2-283/5 | 2-283/5 |
31 MEI 2000
Evocatieprocedure
Art. 9
In het voorgestelde artikel 3bis, eerste lid, de woorden « bij rechterlijke beslissing » vervangen door de woorden « door de burgerlijke rechtbank van de plaats waar de vereniging haar zetel heeft ».
Verantwoording
Volgens de huidige lezing van de tekst is het niet mogelijk uit te maken welke rechtbank terzake bevoegdheid bezit. Het is de bedoeling duidelijk te maken dat het gaat om de burgerlijke rechtbank van de plaats waar de vereniging haar zetel heeft.
Art. 40
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 40. In titel II van dezelfde wet wordt een hoofdstuk II ingevoegd, luidende :
« Hoofdstuk II. Private stichtingen
Art. 44. Eenieder kan het geheel of een deel van zijn goederen bestemmen voor de oprichting van een private stichting.
De private stichting bezit rechtspersoonlijkheid onder de voorwaarden omschreven in deze titel. Zij mag geen nijverheids- of handelszaken drijven of trachten zich een stoffelijk voordeel te verschaffen.
De private stichting moet op straffe van nietigheid bij authentieke akte worden opgericht.
Art. 45. Op de burgerlijke griffie van de rechtbank van eerste aanleg wordt een dossier gehouden voor iedere private stichting die haar zetel heeft in het arrondissement, alsook voor iedere stichting bedoeld in artikel 52, derde lid. Artikel 26nonies, § 1, § 2, vierde lid, en § 3, is van overeenkomstige toepassing.
De akten, stukken en beslissingen bedoeld in de artikelen 46, 47, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, worden op kosten van de betrokkenen bij uittreksel bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.
Het uittreksel vermeldt :
1º de gegevens bedoeld in artikel 46;
2º naar analogie, de gegevens bedoeld in de artikelen 3, § 1, tweede en derde lid, 9bis, tweede lid, 23, tweede lid, en 26nonies, § 2, tweede lid, 4º;
3º de wijzigingen in de gegevens bedoeld in de punten 1º en 2º.
Art. 46. De statuten van een private stichting moeten de volgende gegevens vermelden :
1º de naam, de voornamen en de woonplaats of, ingeval het een rechtspersoon betreft, de naam en de zetel, alsook de nationaliteit van de stichter;
2º de naam van de stichting;
3º de precieze omschrijving van het doel of de doeleinden waarvoor zij is opgericht, alsook de activiteiten die zij voornemens is te verrichten om dat doel of die doeleinden te bereiken;
4º de wijze van benoeming en van ambtsbeëindiging van de bestuurders en, in voorkomend geval, van de personen gemachtigd om de stichting overeenkomstig artikel 48, derde lid, te vertegenwoordigen, de omvang van hun bevoegdheid en de wijze waarop zij deze uitoefenen, te weten alleen, gezamenlijk of als college, alsook de wijze van benoeming van de commissarissen;
5º de bestemming van het vermogen van de stichting bij ontbinding;
6º de duur van de stichting ingeval zij niet voor onbepaalde tijd is aangegaan;
7º de voorwaarden waaronder de statuten kunnen worden gewijzigd.
Art. 47. § 1. De private stichting bezit rechtspersoonlijkheid vanaf de dag dat haar statuten, de akten betreffende de benoeming van de bestuurders en van de personen gemachtigd om de stichting overeenkomstig artikel 48, derde lid, te vertegenwoordigen, alsook de akten betreffende de vestiging van de zetel bij het dossier bedoeld in artikel 45, eerste lid, worden gevoegd.
Artikel 3, § 1, tweede en derde lid, en § 2, is van overeenkomstige toepassing.
§ 2. Elke wijziging in de statuten moet bij het dossier gehouden op grond van artikel 26nonies, § 1, worden gevoegd. Zulks geldt ook voor de akten betreffende de benoeming of de ambtsbeëindiging van de bestuurders, van de personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen, van de commissarissen en van de personen gemachtigd om de stichting overeenkomstig de artikelen 48, derde lid, en 48bis te vertegenwoordigen, alsook voor de akten betreffende de vestiging van de zetel.
Artikel 9bis, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 48. De private stichting wordt bestuurd en in en buiten rechte vertegenwoordigd door een of meer bestuurders. Iedere bestuurder kan alle handelingen verrichten die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van het doel of de doeleinden van de stichting. Iedere bestuurder vertegenwoordigt de stichting jegens derden en in rechte.
De statuten kunnen de bevoegdheid van de bestuurders beperken. Deze beperkingen kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet indien zij zijn bekendgemaakt.
De statuten kunnen evenwel aan een of meer personen bevoegdheid verlenen om de private stichting in en buiten rechte te vertegenwoordigen, hetzij alleen, hetzij gezamenlijk. Dit beding kan aan derden worden tegengeworpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 45.
Art. 48bis. Het dagelijks bestuur van de private stichting alsook de vertegenwoordiging van de vereniging wat dat bestuur aangaat, mogen worden opgedragen aan een of meer personen, al dan niet bestuurder of lid, die alleen of gezamenlijk optreden.
