2-34

2-34

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 16 MAART 2000 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Erika Thijs aan de staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking over źde rol van de Internationale Samenwerking in het Afrikabeleid╗ (nr. 2-179)

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - Voor de vorige regering was internationale samenwerking een zeer belangrijk instrument dat ook bruikbaar bleef in periodes van politieke en diplomatieke spanningen in de relatie tussen BelgiŰ en Congo. Maar evenzeer als vroeger heeft internationale samenwerking ook vandaag een fundamentele rol in een doelmatig en geloofwaardig Congo- en Afrika-beleid.

Waarom reist staatssecretaris Boutmans niet mee naar Congo? Minister Michel beweerde hier enkele weken geleden dat hij op ÚÚn lijn staat met staatssecretaris Boutmans. Worden er vanuit de begroting van Ontwikkelingssamenwerking beloftes gedaan door de minister van Buitenlandse Zaken? Pleegde minister Michel over de Congo-reis overleg met de Europese Unie of, in een bilateraal kader, met bepaalde landen? Werd binnen de Belgische regering met de coalitiepartners overleg gepleegd? Was de reis naar Congo gepland voordat de reis naar Kigali werd aangekondigd? In welke mate zal de Belgische regering in haar Afrikabeleid de klemtoon leggen op de mensenrechten en welke concrete maatregelen houdt zij achter de hand om een minimale naleving ervan in de verschillende landen af te dwingen? Ooit hebben we een wet aangenomen over de conditionaliteit, in welke mate zal daar rekening mee worden gehouden? We vinden het nogal vreemd dat er over Oostenrijk een bijzonder tafereel wordt opgevoerd terwijl, zowel in Congo als binnenkort in Rwanda, teder handen worden geschud. Zullen in Congo initiatieven worden aangekondigd die de bevolking rechtstreeks ten goede komen? Als dat zo is, welke?

De heer Eddy Boutmans, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking. - Voor een deel van de vragen van mevrouw Thijs moet ik verwijzen naar minister Michel.

Meer en meer speelt ontwikkelingssamenwerking een belangrijke rol in periodes van politieke spanning. In regio's waar oorlog dreigt of heerst of in landen die herstellen van gewapende conflicten kan ontwikkelingssamenwerking vredesprocessen en maatschappelijke wederopbouw ondersteunen. Die ondersteuning is op het ogenblik onze voornaamste taak in Centraal-Afrika. Het Afrika-onderdeel van de beleidsnota van Buitenlandse Zaken werd mee door mijn medewerkers en mezelf opgesteld. Het bevat de grote lijnen van onze beleidsvisie. Enkele weken geleden werd overleg gepleegd met diplomaten en experts over de toestand in Centraal-Afrika. Wat later hebben we met onze medewerkers van de diverse samenwerkingssecties in de regio eveneens een overleg georganiseerd. Een delegatie van mijn kabinet en de administratie Ontwikkelingssamenwerking is pas terug van een verkenningsreis naar Rwanda en Burundi om na te gaan wat de huidige toestand van onze ontwikkelingssamenwerking is en hoe ze kan worden verbeterd en aangepast aan de situatie. De Belgische Technische Co÷peratie neemt de projecten in Rwanda in het kader van de bilaterale samenwerking over. Ook in Congo zal dat het geval zijn.

We steunen het vredesproces van Arusha en hebben de heer Mandela onze steun aangeboden voor zijn missie. We steunen eveneens de akkoorden van Lusaka in Congo. Daar was er overleg met ex-president Masire van Botswana over de steun die BelgiŰ hem kan verlenen. Die besprekingen verlopen in Europees verband en zijn overigens nog aan de gang.

We hebben ook toegezegd de MONUC te ondersteunen. Voor het overige zijn wij in Congo nog altijd de meest aanwezige donor. De situatie wordt daar wel steeds moeilijker. Een van de moeilijkheden is dat de Congolese regering een wisselverplichting heeft ingesteld: iedereen die in het land geld binnenbrengt, moet dat tegen een vaste koers in de lokale munt omzetten. Dat betekent dat een groot deel van de reŰle waarde van het geld in de Congolese schatkist terechtkomt, wat in een periode van oorlog geen ideale toestand is, om het voorzichtig uit te drukken.

