2-18

2-18

Belgische Senaat

Parlementaire handelingen

DONDERDAG 16 DECEMBER 1999 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Ludwig Caluwť aan de minister van FinanciŽn over ęde gevolgen van de herziening van het dubbelbelastingverdrag BelgiŽ-Nederland voor de grensgemeentenĽ (nr. 2-28)

De heer Ludwig Caluwť (CVP). - In het verleden heb ik de voorgangers van de huidige minister, de heren Maystadt en Viseur, verscheidene keren ondervraagd over de stand van zaken in de herziening van het dubbelbelastingverdrag tussen BelgiŽ en Nederland.

De Nederlandse pers heeft er via internet, een communicatiesysteem dat niet noodzakelijk voor discretie staat, kennis van gekregen dat een protocolakkoord bij dit dubbelbelastingverdrag zou zijn ondertekend. Naar verluidt opteert dit akkoord inzake het fiscaal statuut van de grensarbeiders voor de toepassing van het werklandprincipe: het inkomen dat door arbeid in het buitenland wordt verworven, zal daar ook worden belast. Het begrip grensarbeider wordt dus vanuit fiscaal oogpunt dus eigenlijk afgeschaft. Ik kan dat alleen maar toejuichen.

Ik heb de voorgangers van de minister echter ook steeds gewezen op de kwalijke gevolgen van deze werkwijze voor de inkomsten van de grensgemeenten. Nogal wat grensgemeenten hebben nu reeds gedeeltelijk met deze gevolgen af te rekenen omdat het dubbelbelastingverdrag tussen BelgiŽ en Nederland voorzag in een uitzondering op het werklandprincipe. De Nederlanders, die na 1970 naar BelgiŽ zijn verhuisd, maar in hun land aan de slag bleven, werden namelijk blijvend belast in hun werkland. Zodoende gaat voor de grensgemeenten een belangrijk gedeelte van de opbrengst van de personenbelasting verloren. Volgens een onderzoek van de Administratie van de Directe Belastingen van het Ministerie van FinanciŽn over de inkomstenbelastingen, verloor Baarle-Hertog in 1992, 17,18% van zijn belastingcapaciteit, Hoogstraten 12,6%, Ravels 9,67%, Lanaken 8,19%, Essen 7,92%, Hamont-Achel 6,22%, en Voeren 5,23%.

Sindsdien is het aantal Nederlanders die zich in BelgiŽ zijn komen vestigen, alleen maar toegenomen. Ik vrees dus dat de fiscale capaciteit van de grensgemeenten verder gevoelig is blijven afnemen.

Inwoners van deze gemeenten die hun inkomen in BelgiŽ verdienen en hier ook worden belast, moeten dus een onevenredig groot deel van de gemeentelijke opcentiemen betalen. Ik heb er steeds op aangedrongen om deze onrechtvaardigheid ongedaan te maken door in een of andere compensatie voor deze gemeenten te voorzien.

Ik heb dit reeds gevraagd met betrekking tot de situatie die voortvloeide uit het dubbelbelastingverdrag van 1970. Nu de situatie acuter wordt aangezien de regeling zal gelden voor iedereen die in het buitenland werkt, is het nog belangrijker dat een compensatie voor de grensgemeenten wordt ingevoerd.

Dit kan op twee wijzen gebeuren. De compensatie kan worden gefinancierd door het land waar men als werkende wordt belast. Een deel van de belasting betaald door wie in Nederland werkt en daar zal worden belast, wordt doorgestort naar het Nederlandse Algemeen Rijksfonds, dat te vergelijken is met onze gewestelijke gemeentefondsen. De middelen in dit fonds worden over de Nederlandse gemeenten verdeeld. Een deel van de belastingen die worden betaald op de arbeid die deze personen in Nederland verrichten, gaat dus naar Nederlandse gemeenten hoewel de personen die de belasting hebben betaald niet in een Nederlandse gemeente wonen. In een sfeer van zeer goede Europese verstandhouding moet het perfect mogelijk zijn dat ook Belgische gemeenten een deel krijgen uit het Nederlandse Algemeen Rijksfonds. Het zou een stap vooruit betekenen in de Europese integratie als gemeenten uitkeringen kunnen ontvangen van andere staten.

De andere mogelijkheid bestaat erin dat de compensatie door de Belgische overheid wordt betaald. Ze heeft daar vrijwel geen voor- of nadeel bij. Er is een verschil, maar het is marginaal. Tegenover het verlies van de belastingplichtigen die in Nederland werken, staat de winst van de personen die in BelgiŽ werken en in Nederland wonen. Een herziening van het dubbelbelastingverdrag brengt het evenwicht van de financiŽle balans tussen de staten dus niet echt in gevaar. Bovendien legt de Belgische overheid de personen die in BelgiŽ werken en in Nederland wonen, een soort van gemeentebelasting op. Bovenop de gewone personenbelasting die iedereen moet betalen, kan een aanvullende belasting van 6% worden opgelegd als equivalent van de gemeentebelasting. De inkomsten uit deze belasting worden niet aan een bepaalde gemeente uitgekeerd, maar blijven in de nationale schatkist. Welnu dit bedrag zou men kunnen doorstorten aan de grensgemeenten.

Ik heb de volgende vragen voor de minister. Klopt het dat BelgiŽ en Nederland een dubbelbelastingverdrag hebben gesloten? Is daarbij een keuze gemaakt voor het principe van het werkland? Bevat het verdrag zelf bepalingen met betrekking tot een compensatie van de grensgemeenten? Zo ja, hoe zien die er juist uit? Zo neen, zal de Belgische overheid zelf zorgen voor een compensatie voor de grensgemeenten?

De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn. - Het is juist dat de besprekingen zijn afgerond en dat BelgiŽ en Nederland een protocol hebben afgesloten. Na de beŽindiging van de besprekingen heb ik ter informatie een brief gezonden naar de voorzitters van de Kamer en de Senaat waarin het statuut van de grensarbeiders, zoals overeengekomen in het nieuwe belastingverdrag, werd toegelicht.

In deze brief staat dat een regeling is getroffen waardoor het recht van heffing inzake opcentiemen voor gemeentebelastingen ten laste van Belgische grensarbeiders behouden blijft.

Momenteel kan ik echter geen nadere gegevens meedelen. Het is immers een internationaal gebruik dat met de deelnemers aan de besprekingen normaliter de inhoud van een verdrag geheimhouden tot bij de ondertekening van het verdrag en, in BelgiŽ, tot de ondertekende tekst in het parlement is ingediend.

De heer Ludwig Caluwť (CVP). - Als ik de minister goed heb begrepen, zullen de gemeenten nog altijd opcentiemen kunnen heffen op wat men in het buitenland verdient. Betekent dit voor de betrokkene dat het deel dat in Nederland wordt betaald en voor de Nederlandse gemeenten is bestemd, in mindering kan worden gebracht? Als dit niet het geval is, zitten we weer met een dubbele belasting.

Vloeit een deel van de inkomsten van personen die in Nederland wonen en in BelgiŽ werken als equivalent voor de betaalde gemeentebelasting terug naar Nederland? Wordt dit gecompenseerd doordat ze geen 6% moeten betalen op wat ze in BelgiŽ hebben verdiend of niet?

M. Didier Reynders, ministre des Finances. - Je m'en tiens aux commentaires que j'ai formulťs. J'invite M. Caluwť ŗ lire le courrier adressť aux prťsidents des assemblťes. Je donnerai ťvidemment de plus amples dťtails dŤs que le texte du traitť sera dťposť au Parlement.

- Het incident is gesloten.