Hun benoeming, ontslag en bevoegdheid worden geregeld bij de statuten, echter zonder dat beperkingen van hun vertegenwoordigingsbevoegdheid ten behoeve van het dagelijks bestuur aan derden kunnen worden tegengeworpen, zelfs indien zij openbaar zijn gemaakt. De bepaling waarbij het dagelijks bestuur wordt opgedragen aan een of meer personen die alleen of gezamenlijk optreden, kan aan derden worden tegengeworpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 45.
De aansprakelijkheid uit hoofde van het dagelijks bestuur wordt ten aanzien van hen aan wie het is opgedragen, bepaald overeenkomstig de algemene regels van de lastgeving.
Art. 49. De oprichting van een private stichting en de schenkingen onder de levenden of bij testament ten voordele van een stichting doen geen afbreuk aan de rechten van de schuldeisers of de erfgenamen met wettelijk erfdeel van de stichters, schenkers of erflaters. Zij kunnen de nietigverklaring van handelingen verricht met bedrieglijke benadeling van hun rechten, alsook de ontbinding van de stichting in rechte vorderen.
Art. 50. Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen en andere stukken die uitgaan van een private stichting, moeten de naam ervan vermelden, onmiddellijk voorafgegaan of gevolgd door de woorden « private stichting », alsook het adres van de zetel ervan.
Artikel 11, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 51. De beslissingen betreffende de ontbinding of de nietigheid van de private stichting, de vereffeningsvoorwaarden, de benoeming en de ambtsbeëindiging van de vereffenaars, de afsluiting van de vereffening en de bestemming van de goederen, alsook de rechterlijke beslissingen inzake de sluiting van een centrum van werkzaamheden worden binnen een maand na de dagtekening ervan bij het dossier bedoeld in artikel 45, eerste lid, gevoegd.
Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen en andere stukken die uitgaan van een stichting in verband waarmee een beslissing tot ontbinding is genomen, moeten de naam van de stichting vermelden, onmiddellijk voorafgegaan of gevolgd door de woorden « private stichting in ontbinding ».
Art. 52. De artikelen 3bis, 3ter, 11, 14, 15, eerste lid, 16, 18, 19, 21, 22, 24, 25 en 26 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17, §§ 1 tot 3, met uitzondering van de drempel tot vaststelling van het aantal tewerkgestelde personen, en §§ 4 tot 6, is van overeenkomstige toepassing.
De artikelen 26octies en 26nonies, § 2, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op private stichtingen die op geldige wijze in het buitenland zijn opgericht overeenkomstig de wet van de Staat waartoe zij behoren en die in België een centrum van werkzaamheden openen.
Art. 52bis. Bij authentiek verleden akte en met goedkeuring van de regering kan iedere private stichting overeenkomstig de bepalingen van titel II omgezet worden in een stichting van openbaar nut. Die omzetting brengt geen enkele wijziging van de rechtspersoonlijkheid van de stichting mee welke in de nieuwe vorm blijft voortbestaan.
Aan de akte worden de volgende stukken toegevoegd :
1º een verslag tot staving opgesteld door de raad van bestuur;
2º een staat van de actieve en passieve toestand van de stichting vastgesteld op een datum die niet verder teruggaat dan drie maanden;
3º een verslag over die staat waarin inzonderheid wordt vermeld of die staat op volledige, betrouwbare en correcte wijze de toestand van de stichting weergeeft, opgesteld door een bedrijfsrevisor of door een accountant ingeschreven op het tableau van de externe accountants van het Instituut der accountants en aangewezen door de raad van bestuur.
De akte wordt gevoegd bij het dossier bedoeld in artikel 45, eerste lid, en overeenkomstig het tweede lid van die bepaling bekendgemaakt.
De artikelen 26quater tot 26septies zijn van overeenkomstige toepassing. »
Verantwoording
Dit amendement, waardoor het opschrift voor het ontworpen artikel 44 gewijzigd wordt, strekt ertoe een betere structuur en transparantie in de wet aan te brengen. Tevens werd het woord « noch » vervangen door het woord « of », zodanig dat de definitie van de stichting analoog zou zijn aan de definitie van de vereniging zonder winstoogmerk. De intentie van de wetgever bestaat erin de oorspronkelijke definitie van de VZW te behouden, behoudens enkele taalkundige verbeteringen in de Nederlandse versie (artikel 4 van het wetsontwerp). Aangezien deze definitie de term « of » gebruikt en niet de term « noch », wordt door dit amendement de analogie hersteld tussen beide definities.
Art. 2
Dit artikel vervangen als volgt :
« Art. 2. Het opschrift van de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstoogmerk en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, wordt vervangen als volgt :
« Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de internationale verenigingen. »
Verantwoording
De invoeging van de wet van 25 oktober 1919 tot verlening van rechtspersoonlijkheid aan de internationale verenigingen met menslievend, godsdienstig, wetenschappelijk, artistiek of pedagogisch doel heeft tot doel tegenstrijdigheden die zouden kunnen rijzen tussen deze twee wetgevingen te vermijden, wetgevingen die hoewel ze verschillende rechtsvormen en werkelijkheden beogen, toch gelijkenissen vertonen op zekere punten.
