2-45

2-45

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 11 MAI 2000 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Erika Thijs à la ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement sur «l'augmentation de la consommation du médicament Rilatine» (n° 2-121)

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder, is een moeilijk te diagnosticeren ziektebeeld dat pas de laatste jaren onderscheiden kan worden van gedragsproblemen die eigen zijn aan het opgroeien. Ik kom zelf uit het onderwijs en had in mijn klas vaak kinderen die niet konden stilzitten.

Als ADHD vastgesteld wordt, wordt meestal Rilatine voorgeschreven. Rilatine behoort tot de familie van de amfetamines en werkt als stimulans in op het centrale zenuwstelsel.

De meningen omtrent dit geneesmiddel zijn verschillend. Tegenstanders wijzen erop dat de hersenen bij jonge kinderen nog niet volledig ontwikkeld zijn en vrezen voor nevenwerkingen zoals depressiviteit en eetstoornissen. Jeugdpsychologe Hedwige Stellamans-Wellens kiest dan ook als oplossing voor de gedragstherapie. Volgens jeugd- en kinderpsychiater Marina Danckaerts van de KULeuven daarentegen is bijna 80 procent van de ADHD-gevallen het gevolg van erfelijke afwijkingen, 10 procent van hersenafwijkingen en slechts een klein deel is terug te brengen tot opvoedkundige problemen thuis of op school.

De verkoop van Rilatine in België is verdubbeld van 1995 tot 1999 van 90.000 tot 200.000 dozen van 20 pilletjes. Deze verdubbeling wordt verklaard als een "inhaalbeweging" omdat het ziektebeeld ADHD pas recent ontdekt is door Belgische huisartsen en specialisten. Gaan wij naar Amerikaanse toestanden waar 1,5 procent van alle kleuters tussen 2 en 5 jaar ofwel Rilatine ofwel antidepressiva slikt?

Ook bij scholieren is Rilatine niet onbekend, vanwege het effect van het verpulverde goedje wanneer het wordt opgesnoven zoals cocaïne. In Amerika en ook in Nederland wordt dit "geneesmiddel" op de speelplaats "gedeald". Volgens hoogleraar Paul Schepens gaat het hier niet om een onschuldig pilletje maar om een echte amfetamine die het centrale zenuwstelsel stimuleert en bij verkeerd en overmatig gebruik tot verslaving, gewelddadig gedrag en psychoses kan leiden.

Daarom had ik graag van de minister vernomen of er aan het voorschrijven van Rilatine een nauwkeurig afgebakend psychologisch en lichamelijk onderzoek voorafgaat dan wel of men zich ook enkel mag baseren op "klachten" waardoor het voorschrijven van Rilatine ook een gemakkelijkheidsoplossing kan zijn.

Heeft men onderzocht in welke mate het gebruik van Rilatine negatieve gevolgen heeft op de lichamelijke en psychologische ontwikkeling van kleuters? Zo ja, houdt men hiermee dan ook rekening? Wat doet de overheid onder het moto "beter voorkomen dan genezen" om te voorkomen dat Rilatine een ware drug wordt bij jongeren zoals men in Amerika en ook al in Nederland kan vaststellen? Kan er gecontroleerd worden of het voorgeschreven geneesmiddel ook werkelijk wordt ingenomen door de patiënt aan wie het werd voorgeschreven? Dit om te voorkomen dat Rilatine als drug wordt verhandeld.

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - Mevrouw Thijs vraagt of aan het voorschrijven van Rilatine een nauwkeurig lichamelijk en psychisch onderzoek voorafgaat. Ik kan alleen antwoorden dat we ervan uitgaan dat zulks inderdaad gebeurt. Ik heb geen enkele aanwijzing dat de artsen er lichtzinnig mee omspringen. Voor het voorschrijven van medicamenten en de noodzakelijke voorafgaande onderzoeken rekenen wij op de verantwoordelijkheidszin van het medische korps.

Ze vroeg mij ook of onderzoeken hebben aangetoond dat deze medicamenten aan kleuters worden toegediend en of er, bij de toediening aan ADHD-patiënten, eenduidige negatieve gevolgen zijn voor de lichamelijke en psychologische ontwikkeling van het kind. Over het gebruik door kleuters hebben wij geen afzonderlijke gegevens en met betrekking tot de negatieve gevolgen wijs ik erop dat er met dit medicament, zoals trouwens met alle andere medicamenten en zeker met amfetamines, uiterst voorzichtig moet worden omgesprongen. Ook hiervoor rekenen wij op de verantwoordelijkheidszin van de arts.

