2-47

2-47

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 25 MEI 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Meryem KaÁar aan de vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer over ęde weekendongevallenĽ (nr. 2-135)

Mevrouw Meryem KaÁar (AGALEV). - Van bij de aanvang van het weekend beginnen de berichtgevingen over de verkeersslachtoffers. Elke maandagochtend worden we dan geconfronteerd met de balans van verkeersongevallen, doden en zwaargewonden die tijdens het weekend werd opgemaakt. Deze balans is nog schrijnender wanneer het een verlengd weekend betreft, zoals onlangs het geval was met het Paasweekend waarin 24 doden vielen. Meestal gaat het om jongeren tussen 18 en 24 jaar. Deze berichtgevingen worden gebanaliseerd en het fenomeen dreigt maatschappelijk aanvaard te worden.

Volgens de cijfers van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid die ik heb opgevraagd, telde men in 1998 in BelgiŽ 1500 verkeersdoden. Tijdens de week vielen er 852 en tijdens de weekends 648 doden, of 43% . Tijdens de weekendnachten vielen er 279 doden, ongeveer 19% van alle verkeersdoden.

Het is bekend dat 35% van de bestuurders betrokken in de nachtelijke weekendongevallen tussen 18 en 24 jaar oud zijn. Ze zijn echter niet alleen in de weekendongevallen betrokken, ze vertegenwoordigen ook 57% van alle ernstige ongevallen tijdens de week.

De analyse van de ongevallencijfers door het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid leert dat, bij gelijke verkeersdeelname, jonge bestuurders tot 4 maal meer kans lopen om betrokken te zijn bij een ernstig ongeval dan de andere bestuurders. Bovendien zijn de mannen in de weekendongevallen oververtegenwoordigd. Slechts 16 % van de dode en de zwaargewonde bestuurders zijn vrouwen en 84 % mannen. Voorts is er ook vastgesteld dat er bij jonge bestuurders veel meer ernstige aanrijdingen gebeuren tegen een vaste hindernis buiten de rijbaan dan bij oudere bestuurders.

Belangrijke factoren hiervoor zijn onder andere:

leeftijdsgebonden factoren zoals onafhankelijkheidsdrang, noodzaak aan mobiliteit, het behoren tot de wereld van de volwassenen, prestatiedrang, enzovoort. Jongeren ondergaan sterk de invloed van hun onmiddellijke omgeving (vrienden), terwijl hun leefpatroon cultureel en maatschappelijk wordt bepaald door heersende opvattingen en trends (de auto is symbool van vrijheid en emotie); gebrek aan rijervaring; alcoholgebruik; het niet vertrouwd zijn met de weg.

Maatregelen hiertegen zijn reeds voorgesteld. Een centraal punt in de verkeersveiligheid is de beÔnvloeding van het rijgedrag door in te werken op de mens zelf, op het voertuig en op de (weg)omgeving.

Ik wens hier te wijzen op een tweetal maatregelen:

De verhoging van het verkeerstoezicht en het strafrechtelijk optreden van de politiediensten. Dit zijn de enige middellen om op directe wijze en op korte termijn het rijgedrag van de bestuurders te beÔnvloeden. Hierdoor zal de pakkans worden verhoogd. De dagbladen vermelden thans waar die dag snelheidscontroles worden gehouden. Dat is zeer absurd.

Een hoge pakkans volstaat uiteraard niet wanneer de kans reŽel is dat men achteraf niet wordt vervolgd of men pas later wordt gestraft.

De preventieve effecten van het strafrechtelijk beleid moeten ten volle worden benut door een grotere transparantie en door het automatisme van de vervolging en de bestraffing, door middel van de uitbreiding van het systeem van de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs en van de onmiddellijke inning.

Bij jonge bestuurders die zware overtredingen begaan, moet sneller de link worden gelegd met de opleiding en moeten herscholingscursussen worden ingericht.