Art. 40bis (nieuw)
In dezelfde wet wordt een artikel 40bis ingevoegd, luidende :
« Titel III. De internationale verenigingen
Art. 53. Aan verenigingen waarvan de leden personen van verschillende nationaliteit zijn, die hun maatschappelijke zetel in België hebben gevestigd en een doel van internationaal nut beogen, kan, onder de voorwaarden en binnen de grenzen gesteld door deze wet, bij koninklijk besluit rechtspersoonlijkheid worden verleend, op voorwaarde dat hun doel of activiteiten niet in strijd zijn met de wet of de openbare orde.
De internationale vereniging zonder winstoogmerk is die welke niet nijverheids- of handelszaken drijft of welke niet tracht een stoffelijk voordeel aan haar leden te verschaffen.
Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen en andere stukken die uitgaan van de vereniging waaraan rechtspersoonlijkheid is verleend, moeten de naam ervan vermelden, onmiddellijk voorafgegaan of gevolgd door de woorden « internationale vereniging zonder winstoogmerk », of door de afkorting « IVZW », alsook door het adres van haar maatschappelijke zetel.
Art. 54. De statuten moeten de volgende gegevens vermelden :
1º de naam van de vereniging en haar maatschappelijke zetel;
2º de precieze omschrijving van het doel waarvoor zij is opgericht;
3º de voorwaarden en de formaliteiten betreffende de toetreding en de uittreding van de leden en, in voorkomend geval, van de verschillende categorieën van leden;
4º de rechten en de verplichtingen van de leden en, in voorkomend geval, van de verschillende categorieën van leden. Behoudens bijzondere bepalingen in de statuten zijn de leden in deze hoedanigheid slechts aansprakelijk ten belope van hun bijdrage;
5º de bevoegdheden van het algemeen beleidsorgaan van de vereniging, de wijze van bijeenroeping en van besluitvorming ervan, alsook de voorwaarden waaronder de beslissingen aan de leden en aan derden ter kennis worden gebracht;
6º de bevoegdheden en de wijze van besluitvorming van het bestuursorgaan van de vereniging, de wijze van benoeming en afzetting van de bestuurders het minimumaantal ervan, de duur van hun mandaat, de omvang van hun bevoegdheid en de wijze waarop zij deze uitoefenen, te weten alleen, gezamenlijk of als college, alsmede de wijze van aanwijzing van de persoon of de personen gemachtigd om de vereniging ten aanzien van derden te verbinden en haar in akten alsook bij rechtsvorderingen te vertegenwoordigen;
7º de voorwaarden betreffende de wijziging van de statuten, de ontbinding en de vereffening van de vereniging en de bestemming van het vermogen van de vereniging in geval van ontbinding.
Deze vermeldingen worden vastgesteld bij authentieke of onderhandse akte die aan het ministerie van Justitie wordt bezorgd met het verzoek rechtspersoonlijkheid te verlenen en de statuten goed te keuren.
Met uitzondering van de wijziging van de maatschappelijke zetel van de vereniging, moeten de wijzigingen van de statuten eveneens bij koninklijk besluit worden goedgekeurd.
Art. 55. § 1. Op het ministerie van Justitie wordt een dossier gehouden voor iedere internationale vereniging zonder winstoogmerk bedoeld in artikel 53 die haar zetel in België heeft en voor iedere vereniging bedoeld in artikel 60 van deze wet die haar activiteiten in België wenst te verrichten door toedoen van een aldaar gevestigd bijkantoor en het in die bepaling bedoelde gelijkvormigheidsattest aanvraagt.
Dat dossier bestaat uit alle akten, stukken en beslissingen die overeenkomstig deze wet worden overgelegd.
Eenieder kan met betrekking tot een internationale vereniging zonder winstoogmerk kosteloos kennis nemen van de krachtens deze wet overgelegde akten en stukken.
§ 2. De statuten worden bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. Zulks geldt eveneens voor de akten bedoeld in artikel 54, 6º, van deze wet betreffende de benoeming van de bestuurders en van de personen gemachtigd om de vereniging ten aanzien van derden te vertegenwoordigen, alsook betreffende de vestiging van de maatschappelijke zetel van de vereniging.
De benoemingsakten vermelden de naam, voornamen en woonplaats van de bestuurders en van de personen gemachtigd om de vereniging ten aanzien van derden te vertegenwoordigen.
De akten betreffende de vestiging van de zetel vermelden het precieze adres ervan.
De rechtspersoonlijkheid en de wijzigingen van de statuten kunnen aan derden worden tegengeworpen de tiende dag die volgt op de bekendmaking bij vermelding van het in de artikelen 53 en 54 bedoelde koninklijk besluit, behalve ingeval de vereniging het bewijs levert dat voornoemde derden hiervan voordien kennis hadden.
