Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-11

ZITTING 1999-2000

Vragen waarop een voorlopig antwoord verstrekt werd

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Werkgelegenheid

Vraag nr. 387 van de heer Maertens d.d. 28 januari 2000 (N.) :
Arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst. ­ Aanmonstering van zeelieden. ­ Niet-naleving van de wettelijke verplichtingen. ­ Gevolgen.

Zeevissers hebben geen gewoon arbeidscontract, maar worden « aangemonsterd ». Zij vallen immers onder de toepassing van de wet van 5 juni 1928 (artikel 13) op de scheepsdienst en moeten zich op het waterschoutambt laten inschrijven op de monsterrol. Dit heet « aanmonsteren ».

Deze inschrijving geldt als arbeidscontract met de rederij. Daarvan wordt nochtans aan de visser geen afschrift bezorgd, wat strijdig is met de algemene wet op de arbeidsovereenkomsten, waarbij wordt voorzien dat elke werknemer recht heeft op een exemplaar van zijn arbeidscontract.

Anderzijds blijkt de « afslanking » van de zeevaartpolitie, die door de hervorming van de politiediensten in het rijkswachtkader werd ondergebracht, tot gevolg te hebben dat het monsterkantoor vaak « onderbemand » is, zodat vissers zich soms niet laten aanmonsteren voor de vaart. Ze doen dit ofwel via een fax van op het schip, ofwel gaan ze nadat het schip weer aan de kade ligt de zaak even « regelen ».

Dit brengt met zich mee dat er in de feiten vaak gevaren wordt zonder enig contract van welke aard ook. Dit kan zeer ernstige gevolgen hebben, vooral bij arbeidsongevallen die in deze sector zeer frequent voorkomen en vaak heel ernstig zijn.

Graag had ik van de geachte minister vernomen :

1. of zij van deze toestand op de hoogte werd gebracht, en zo ja, welk gevolg zij daar aan heeft gegeven en wanneer;

2. welke ­ in het bevestigend geval ­ de graad van « onregelmatigheid » is bij de verschillende monsterkantoren gedurende de voorbije drie jaar;

3. of zij in het negatieve geval het tot haar beleidsoptie rekent dit verder te laten onderzoeken, en welk gevolg zij daaraan verder wenst te geven.