Sensibilisatie en verantwoordelijkheidszin van de jongeren en de sociale omgeving van de jongeren. Jongeren moeten door hun omgeving worden aangespoord om een veilig en sociaal rijgedrag aan te nemen. Dat moet onder meer blijken uit het rijgedrag van de ouders, de manier waarop de auto in de maatschappij wordt voorgesteld (autoreclame), personen en organisaties die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met jongeren en verkeer, zoals de horeca- sector, dancings, jeugdverenigingen, autoconstructeurs, enzovoort.

Graag verneem ik van de minister:

1. of ze een specifiek beleid voert tegen de weekendongevallen;

2. of ze een preventiebeleid zal voeren om de bestuurders en hun sociale omgeving verantwoordelijkheidsbesef bij te brengen om zo een maatschappelijke mentaliteitswijziging tot stand te brengen;

3. of ze de strafmaat voor verkeersdelicten zal verhogen, door naast de financiŽle straf ook het rijbewijs in te trekken, wat efficiŽnter en directer is? Een financiŽle veroordeling alleen heeft immers geen effect voor bestuurders die hun geldboete terugbetaald krijgen door hun werkgever.

4. of ze de auto's zal doen uitrusten met toestellen voor een automatische snelheidsbeperking?

Mevrouw Isabelle Durant, vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer. - Ik zal een precies antwoord geven op uw vier vragen.

Zoals in uw nota is uiteengezet, zijn pakkans en een consequent vervolgingsbeleid en strafbeleid essentiŽle pijlers in de strijd tegen de weekendongevallen. Het gaat hier evenwel om twee aangelegenheden die niet tot de bevoegdheid behoren van de Minister bevoegd voor het wegverkeer, maar wel tot de bevoegdheid van respectievelijk de Minister van Binnenlandse Zaken als verantwoordelijke voor de politiediensten en de Minister van Justitie.

Het programma Handhaving van de Afdeling Onderzoek en Advies van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid onderzoekt relevante aspecten van de `verkeersproblematiek' als basis voor het formuleren van aanbevelingen aan haar doelgroep: politie en justitie. Deze aanbevelingen moeten leiden tot doeltreffende en efficiŽnte handhaving, met als doelstelling de verkeersveiligheid te vergroten. Uit de literatuur blijkt immers dat handhaving een krachtig middel kan zijn ter beÔnvloeding van het menselijk gedrag.

Het weekend wordt vooral gekenmerkt door het samengaan van de belangrijkste ongevallenfactoren waar specifiek een beleid voor bestaat, bijvoorbeeld alcohol, snelheid, jongeren. De intensiteit van toezicht en sensibilisatie kan worden opgevoerd tijdens de weekends, zoals met de weekendcontroles op alcohol en nu ook drugs. In het raam van het Federaal Veiligheidsplan worden daarnaast volgende projecten voorgesteld m.b.t. jonge bestuurders: de integratie van de mobiliteitsopvoeding in het secundair onderwijs, de inhoudelijke verbetering van de rijopleiding, een getrapt rijbewijs met een opvolging van nieuwe bestuurders en eventueel in combinatie met een rijbewijs met punten, de intensifiŽring van het gericht verkeerstoezicht en het opleggen van alternatieve straffen.

Het antwoord op uw tweede vraag is dat het BIVV reeds vele jaren sensibilisatiecampagnes voert tot wijziging van de mentaliteit van de bestuurders en op langere termijn tot wijziging van maatschappelijke normen en waarden. Mede dankzij de BOB-campagne wordt de combinatie van alcohol en rijden aanzien als asociaal gedrag. Eenzelfde resultaat wordt nagestreefd met het probleem van onaangepast snelheidsgedrag.

In een recent verleden is herhaaldelijk campagne gevoerd tegen de weekendongevallen, precies met als doel de jongeren te wijzen op de gevaren van onverantwoord rijgedrag en de vaak desastreuze gevolgen, niet alleen voor zichzelf maar ook voor hun vrienden-passagiers.