De wijzigingen van de statuten, de akten en stukken waarvan de bekendmaking door deze wet is opgelegd, alsook de beslissingen betreffende de ontbinding, benoeming en ambtsbeëindiging van de vereffenaars, de sluiting van de vereffening en de bestemming van het vermogen, en de beslissingen betreffende de sluiting van een bijkantoor, worden eveneens bekendgemaakt in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad.
Art. 56. § 1. Ieder jaar legt het bestuursorgaan de jaarrekening van het voorbije boekjaar, opgemaakt overeenkomstig deze wet, alsook de begroting van het volgende boekjaar, ter goedkeuring voor aan het algemeen beleidsorgaan.
§ 2. Verenigingen voeren een vereenvoudigde boekhouding die tenminste betrekking heeft op mutaties in contant geld of op de rekening.
§ 3. Verenigingen waarvan het totaal van de ontvangsten, andere dan uitzonderlijke, zonder belasting over de toegevoegde waarde 30 miljoen frank te boven gaat en die, gemiddeld over het jaar en uitgedrukt in voltijdse equivalenten, meer dan 5 personen ingeschreven in het personeelsregister gehouden overeenkomstig het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 tewerkstellen, of die, gemiddeld over het jaar en uitgedrukt in voltijdse equivalenten, meer dan 30 personen ingeschreven in het personeelsregister gehouden overeenkomstig het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 tewerkstellen, voeren een boekhouding en maken hun jaarrekeningen op overeenkomstig de bepalingen van de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en van de besluiten tot uitvoering ervan. De Koning past de verplichtingen die voor deze verenigingen voortvloeien uit de besluiten ter uitvoering van voornoemde wet van 17 juli 1975 aan, rekening houdend met de bijzondere aard van hun activiteiten en hun wettelijke statuut. De Koning kan het bovenvermelde bedrag van 30 miljoen frank aanpassen aan de ontwikkeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen.
§ 4. De §§ 2 en 3 zijn niet van toepassing op verenigingen die wegens de aard van hun hoofdactiviteit onderworpen zijn aan bijzondere regels betreffende het voeren van een boekhouding en betreffende hun jaarrekeningen.
§ 5. De jaarrekeningen van verenigingen die gedurende een of meer van de drie boekjaren voorafgaand aan dat tijdens hetwelk de goedkeuring plaatsvindt, bij het publiek om giften hebben verzocht, moeten binnen dertig dagen na goedkeuring ervan bij het dossier bedoeld in artikel 55, § 1, worden gevoegd indien het bedrag ontvangen tijdens een van die boekjaren 3 miljoen frank te boven gaat. De bijdragen en de giften waarom bij de leden is verzocht, worden niet in aanmerking genomen voor de toepassing van deze bepaling.
De Koning kan de duur van bewaring van de jaarrekeningen in het dossier beperken.
§ 6. De statuten kunnen bepalen dat het algemeen beleidsorgaan een of meer financiële commissarissen, al dan niet lid van de vereniging, aanwijst om de financiële toestand en de jaarrekeningen van de vereniging te controleren.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid bedoeld in het vorige lid, worden de onderzoeks- en controlebevoegdheid van de commissaris(sen) in de statuten nader omschreven.
Art. 57. De vereniging mag, als eigendom of anderszins, geen andere onroerende goederen bezitten dan die nodig voor haar doel en haar beheer. Zij kan bij koninklijk besluit worden gemachtigd de onroerende goederen te bezitten die daarvoor bestemd zijn, doch die zij niet onmiddellijk daartoe kan gebruiken.
De schenkingen onder de levenden of bij testament, in haar voordeel gedaan, hebben eerst uitwerking wanneer daartoe machtiging is gegeven overeenkomstig artikel 910 van het Burgerlijk Wetboek. Het besluit waarbij machtiging wordt verleend tot het aanvaarden van een schenking bevattende een onroerend goed, bepaalt, zo er reden toe is, de termijn waarbinnen het goed moet worden verkocht.
De schenkingen worden, in afwachting van de machtiging, door het beheer der vereniging aangenomen tegenover de schenker, die gebonden blijft tot er een beslissing is.
De beschikker kan, hetzij te zijnen voordele, hetzij ten voordele van zijn erfgenamen of rechthebbenden, bepalen dat hij, in geval van vereffening van de vereniging, het recht zal hebben terug te nemen een som gelijk aan de waarde van de goederen, de schenking uitmakend, of de goederen zelf.
Art. 58. De ontbinding kan, op vordering van het openbaar ministerie of van elke belanghebbende, worden uitgesproken in de volgende gevallen : bij aanwending van de kapitalen of van de inkomsten van de vereniging tot een doel ander dan dat voor hetwelk zij tot stand is gekomen; bij onvermogen; bij ontstentenis van beheer; bij ernstige overtreding van de statuten, de wet of de openbare orde.
Deze beslissing wordt meegedeeld en gevoegd bij het dossier bedoeld in artikel 55, § 1, van deze wet.
