale verbetering.

Nr. 111 VAN DE REGERING

Art. 38

In het voorgestelde artikel 26novies, § 2, eerste lid, de woorden « 9, eerste en tweede lid » vervangen door de woorden « 9, 9bis, eerste lid ».

Verantwoording

Het huidige ontworpen artikel 9 bevat slechts een lid meer, terwijl het oorspronkelijk artikel 9 van het voorontwerp er drie telde. Teneinde te beantwoorden aan het advies van de Raad van State op dit punt (Stuk Kamer, nr. 1854/1, 98/99, blz. 62) werd deze bepaling in het ontwerp in tweeën gesplitst om de ontworpen artikelen 9 en 9bis te worden. Dit artikel verbetert het ontworpen artikel 26novies, § 2, eerste lid, dat verkeerdelijk naar artikel 9, eerste en tweede lid verwijst, daar waar het naar de ontworpen artikelen 9 en 9bis, eerste lid, dient te verwijzen. Het betreft hier dus louter een materiële verbetering.

Nr. 112 VAN DE REGERING

(Subamendement op amendement nr. 43 van de regering)

Art. 27

Het 3º van het eerste lid van het voorgestelde artikel 18 vervangen door de volgende bepaling :

« 3º in ernstige mate in strijd handelt met de statuten of in strijd handelt met de wet of de openbare orde; ».

Verantwoording

In de statuten van een vereniging kunnen de meest diverse bepalingen voorkomen die voornamelijk formele of praktische aspecten beogen te regelen. De ontbinding van de vereniging is doorgaans niet het meest geschikte middel om een overtreding van dergelijke bepalingen te sanctioneren. Door te preciseren dat enkel een ernstige overtreding van de statuten aanleiding kan geven tot een ontbinding, wordt aan de rechter het signaal gegeven dat hij in dit geval over enige appreciatiemarge beschikt, en enige terughoudendheid aan de dag dient gelegd te worden bij het uitspreken van een ontbinding wanneer in strijd gehandeld wordt met de statuten.

Nr. 113 VAN DE REGERING

Art. 37

In het voorgestelde artikel 26octies, § 4, de woorden « op ernstige wijze strijdig zijn met de statuten ervan, met de wet of met de openbare orde » vervangen door de woorden « op ernstige wijze strijdig zijn met de statuten ervan, of strijdig zijn met de wet of met de openbare orde ».

Verantwoording

Zie de verantwoording bij subamendement nr. 112 van de regering op amendement nr. 43.

Nr. 114 VAN DE REGERING

Art. 26

In het voorgestelde artikel 17, § 5, eerste lid, de woorden « bij het publiek om giften hebben verzocht » vervangen door de woorden « van het publiek giften hebben ontvangen », en de woorden « waarom bij de leden is verzocht » vervangen door de woorden « ontvangen van de leden ».

Verantwoording

Dit amendement strekt ertoe interpretatieproblemen te vermijden die kunnen rijzen bij het gebruik van de term « om giften verzoeken ». De verplichting de jaarrekening neer te leggen bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, moet eerder slaan op verenigingen die giften ontvangen gelet op het feit dat het in de praktijk makkelijker is de ontvangen giften te controleren dan het feit erom te verzoeken. De toelichting bij het ontwerp preciseert ten andere niet wat met onder « verzoeken » dient te worden verstaan (Stuk Kamer, nr. 1854/1 ­ 98/99, blz. 17).

Nr. 115 VAN DE REGERING

Art. 38

In het voorgestelde artikel 26novies, § 1, tweede lid, zesde streepje, de woorden « die bij het publiek om giften verzoeken » vervangen door de woorden « die van het publiek giften ontvangen ».

Verantwoording

Zie de verantwoording bij amendement nr. 114 van de regering.

Nr. 116 VAN DE REGERING

Art. 35

Het voorgestelde artikel 26 vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 26. ­ Elke vordering ingesteld door verenigingen die de formaliteiten omschreven in de artikelen 10, 17, § 5, 23 en 26octies niet in acht hebben genomen, wordt opgeschort tot de vereniging binnen de door de rechter toegestane termijn deze toestand heeft geregulariseerd. »

Verantwoording

Volgens de memorie van toelichting is de sanctie bepaald in het ontworpen artikel 26 wegens verzuim tot neerlegging van de ledenlijst ter griffie, het verzuim tot bekendmaking van de beslissingen betreffende de ontbinding en de vereffening, alsook het verzuim van neerlegging van de jaarrekening, de niet-ontvankelijkheid van de rechtsvordering ingeleid door de vereniging zonder winstoogmerk (Stuk Kamer, nr. 1854/1, 98/99, blz. 19).

Het ontworpen artikel 26 bepaalt eveneens de mogelijkheid voor de rechter om een termijn te voorzien voor de vereniging om haar toestand te regulariseren. Bijgevolg is de in dit artikel bepaalde sanctie eerder een opschortende sanctie.

Het Hof van Cassatie is trouwens van oordeel dat voor zover de statuten werden bekendgemaakt, de sanctie bepaald in het huidige artikel 26 van de wet van 27 juni 1921, bij verzuim van bekendmaking van de benoeming, ontslag of afzetting van bestuurders of van de neerlegging van de ledenlijst ter griffie, een opschortende sanctie is, die kan ingeroepen worden tot de regularisatie van de toestand (Cass., 6 november 1992, Pas., 1992, I, blz. 1238).

Huidig amendement verduidelijkt dat de sanctie bepaald in het ontworpen artikel 26, de opschorting van de rechtsvordering is tot de regularisatie van haar toestand. De vereniging zal haar toestand moeten regulariseren binnen de door de rechter vastgestelde termijn.