Ik ben van mening dat de situatie in de Verenigde Staten en Nederland niet kan worden vergeleken met de situatie in België. Bij ons wordt dit geneesmiddel als een verdovend middel beschouwd en de distributie hiervan is aan een uiterst strenge controle onderworpen. Elk comprimé kan als het ware gevolgd worden tot bij het gezin waar het terecht komt. Meer kunnen we niet doen. Ook het gedrag van volwassenen inzake medicatie kan niet volledig worden gecontroleerd. Sommigen respecteren de duur van de medicatie niet, ze wordt onderbroken, hervat, enzovoort. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk dat in een gezin een bepaald voorschrift niet werd ingediend en blijft rondslingeren zodat anderen het nadien kunnen gebruiken. We kunnen dat niet controleren.

Mevrouw Thijs wijst terecht op de belangrijke toename van het gebruik van dit medicament. Er wordt mij verzekerd dat dit een normale evolutie is. Als een recent middel op de Belgische markt komt, volgt er eerst een fase waarin het medicament wordt "ontdekt", wat een verklaring is voor de toename in het gebruik. Ik zal vragen om deze evolutie van nabij te volgen.

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - De minister zegt dat de toestand in de Verenigde Staten en die in Nederland niet met de onze kunnen worden vergeleken, maar wanneer het in de Verenigde Staten regent, druppelt het ook wel eens bij ons. Ik wijs er op dat het gebruik van het medicament bij ons op vier jaar tijd meer dan verdubbeld is.

In het tijdschrift Semper verscheen deze week weer een enorm grote advertentie voor Rilatine. Dat vraagt toch wel een bijzondere waakzaamheid. Het is natuurlijk gemakkelijker probleemkinderen in de klas een pilletje te doen slikken dan ze extra te begeleiden en ze eventueel andere taken te geven waarbij ze zich goed voelen, want daar gaat het vaak om. Ik heb zelf tien jaar voor de klas gestaan en ken de problemen. Wij moeten niet kiezen voor een gemakkelijkheidsoplossing. Ook hier is het beter te voorkomen dan te genezen. Er moet tijdig worden ingegrepen zodat praktijken zoals in Nederland, waar Rilatine op de speelplaatsen van de scholen wordt verhandeld, geen ingang vinden. Het is nu al moeilijk genoeg om de scholen drugsvrij te houden.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Ik heb reeds enkele schriftelijke vragen gesteld omtrent deze problematiek.

Het is al te gemakkelijk de verantwoordelijkheid af te wentelen op de artsen.

De cijfers wijzen op een verdubbeling, op bijna een verdrievoudiging van het gebruik van Rilatine. Ik beschouw het voorschrijven van dit geneesmiddel niet als een gemakkelijkheidsoplossing, het is helemaal géén oplossing. Vaak wordt Rilatine voorgeschreven voor kinderen die niet aan ADHD lijden, maar die onaangepast gedrag vertonen omdat zij niet opgewassen zijn tegen de stress in onze samenleving. Wij hebben hier te maken met een samenlevingsprobleem, dat individuele artsen moeilijk kunnen beoordelen. Het is de taak van de overheid om de wetenschappelijke wereld hierover epidemiologisch onderzoek te doen verrichten en eventueel sturend op te treden. Vele artsen zijn zich wellicht niet bewust van de problematiek en schrijven het product al te gemakkelijk voor aan kinderen die alleen maar gestresseerd of zenuwachtig zijn. Ik vermoed geen kwade bedoelingen, maar dring erop aan dat de minister dit probleem ernstig neemt, onderzoek laat uitvoeren en enigszins sturend optreedt ten opzichte van het artsenkorps.

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - Mijn antwoord was duidelijk. Bij vele geneesmiddelen constateert men aanvankelijk een take off en is er naderhand een stabilisatie. Ik heb mevrouw Thijs beloofd de evolutie van het gebruik van dit geneesmiddel te zullen opvolgen. Indien er een blijvende toename wordt geconstateerd, moeten er maatregelen worden genomen.

Ik wil erop wijzen dat Rilatine in België als verdovingsmiddel is gecatalogeerd en dat het door de arts moet worden voorgeschreven. De heer Vankrunkelsven weet zeer goed dat de minister zich hierin op generlei wijze mengt. Elk voorstel van een minister om het voorschrijfgedrag van de artsen te beïnvloeden, stuit op hevige tegenstand. Dat de heer Vankrunkelsven pleit voor sturende maatregelen vanwege de minister, is dan ook heel vermakelijk. Ik raad hem aan hierover een artikel te publiceren in De Huisarts. Ik zal niet moeilijk doen en het probleem opvolgen.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - In dit verband is er geen sprake van een take off. Dit geneesmiddel is al zeker twintig jaar oud. Een dergelijke plotselinge stijging is onrustwekkend.

Ik geef toe dat ik al vaak verwijten heb gekregen naar aanleiding van mijn opmerkingen dat de politiek soms sturend zou moeten optreden. Ik zal deze opvatting in elk geval blijven verdedigen en vraag de minister een initiatief te nemen.

- L'incident est clos.