Art. 59. Behoudens bepaling in de statuten of vanwege de vergadering, ingevolge de statuten daartoe aangewezen, benoemt de rechtbank van eerste aanleg, op met redenen omkleed verzoekschrift van het openbaar ministerie of van elke belanghebbende, de vereffenaars; deze werkzaamheden zijn geregeld door artikel 19 van deze wet.
Deze beslissingen worden meegedeeld en gevoegd bij het dossier bedoeld in artikel 55, § 1, van deze wet.
Art. 60. Onverminderd internationale overeenkomsten en zonder afbreuk te doen aan de openbare orde mogen internationale verenigingen waarvan de zetel in het buitenland is gevestigd en die onderworpen zijn aan een buitenlandse wet, hun activiteiten in België uitoefenen onder andere door toedoen van een aldaar gevestigd bijkantoor. Op hun verzoek reikt de minister van Justitie of zijn afgevaardigde hen een attest uit waaruit blijkt dat de statuten in overeenstemming zijn met de bepalingen van de artikelen 53, 54 en 56 van deze wet.
Art. 61. De Belgische regering wordt gemachtigd tot het sluiten van tractaten met vreemde Staten teneinde, naar de grondslagen van deze wet, een internationaal statuut voor de internationale verenigingen zonder winstoogmerk tot stand te brengen. »
Verantwoording
Art. 53
Artikel 53 vervangt artikel 1 van de wet van 25 oktober 1919 en geeft een nieuwe omschrijving aan de internationale verenigingen zonder winstoogmerk waaraan bij koninklijk besluit rechtspersoonlijkheid kan worden verleend en die kunnen verkrijgen dat de woorden « internationale vereniging zonder winstoogmerk » aan hun benaming wordt toegevoegd.
Het gaat om verenigingen samengesteld uit personen van verschillende nationaliteiten (ten minste twee) die handelen ten voordele van een niet-winstgevend doel van internationaal nut en daarbij de openbare orde niet schenden. Deze voorwaarden zijn trouwens reeds vermeld in de voorbereidende werkzaamheden betreffende de wet van 25 oktober 1919 (Stuk Kamer, zitting 09/10 Verslag namens de commissie van de heer Van Cleemputte, nr. 221, 3 mei 1910, blz. 14 en 19) en worden in dit ontwerp nader omschreven. De vereiste van verschillende nationaliteiten is eveneens geïnspireerd op het ontwerp van reglement van de Raad van de Europese Gemeenschappen houdende het statuut van de Europese vereniging (PB nr. C 236 van 31 augustus 1993) en vormt een element tot appreciatie van het internationale karakter van de vereniging.
Artikel 1 van de Overeenkomst opgemaakt te Straatsburg op 24 april 1986 heeft voor de formulering van het eerste lid model gestaan.
Het amendement vervangt bovendien de woorden « zonder winstbejag » door de woorden « zonder winstoogmerk », waarbij voor de definitie ervan rekening is gehouden met de definitie gegeven in het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 27 juni 1921.
De doelstellingen van internationale verenigingen zonder winstoogmerk zijn ook niet langer beperkt. De beperking van de activiteiten van de verenigingen tot de vijf in de huidige wet opgesomde doeleinden was gestoeld op veiligheidsoverwegingen die voortvloeiden uit een gevoel van wantrouwen en vrees die buitenlandse verenigingen toen veroorzaakten. Het spreekt vanzelf dat daarvan nu geen sprake meer is.
Het enige voorbehoud dat in deze tekst ontwerp wordt overgenomen, bestaat erin dat de internationale vereniging door haar voorwerp, doel of activiteiten de openbare orde niet mag schenden.
Dit begrip, dat reeds voorkwam in artikel 8 van de wet van 1919, wordt gewoonlijk omschreven als « (loi) qui touche aux intérêts essentiels de l'État ou de la collectivité, ou qui fixe, dans le droit privé, les bases juridiques fondamentales sur lesquelles repose l'ordre économique ou moral d'une société déterminée (H. De Page, Traité élémentaire de droit civil, T.I., Brussel 1933, nr. 91). De studie van J. Hauser (« Ordre public et bonnes moeurs » in Répertoire de droit civil, Dalloz, 1975) parafraserend, onderscheidt professor P. Orianne zes gebieden waarin een homogeen geheel van regels in verband met de openbare orde in acht kan worden genomen : de openbare orde van de Staat, de procedurele openbare orde, de strafrechtelijke openbare orde, de economische en sociale openbare orde en de burgerlijke openbare orde (P. Orianne, Introduction au système juridique, Bruylant, 1982, blz. 74).
Aangezien de doeleinden van de verenigingen niet langer beperkt zijn, is het noodzakelijk dit begrip in te voegen in artikel 53 van het ontwerp, zodat de regering verzoeken kan afwijzen die kennelijk een inbreuk zijn op de openbare orde, daaronder begrepen de openbare veiligheid.
Opdat aan een internationale vereniging rechtspersoonlijkheid in de zin van het Belgische recht wordt verleend, moet zij haar maatschappelijke zetel in België vestigen en behouden. Dit criterium wordt thans overigens reeds toegepast.