Welke zijn nu onze belangrijkste projecten? Wij steunen via Unicef en via de minister van Mensenrechten in Congo de demobilisatie van kindsoldaten. We steunen in Rwanda de Commissie voor mensenrechten en bespreken met het ComitÚ voor nationale eenheid en verzoening, waarvan ik de voorzitster enkele weken geleden heb ontvangen, de mogelijkheid tot ondersteuning van zijn werkzaamheden. We overwegen ook, eventueel met andere donoren, steun aan de berechting van verdachten van de genocide via de Gacaca, een soort van meer op verzoening gerichte basisrechtspraak. Dat is een moeilijke discussie. Aan de ene kant valt zoiets buiten de geŰigende justitie, aan de andere kant is die justitie niet in staat dit gigantisch probleem binnen een redelijke termijn op te lossen. Zoals bekend zijn er tot dusver een zesduizendtal mensen berecht en zitten er nog ongeveer 120.000 in de gevangenis. We staan hier voor een dilemma en we moeten grondig onderzoeken of we deze alternatieve berechting kunnen steunen.

Zoals in onze nota te lezen staat, bestaat onze algemene beleidslijn erin, de samenwerking uit te breiden met de partners en ministeries waarmee overleg en samenwerking mogelijk is rond sociale projecten, gezondheidszorg, onderwijs en in zekere mate ook justitie. Besprekingen daarover zijn trouwens al aan de gang. Het belangrijkste dat we op het ogenblik in de internationale samenwerking kunnen doen, is de akkoorden van Lusaka en Arusha zoveel mogelijk ondersteunen.

De reden waarom ik niet met minister Michel ben meegegaan is eenvoudig: zijn reis heeft een diplomatiek karakter. Noch hij, noch ikzelf vonden het aangewezen dat ik naar Congo zou reizen. Minister Michel bezoekt trouwens ook enkele landen waarmee we geen internationale samenwerkingsovereenkomst hebben. Bovendien heb ik vanuit mijn bevoegdheid niet veel concreets te bieden, althans niets dat rijp genoeg is om op ministerieel niveau te bespreken.

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - De staatssecretaris heeft me niet duidelijk gemaakt waarom hij niet met minister Michel is meegereisd. Als staatssecretaris voor de Ontwikkelingssamenwerking had hij dit toch moeten doen. Hij is toch niet alleen de secretaris van minister Michel, zou ik denken.

De heer Eddy Boutmans, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking. - Precies daarom ben ik niet met hem meegegaan!

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - Ik lees nochtans in de kranten dat er heel wat beloftes inzake samenwerking werden gedaan. De heer Versnick bijvoorbeeld beloofde 34 miljoen van het budget van de staatssecretaris voor een school in Kinshasa. Is de secretaris het daarmee eens en uit wiens budget moet die 34 miljoen komen? We krijgen alleszins de indruk dat sommigen in Congo allerlei beloftes doen zonder zich af te vragen welk departement daarvoor geld zal vrijmaken.

Ook mijn vraag of de reis naar Congo vˇˇr het bezoek aan Kigali was gepland, heeft de staatssecretaris niet beantwoord. Dat lijkt me toch een cruciale vraag in het hele debat rond deze reis.

De heer Eddy Boutmans, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking. - Sommige van de vragen van mevrouw Thijs zijn duidelijk niet voor mij, maar voor minister Michel bedoeld.

Ik heb al enige tijd geleerd dat het niet wijs is om voort te gaan op berichten in de pers. Beter is zelf de juiste gegevens op te vragen. Het spreekt toch vanzelf dat onze beleidsnota ginder ter sprake is gekomen, net als de afspraken die wij op ministerieel niveau en via onze sectie in Kinshasa hebben gemaakt. Als daar ook beloftes zijn gedaan, passen die allicht daarin of zijn het beloftes die vroeger al werden gemaakt.