2-39

2-39

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 6 APRIL 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Michiel Maertens aan de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu over «de controle op en het gebruik van genetisch gemanipuleerde organismen in voeding» (nr. 2-200)

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Sinds een paar weken wijzen grote Greenpeace-affiches in de belangrijkste spoorwegstations op de schade van genetisch gemodificeerde organismen, ggo's, voor het milieu en de biodiversiteit. Het is nochtans algemeen bekend dat onze voeding deels uit ggo's bestaat.

Recent onderzoek leerde dat in België 37% van de Franstaligen en 55% van de Nederlandstaligen nog nooit van ggo's hebben gehoord. Een degelijke voorlichting is derhalve belangrijk met het oog op de volksgezondheid.

Volgens de Europese regelgeving moet het gebruik van ggo's in voedingswaren op de verpakking worden vermeld. Dit werd reeds in het Belgisch recht omgezet, maar in de praktijk is daarvan weinig of niets te merken. Er is derhalve op dat stuk heel veel werk aan de winkel.

Op welke wijze licht de minister de bevolking over het gebruik van ggo's voor? Hoe wordt de controle op het gebruik van ggo's in voedingswaren georganiseerd ? Op welke wijze wordt de controle op de vermelding van ggo's op de verpakking van voedingswaren georganiseerd ? Welke resultaten werden behaald en wat zijn de verdere beleidsopties terzake?

(Voorzitter: mevrouw Sabine de Bethune, eerste ondervoorzitter.)

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - De etiketteringswetgeving is een Europese aangelegenheid. In het verleden heeft de etikettering van genetisch gemodificeerde organismen inderdaad vaak voor problemen gezorgd. Het heeft zeer lang geduurd vooraleer een goede regeling kon worden uitgewerkt. Ik heb de debatten als Europees parlementslid meegemaakt. Uiteindelijk is eind 1999 een veel betere en meer sluitende reglementering uitgewerkt die uiteraard ook in België wordt toegepast.

De aanwezigheid van ggo's op de velden wordt door het ministerie van Landbouw gecontroleerd. De controle op de aanwezigheid van ggo's in voedingsmiddelen wordt gedaan door het ministerie van Volksgezondheid, meer bepaald door de Algemene Eetwareninspectie.

De Algemene Eetwareninspectie heeft in 1998 en 1999 telkens een dertigtal monsters genomen van voedingsmiddelen uit de kleinhandel die soja of maïs als ingrediënt hebben. Er werden monsters genomen van zoveel mogelijk verschillende voedselgroepen die deze ingrediënten kunnen bevatten, en van verschillende merken en distributieketens. De monsters werden voor analyse bezorgd aan het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid-Louis Pasteur, dat het DNA van de monsters onderzocht om na te gaan of er genetisch gemodificeerde soja of maïs aanwezig was.

Op deze manier wordt een controle beoogd op de naleving van de etiketteringsvoorschriften, maar tegelijkertijd is er ook een controle op de eventuele aanwezigheid van niet-toegelaten ggo's. In geen enkel van de monsters van 1998 werd genetisch gewijzigd DNA aangetroffen. In geen enkel van de 15 monsters van 1999 met maïs, werd genetisch gewijzigd DNA aangetroffen. In 3 van de 15 monsters met soja-ingrediënten werd wel genetisch gewijzigd DNA gevonden. Deze resultaten dateren van 3 april 2000. Een van deze voedingsmiddelen was ook als dusdanig geëtiketteerd. Voor de twee andere was er dus een inbreuk op de etiketteringswetgeving en de verantwoordelijken krijgen een waarschuwing.

Het is mogelijk dat ingrediënten afgeleid zijn van genetisch gemodificeerde maïs of soja, maar dat er toch geen intact DNA gevonden wordt, bijvoorbeeld door de hittebehandelingen tijdens de bereiding. Het is dan onmogelijk om in het laboratorium de aanwezigheid van ggo's op te sporen. Teneinde de controleerbaarheid van de etiketteringswetgeving te verzekeren, is de vermelding op het etiket niet verplicht als in het laboratorium geen gewijzigd DNA of proteïne kan worden gevonden.

Momenteel zijn de analyses nog duur en nemen ze veel tijd in beslag. Hierin wordt op relatief korte tijd verbetering verwacht, aangezien er grote inspanningen worden gedaan op het vlak van opbouw en uitwisseling van ervaring tussen verschillende laboratoria in Europa. Het feit dat voedinsmiddelen zeer complex zijn en er zeer veel verschillende voedingsmiddelen worden onderzocht, bemoeilijkt de analyse. Dat is minder het geval indien men ingrediënten bemonstert.

In 2000 zullen de controle-inspanningen worden opgevoerd. Verordening 49/2000, die vanaf 11 april 2000 van toepassing zal zijn, bepaalt dat de aanwezigheid van ggo's op het etiket van het eindproduct moet worden worden vermeld, als genetisch gemodificeerd DNA in het ingrediënt detecteerbaar is. We kunnen dus naast eindproducten ook ingrediënten bemonsteren en de inspecteurs zullen instructies krijgen voor controles in voedingsbedrijven. Niettemin wijs ik erop dat etiketteringscontrole geen kwestie van volksgezondheid is.

In het Europees Parlement staat volgende week een zeer belangrijk debat over ggo's op de agenda. De richtlijn 90/220, die uitdrukkelijk in het regeerakkoord is vermeld, zal worden herzien. De richtlijn is momenteel in tweede lezing en er worden enkele zeer belangrijke amendementen besproken. De Europese Raad heeft in eerste lezing amendementen aangenomen die vroeger waren verworpen. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa zien we op dat vlak meer voorzichtigheid en waakzaamheid ontstaan. Hoewel Groot-Brittannië in het verleden een van de vurigste verdedigers was van ggo's, heeft de Britse premier Blair onlangs uitspraken gedaan waaruit bleek dat volgens hem over ggo's weliswaar geen godsdienstoorlog moet worden ontketend, maar dat men evenmin blind mag zijn voor mogelijke effecten op lange termijn. De nodige voorzichtigheid moet dan ook aan de dag worden gelegd.

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Ik dank de minister voor haar uitvoerig en hoopgevend antwoord. Ik wijs haar echter op de problematiek van richtlijn 95/2 in verband met de voorverpakte voedingsmiddelen. Brood is in ons land in de meeste gevallen niet voorverpakt. De ingrediënten zijn moeilijk controleerbaar, zelfs door de bakkers. Zowel in ons land als in de ons omringende landen, zijn daarover al grote debatten gevoerd. Ik dring er op aan om het brood, dat toch ons dagelijks voedsel is, op zeer strenge wijze te controleren. Dat is inderdaad nodig, want op drie van de vijftien stalen die op 3 april genomen werden, zijn duidelijk DNA-sporen gevonden. Dit kan een grote invloed hebben op onze voeding en op ons erfelijk materiaal. Vandaar het belang van een zeer strenge controle.