2-26 | 2-26 |
De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Het houdt maar niet op. Na onze elfde gekke koe, nu koeiensterfte in Zwalm en verder in het Meetjesland weer wat anders. De situatie is totaal anders dan ten tijde van de varkenskoorts enkele jaren geleden en kan ook helemaal niet worden vergeleken met de crisis veroorzaakt door de dioxinekippen. Pathologisch is het allemaal verschillend, maar telkens duurt het lang voor de precieze oorzaak wordt gevonden en altijd weer worden dieren "opgeruimd". Opgeruimd staat netjes. Moeten we daar dan mee verder leven ?
Bij de consument groeit met de dag de vraag of vlees eten nog wel veilig is. Het eerste slachtoffer is altijd weer de landbouwer. Er is dus iets grondig mis met de voeding in de veeteelt. Dat is overduidelijk. Dat de alternatieven in de biologische landbouw liggen, is ook duidelijk.
Welke fundamentele beleidsmaatregelen heeft de minister genomen, of heeft hij op het oog, om deze ongezonde situatie "op te ruimen" zodat hij niet meer de hele tijd dieren moet "opruimen" ? In welke richting denkt hij? Wanneer zullen we daarover zekerheid hebben?
De heer Jaak Gabriëls, minister van Landbouw en Middenstand. - De heer Maertens heeft het in zijn mondelinge vraag over het elfde BSE-geval, over de koeiensterfte in Zwalm, de varkenskoorts, de dioxinekippen enzovoort. Door al die fenomenen door elkaar te haspelen verliest de consument het noorden. Onvermijdelijk plaatst deze verwarring ook de landbouwer in een slecht daglicht.
Het is al te gemakkelijk te beweren dat er iets grondig mis is met onze voeding en dat de alternatieven in de biologische landbouw liggen. Nog gemakkelijker is het algemene vragen uit de mouw te schudden zoals "Welke fundamentele beleidsmaatregelen heeft de minister genomen of heeft hij op het oog om deze ongezonde situatie op te ruimen, zodat hij niet meer de hele tijd dieren moet opruimen? In welke richting denkt hij? Wanneer zullen we daarover zekerheid hebben?"
De heer Maertens weet zelf ook wel dat ik hem vandaag geen zekerheid kan geven en dat ik vandaag geen definitieve oplossing uit de mouw kan schudden. Dat kan hij van mij niet verwachten. Wel kan ik bij deze situatie enkele bedenkingen formuleren.
Vanzelfsprekend sterven er dagelijks dieren. Dat is in de conventionele landbouw zo; dat is in de biologische landbouw niet anders. Een aantal ziektes kunnen we voorkomen, een aantal kunnen we genezen, een derde categorie is niet te genezen. In dat geval moeten we kiezen voor een opruimstrategie. Het gaat dan meestal om besmettelijke ziektes waarbij de kans op verspreiding te groot is. De heer Maertens haalt daar trouwens zelf voorbeelden van aan, zoals het elfde BSE-geval. Het moet toch voor iedereen duidelijk zijn dat de BSE-problematiek niet specifiek Belgisch is. Zoals mijn voorgangers op het departement van Landbouw zorg ik ervoor dat we een goed en efficiënt bewakingssysteem hebben, zodat we de BSE-koeien meteen kunnen opsporen om besmet vlees uit de menselijke voedingsketen te kunnen houden. De Europese regels verplichten ons de niet-besmette dieren op het bedrijf met besmetting, op te ruimen. Ik heb daar vragen bij, de heer Maertens duidelijk ook. Maar wie zijn wij om tegen het advies van het Permanent Veterinair Wetenschappelijk Comité in te gaan?
Inzake de koeiensterfte in Zwalm heeft de Faculteit Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit van Gent mij officieel meegedeeld dat de runderen op het bedrijf De Pandelaere gestorven zijn aan clostridium botulinum type D. Met die diagnose is er voor mij geen reden om de dieren op dat bedrijf op te ruimen.
Ook in de biologische landbouw worden ruw-voeders geconserveerd en kunnen dergelijke accidenten zich voordoen. Ik bedoel hiermee uiteraard niet dat de biologische landbouw niet deugt, wel dat we onze realiteitszin niet mogen verliezen.
Het nieuw op te richten Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen zal voortaan alle fundamentele beleidsmaatregelen nemen. Minister Aelvoet zal als verantwoordelijke voor de Volksgezondheid hiervoor bevoegd zijn. We zijn van plan zeer nauw samen te werken om ervoor te zorgen dat de kwalen terzake van bij de oorsprong worden bestreden.
De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Bij het begin van zijn antwoord schiet de minister op de pianist. Hij wil doen uitschijnen dat de Groenen de oorzaak zijn van de sterfte in de rundveesector. We zijn het hiermee uiteraard niet eens. We hebben de plicht deze toestand aan te klagen en erop aan te dringen dat de minister zo snel mogelijk remedies aanreikt.
Het is best mogelijk dat er ook in de biologische sector dieren worden opgeruimd. We stellen evenwel vast dat de jongste jaren, in het belang van de volksgezondheid, massaal dieren werden opgeruimd, maar dat de biologische sector daarvan in mindere mate het slachtoffer was. Telkens weer, behalve dan bij de varkenskoorts, is de voeding de oorzaak van de problemen.
Het is duidelijk dat de minister niet in staat is een oplossing uit de mouw te schudden. Is het echter niet de hoogste tijd om ons te bezinnen over de methoden die in de landbouwsector worden toegepast en te overwegen om meer aandacht te schenken aan alternatieve voedingsmethoden om de landbouw uit het slop te helpen?