Er moet ten slotte worden onderstreept dat bij het koninklijk besluit niet alleen rechtspersoonlijkheid in de zin van het Belgische recht wordt verleend, maar aan de betrokken vereniging ook toestemming wordt gegeven om de specifieke benaming « internationale vereniging zonder winstoogmerk » of « IVZW » te dragen. Deze benaming, alsmede de verplichte vermelding ervan op alle stukken van de vereniging, is voor derden een bijkomende waarborg dat de wettelijke procedure in acht is genomen.
Art. 54
De wijzigingen aangebracht in artikel 54 betreffende de verplichte vermeldingen in de statuten strekken er in hoofdzaak toe de wet aan de rechtspraak en de praktijk aan te passen.
Begrippen zoals « doel », « zetel », « leden » en « inrichting van het bestuur der vereniging en van het beheer der goederen », die in algemene bewoordingen waren gedefinieerd in de wet van 1919, zijn nader omschreven teneinde rekening te houden met de evolutie van de rechtspraak en de praktijk terzake.
De algemene aard van andere begrippen, zoals « algemeen beleidsorgaan » (het hoogste orgaan), « bestuursorgaan » (het uitvoerend orgaan) of « personen gemachtigd om te vertegenwoordigen » (de vertegenwoordigers) is evenwel behouden. Het is immers belangrijk om op het stuk van de structuren en de werking van internationale verenigingen voldoende soepelheid en vrijheid te bewaren aangezien de situatie waarin zij zich bevinden, vaak complexer is dan die van nationale verenigingen.
Voor de thans erkende internationale verenigingen worden deze woorden meestal opgevat als het equivalent van de algemene vergadering of de raad van bestuur in de zin van de wet op de nationale verenigingen zonder winstoogmerk.
In het ontwerp worden de organen van de internationale vereniging, te weten het algemeen beleidsorgaan en het bestuursorgaan, duidelijk omschreven, waarvan de bevoegdheden en onderlinge verhoudingen vrij in de statuten kunnen worden vastgesteld. In het ontwerp wordt de hoedanigheid van orgaan niet toegekend aan de « vertegenwoordiger(s) » van de vereniging, die als gewone gemachtigden worden beschouwd.
Deze tekst strekt er ook toe de doeleinden, de activiteiten, de middelen, de werking en de bestemming van het vermogen in geval van ontbinding te verduidelijken.
Uit de formulering van de punten 5 en 6 mag niet worden afgeleid dat geen andere beheers-, controle- of toezichtsorganen mogen worden opgericht. Een beheersstructuur die afwijkt van het gewone tweeledige model (algemene vergadering en raad van bestuur) moet mogelijk zijn gelet op de soepelheid die in dit verband nodig is om onder meer te kunnen voorzien in organisatiestructuren naar buitenlands recht.
Voornoemde soepelheid maakt het eveneens onmogelijk punt 5 te interpreteren als een verplichting voor de IVZW's om al hun beslissingen ter kennis te brengen van derden.
De hierboven omschreven vermeldingen zijn noodzakelijk om de rechten van derden te waarborgen.
De statuten moeten evenwel niet noodzakelijk bij authentieke akte zijn opgesteld.
Ten slotte is het nuttig geoordeeld om te preciseren dat ook wijzigingen van de statuten bij koninklijk besluit moeten worden goedgekeurd. Deze verplichting is conform de administratieve praktijk die door de rechtspraak is bevestigd (Brussel, 22 maart 1985, onuitgegeven).
Art. 55
Artikel 55 voorziet in de aanleg van een dossier voor iedere internationale vereniging die haar zetel al dan niet in België heeft gevestigd en op grond van de artikelen 53 en 60 vraagt dat haar het statuut van internationale vereniging zonder winstoogmerk wordt toegekend.
Voornoemd dossier wordt gehouden op het ministerie van Justitie en bestaat uit alle stukken en akten die krachtens de wet moeten worden voorgelegd en die voor derden van belang kunnen zijn.
Teneinde derden volledig in te lichten, bepaalt het ontwerp dat zij kosteloos kennis kunnen nemen van het dossier. In het kader van dit ontwerp moet evenwel niet worden voorzien in de afgifte van kopies aangezien die reeds kunnen worden verkregen overeenkomstig de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.
In artikel 55, § 2, worden de regels inzake bekendmaking in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, zoals heden voorzien in artikel 3 van de wet van 25 oktober 1919, nader omschreven. De koninklijke besluiten tot erkenning en tot goedkeuring van de wijzigingen van de statuten worden, op initiatief van het ministerie van Justitie, bij vermelding in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De andere, door de wet opgelegde, publicaties worden gedaan door de vereniging in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad.
