2-34 | 2-34 |
De heer Michiel Maertens (AGALEV). - De minister kondigt in punt 5 van zijn beleidsnota aan dat de scholen van de krijgsmacht zullen worden opengesteld voor andere korpsen van de ambtenarij, zoals politie, diplomaten en ambtenaren, en dat ze beter zullen samenwerken met de universiteiten.
Dit lovenswaardige initiatief kan de strakke budgettaire ruimte voor defensie echter niet compenseren. Ik stel daarom voor dat de militairen worden opgeleid in burgerlijke instellingen, behalve wanneer het om zuiver militaire taken gaat. Wellicht moet er ook worden gedacht aan een rationalisering van de lagere opleidingen, zoals die van kok, informaticus, dakdekker en zelfs mecanicien voor terreinfietsen! Gelukkig houdt het leger zich niet meer bezig met de opleiding van duivenmelkers.
Bij de reorganisatie moet de minister er tevens rekening mee houden dat ongeveer 5 000 personen, meer dan 10% van het leger, instaan voor de opleiding van 5 000 leerlingen, verdeeld over 30 legerscholen of gemiddeld minder dan 200 leerlingen per school. Op dit vlak kan er ongetwijfeld heel wat worden bespaard.
Graag had ik van de minister vernomen welke opleidingen er zullen worden opengesteld en welke er kunnen worden "dichtgegooid"? Op welke termijn zal dit worden gerealiseerd?
Wat is de budgettaire weerslag van deze operatie in concrete cijfers? Hoeveel kan er worden bespaard en hoeveel personeel kan er afvloeien?
De heer André Flahaut, minister van Landsverdediging. - In principe kunnen alle opleidingen worden opengesteld. Een eerste lijst van cursussen en vormingen werd in november 1999 reeds aan de minister van Binnenlandse Zaken bezorgd teneinde tegemoet te komen aan de behoeften van zijn departement. Ook de minister van Ambtenarenzaken heeft destijds informatie gekregen over het vormingspotentieel dat de militaire scholen aan ambtenaren kunnen bieden.
De synergie tussen de verschillende departementen wordt voorbereid in verschillende werkgroepen, onder meer in het kader van "Visie 2015", een werkgroep van de generale staf, en in een werkgroep samengesteld uit afgevaardigden van de kabinetten en van het bestuur van Landsverdediging en van Binnenlandse Zaken. Het is de bedoeling soortgelijke synergieën te ontwikkelen met andere geïnteresseerde departementen.
De kosten kunnen uiteraard nog niet worden geschat. Aangezien het gaat om het openstellen van bestaande vormingen voor niet-militairen, zijn de bijkomende kosten laag. Welk voordeel deze nieuwe samenwerking en rationalisatie zal opleveren voor de betrokken departementen, kan evenmin worden ingeschat.
In het kader van de herstructurering van de Staf wordt de oprichting van een Directoraat voor de Vorming overwogen, dat verantwoordelijk zal zijn voor het geheel van de opleidingen en scholen van de Krijgsmacht.
De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Het antwoord van de minister is zeer algemeen. Hij heeft zijn beleidsnota immers nog niet gedetailleerd kunnen uitwerken; daarvoor is het uiteraard nog te vroeg.
Ik juich zijn initiatief toe. De openstelling van opleidingen van de Krijgsmacht voor burgers biedt heel wat voordelen. Ik herhaal evenwel mijn voorstel om in plaats van burgers een opleiding in het leger aan te bieden, het omgekeerde te overwegen en de militairen een opleiding in een burgerlijke onderwijsinstelling laten volgen. Ik denk in de eerste plaats aan de opleiding tot informaticus. Hiermee zou de regering heel wat meer kunnen besparen.