Het responsabiliseringsaspect staat hierbij centraal, zonder daarom belerend over te komen. Bij deze campagnes beperkt men er zich reeds lang niet meer toe affiches aan te brengen langs de openbare weg. De doelgroepen worden op een veel actievere wijze bij de campagnes betrokken. Affiches, folders met bijkomende uitleg worden ter beschikking gesteld van jeugdbewegingen, de horeca, dancings, scholen en onderwijsinstellingen. Ook nieuwe media zoals internet worden ingezet bij de sensibilisering.

Ik zal dezelfde aanpak stimuleren en met het BIVV zoeken naar nieuwe pistes om meer burgerzin in het verkeer te brengen, ook specifiek bij de jongeren.

Dan kom ik tot uw derde vraag. Bij de projecten die worden voorgesteld in het raam van het Federaal Veiligheidsplan wordt de categorisering van de verkeersovertredingen vermeld. In dit project is er sprake van verschillende minimumboetes en de uitbreiding van het systeem van onmiddellijke inning. De vigerende wetgeving, de artikelen 38 tot 42 van de Wegverkeerswet, inzake het verval van het recht tot sturen, door de rechter uitgesproken als straf of wegens lichamelijke ongeschiktheid, laat onvoldoende ruimte om met kennis van zaken veiligheidsmaatregelen op te leggen aan bestuurders die een gevaar betekenen voor de andere weggebruikers en moet dus worden aangepast. Dit zal gebeuren in overleg met de Minister van Justitie.

De technische uitrusting van voertuigen is een materie die volledig geregeld wordt op Europees niveau. Uiteraard worden alle initiatieven die de Europese Commissie neemt, door BelgiŽ gesteund.

Het BIVV rondde een onderzoek af waarbij werd gepeild naar het draagvlak bij de Belgische bevolking voor de invoering van een intelligent systeem tot aanpassing van de snelheid van voertuigen (Intelligent Speed Adaptation, ISA). De resultaten van dit draagvlakonderzoek laten toe in te schatten in welke mate de bevolking open staat voor de invoering van een dergelijke systeem en in welke mate de bevolking nog overtuigd dient te worden. Dergelijke maatregelen vallen of staan immers met het draagvlak. De resultaten van deze studie zullen binnenkort worden bekendgemaakt.

Lopende demonstratieprojecten in Zweden, Nederland en straks ook in BelgiŽ, onder andere in Gent, laten ons toe intelligente snelheidsbegrenzers in personenwagens te evalueren. ISA kan potentieel het snelheidsprobleem beheersen. Als minister zal ik demonstratieprojecten in BelgiŽ steunen. Dat is belangrijk om een mentaliteitsverandering teweeg te brengen.

De Europese Unie heeft onder haar prioriteiten op korte en middellange termijn, een wetgeving voorgesteld in verband met snelheidsbegrenzers voor lichte vrachtwagens vanaf 3,5 ton. Vandaag is een snelheidsbegrenzer nodig in vrachtwagens met een MTM van meer dan 10 ton en in autobussen van meer dan 12 ton MTM.

Momenteel wordt overleg gepleegd over de prioriteiten inzake verkeersveiligheid die tijdens het Europese voorzitterschap van BelgiŽ in de tweede helft van 2001 aan bod moeten komen. Ik praat daarover met mijn Franse collega, die deze zomer het voorzitterschap zal waarnemen, maar ook met Zweden, dat net vůůr BelgiŽ komt. Een gezamenlijke Europees aanpak is belangrijk. Mogelijk kan BelgiŽ deze initiatieven ook een duw geven als het voorzitter van de Europese Unie wordt.

Mevrouw Meryem KaÁar (AGALEV). - Ik dank de minister voor haar uitgebreid antwoord. Het verheugt me te horen dat er een goed beleid wordt gevoerd. Ik zal dat van nabij blijven volgen.

- Het incident is gesloten.