Met het oog op de eenvoud is het woord « beroep » in deze bepaling geschrapt. Gelet op de voorstellen in verband met de statutaire vermeldingen zijn de woorden « leden die de vereniging besturen en beheren » vervangen door de woorden « bestuurders en personen die gemachtigd zijn om de vereniging ten aanzien van derden te vertegenwoordigen. »
Art. 56
Artikel 56 betreft de hervorming van de boekhoudkundige bepalingen. Het totale gebrek aan bepalingen inzake jaarrekeningen is gelet op de eisen van duidelijkheid en eenvormigheid gesteld aan verenigingen zonder winstoogmerk, niet langer aanvaardbaar.
Artikel 56 voegt in de wet de verplichting in om een jaarrekening op te stellen overeenkomstig de bepalingen die op grond van de hervorming van de wet van 27 juni 1921, zoals deze gewijzigd werd volgens de opmerkingen van de Raad van State, gelden voor de verenigingen zonder winstoogmerk. Er wordt voorzien in een controle door commissarissen onder dezelfde voorwaarden als die gesteld in verband met de hervorming van voornoemde wet.
Het voeren van een boekhouding, die reeds onontbeerlijk is voor nationale verenigingen zonder winstoogmerk, is des te noodzakelijker voor internationale verenigingen zonder winstoogmerk aangezien hun activiteiten omvangrijker en over een groter gebied verspreid zijn.
Er is ook voorzien in de mededeling ervan en in een bepaalde vorm van openbaarheid ten aanzien van derden (bekendmaking bij vermelding in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad en de mogelijkheid kosteloos kennis te nemen van de jaarrekeningen gevoegd bij het dossier bedoeld in artikel 55, § 1).
Gelet op de specificiteit, de omvang en het doel van internationaal nut van internationale verenigingen kan de Koning de vastgestelde boekhoudkundige criteria en verplichtingen aanpassen, waarbij hij rekening moet houden met de verscheidenheid van de toestanden in het buitenland.
De in dit ontwerp vastgestelde verplichtingen gelden niet voor internationle verenigingen die reeds onderworpen zijn aan bijzondere bepalingen welke krachtens de regels van internationaal privaatrecht in België toepasselijk zijn.
Er moet worden onderstreept dat dezelfde boekhoudkundige regels worden toegepast op buitenlandse verenigingen die krachtens artikel 60 van de wet van 1919 vragen in België activiteiten te verrichten door toedoen van een bijkantoor.
Art. 57
Deze bepaling neemt artikel 3 van de wet van 25 oktober 1919 over.
Art. 58
De in artikel 5 van de wet van 1919 bepaalde redenen van ontbinding worden nader omschreven teneinde ook de gevallen te omvatten waarin sprake is van ernstige problemen met de werking van de vereniging. De beslissingen tot ontbinding worden meegedeeld en gevoegd bij het dossier bedoeld in artikel 55, § 1, van de wet
Art. 59
De uitdrukkelijke verwijzing naar de Belgische wetten op de handelsvennootschappen bij vereffening van internationale verenigingen zonder winstoogmerk waarin thans is voorzien, wordt geschrapt teneinde het ontwerp in overeenstemming te brengen met de regeling inzake de vereffening van nationale verenigingen zonder winstoogmerk. De beslissingen inzake vereffening worden eveneens meegedeeld en bij het dossier bedoeld in artikel 55, § 1, gevoegd.
Art. 60
De verenigingen die een niet-winstgevend oogmerk van internationaal nut nastreven en waarvan de maatschappelijke zetel in het buitenland gevestigd is, kunnen de rechten die uit hun nationaal statuut voortvloeien, rechtstreeks in België uitoefenen. Verenigingen die hun zetel in het buitenland hebben gevestigd, kunnen eveneens in België optreden door toedoen van een in België gevestigd bijkantoor. Deze mogelijkheid wordt hen reeds in de huidige wetgeving geboden door een combinatie van de artikelen 53 en 60, alsook door de toepassing van de internationaal privaatrechtelijke regels inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid.
Onverminderd de bepalingen uit internationale overeenkomsten bepaalt de voorgestelde tekst dat buitenlandse internationale verenigingen, om te kunnen handelen in België, hun rechtspersoonlijkheid erkend zien onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de in België opgerichte internationale verenigingen zonder winstoogmerk. Deze bepaling heeft tot doel te voorzien in een gelijke behandeling van buitenlandse verenigingen die in België een bijkantoor zonder eigen rechtspersoonlijkheid wensen te openen en in ons land opgerichte internationale verenigingen. De vereniging kan aan de bevoegde administratie vragen haar een attest af te geven waarbij wordt vastgesteld dat de statuten van de buitenlandse internationale vereniging in overeenstemming zijn met de in artikelen 53, 54 en 56 omschreven voorschriften, waarbij de administratie bij haar beoordeling rekening moet houden met de in dit verband vereiste soepelheid.
Bovendien belet niets de leden van een in het buitenland gevestigde internationale vereniging om in België een internationale vereniging in de zin van het Belgische recht op te richten.
Art. 61
Gelet op de voorstellen hierboven, wordt het woord « wetenschappelijk » in artikel 9 van de huidige wet vervangen door de woorden « zonder winstoogmerk ».
Art. 50
Dit artikel aanvullen met een nieuw lid, luidende :
« De internationale verenigingen zonder winstoogmerk waaraan rechtspersoonlijkheid is verleend, dan wel toestemming is gegeven om in België de rechten uit te oefenen welke voortvloeien uit hun nationaal statuut voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet, moeten zich naar de bepalingen ervan gedragen binnen een door de Koning te bepalen termijn of termijnen, die niet korter mogen zijn dan een jaar en niet langer mogen zijn dan vijf jaar te rekenen van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. »
Verantwoording
Er wordt in bijkomende termijnen voorzien om aan bestaande internationale verenigingen die voor het tijdstip van voornoemde inwerkingtreding krachtens de artikelen 53 en 60 van de wet rechtspersoonlijkheid hebben gekregen, dan wel toestemming om in België activiteiten te verrichten door toedoen van een aldaar gevestigd bijkantoor, de mogelijkheid te bieden zich aan de bepalingen van de nieuwe wet aan te passen. Deze termijnen, welke door de Koning moeten worden bepaald, mogen niet korter zijn dan een jaar en niet langer dan vijf jaar te rekenen van de inwerkingtreding van de wet.
Art. 53 (nieuw)
Een artikel 53 (nieuw) invoegen, luidende :
« Art 53. De wet van 25 oktober 1919 tot verlening van rechtspersoonlijkheid aan de internationale verenigingen met menslievend, godsdienstig, wetenschappelijk, artistiek of pedagogisch doel, gewijzigd bij de wet van 6 december 1954, wordt opgeheven. »
Verantwoording
Dit amendement is het logisch gevolg van amendement nr. 64 op artikel 2.
Art. 18
Het voorgestelde artikel 10 vervangen als volgt :
« Art. 10. Op de zetel van de vereniging wordt een register van de leden gehouden. Dit register bestaat uit een alfabetische lijst met de naam, voornamen en woonplaats of, ingeval het rechtspersonen betreft, de naam en de zetel van de leden. Bovendien moeten alle beslissingen betreffende toetreding, uittreding of uitsluiting van leden door de raad van bestuur in dat register worden ingeschreven binnen acht dagen nadat hij van de beslissing in kennis is gesteld. Een kopie van het register wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waar de vereniging haar zetel heeft. Het neergelegde stuk wordt bewaard in het dossier bedoeld in artikel 26novies. Bij wijziging in de samenstelling van de vereniging wordt een kopie van het bijgewerkte register binnen een maand te rekenen van de verjaardag van de neerlegging van de statuten neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waar de vereniging haar zetel heeft. Het neergelegde stuk wordt bewaard in het dossier bedoeld in artikel 26novies.
Alle leden kunnen aldaar ook alle boekhoudkundige stukken van de vereniging raadplegen, alsmede alle notulen en beslissingen van de raad van bestuur of van de personen, al dan niet met een bestuursfunctie, die bij de vereniging of voor rekening ervan een mandaat bekleden. »
Verantwoording
Het wetsontwerp zoals het gelibelleerd is in artikel 18 voorziet twee formaliteiten : een ledenlijst en een register. In de huidige stand van zaken beperkt men zich echter tot het eerste stuk. Bedoeling is uiteraard in het kader van het eenloketprincipe alles in een dossier te verzamelen bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het risico met twee formaliteiten zou erin kunnen bestaan dat de neergelegde informatie niet overeenstemt met degene die bijgehouden wordt op de zetel van de VZW. Bovendien lijkt men twee verschillende formaliteiten af te dwingen terwijl men eigenlijk hetzelfde beoogt.
Vandaar dat het amendement de meest volledige en wenselijke formaliteit overneemt, zijnde het register en de wijzigingen en de ledenlijst de facto een afgeleide van het register vervangt door een kopie van het register dat moet worden neergelegd en gevoegd in het genoemd dossier. Het register zelf moet punctueel bijgehouden worden inschrijving binnen de acht dagen , de kopie moet eenmaal per jaar neergelegd worden bij de griffie met name binnen een maand te rekenen van de verjaardag van de neerlegging van de statuten. Deze termijnen komen overeen met degene vastgelegd in artikel 18 van het wetsontwerp. Op dit punt is er met andere woorden geen wijziging.
Art. 38
Het voorgestelde artikel 26novies, § 1, tweede lid, vierde streepje, vervangen als volgt :
« een kopie van het register en de wijzigingen erin, die overeenkomstig artikel 10 zijn neergelegd; »
Verantwoording
Dit volgt logischerwijs uit het amendement nr. 68 op artikel 10 van de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend.
Art. 26
Paragraaf 6 van het voorgestelde artikel 17 vervangen als volgt :
« § 6. De verenigingen bedoeld in § 3 moeten de controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid ten opzichte van de wet en van de statuten van de verrichtingen die in de jaarrekening moeten worden vermeld, opdragen aan een of meer commissarissen. »
Verantwoording
De wetgever kan de controle door commissarissen, die instaan voor een degelijke externe audit, niet aan de beslissing van een VZW omschreven in § 3 zelf overlaten.