2-18 | 2-18 |
De voorzitter. - De heer Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven antwoordt namens de heer Gabriëls, minister van Landbouw en Middenstand.
Mevrouw Jacinta De Roeck (AGALEV). - Op twee plaatsen in het regeerakkoord lezen we dat de overheid belang hecht aan duurzame landbouw. Ik citeer: «Er wordt geopteerd voor een duurzaam landbouwbeleid waar aandacht is voor milieu en voedselkwaliteit» en «De regering zal daarenboven onderzoek naar milieuvriendelijke productie en technieken ondersteunen. Teneinde een coherent en geïntegreerd beleid te kunnen voeren zal het overleg met de gewesten inzake het milieubeleid worden opgevoerd.»
Een fruitteler die geïntegreerd werkt, krijgt voor de inspanningen die hij levert op het vlak van milieu en gezondheid per hectare een premie, de zogenoemde hectaresteun. Terecht, want die teler doet erg veel inspanningen: hij volgt informatiecursussen, houdt een streng lastenboek bij en doorloopt een wachttijd van drie jaar, zonder dan nog te spreken over zijn financiële en administratieve inspanningen.
Waarom krijgt een fruitteler in hoofdberoep die premie wel en een fruitteler in bijberoep niet? Waarom dat verschil als beiden dezelfde plichten hebben en dezelfde inspanningen doen?
Er is nu ook een logboek of lastenboek voor gecontroleerde of milieuvriendelijke of milieubewuste teelt. Over de woordkeuze is het men het nog niet eens. Werd dit al vergeleken met het lastenboek voor de geïntegreerde teelt? Wat zijn de verschilpunten? Als het antwoord te lang wordt, ben ik ook tevreden met een schriftelijk antwoord.
Zal een fruitteler die gecontroleerd werkt, ook de hectaresteun ontvangen?
De heer Rik Daems, minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties. - De minister van Landbouw heeft me de volgende elementen van antwoord meegegeven.
Op de eerste vraag is het antwoord van de minister dat een fruitteler in bijberoep inderdaad de zogenaamde hectaresteun niet kan genieten. Hij verwijst daarvoor naar artikel 3, eerste lid, punt a van het ministerieel besluit van 7 april 1999 houdende invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om de geïntegreerde productiemethode voor pitfruit in te voeren of toe te passen. De minister van Landbouw voegt er evenwel aan toe dat hij zijn departement heeft opgedragen om te onderzoeken of deze bepaling kan worden gewijzigd, op welke voorwaarden dit mogelijk is en welke gevolgen een wijziging eventueel meebrengt.
Op de tweede vraag antwoordt de minister dat beide lastenboeken reeds werden vergeleken. Hij wijst erop dat de geïntegreerde productiemethode voor pitfruit een officieel karakter heeft, aangezien ze door de overheid werd geregeld. Hiervoor verwijst hij naar het koninklijk besluit van 22 januari 1996 en naar het ministerieel besluit van 1 maart 1996 en de nadien aangebrachte wijzigingen. De overige lastenboeken zijn allen privé-initiatieven. Naast enkele kleine verschillen, zijn er ook een aantal meer fundamentele verschillen met het lastenboek voor de geïntegreerde teelt. Zo geldt een proefperiode van twee jaar alvorens de productiemethode als geïntegreerd kan worden erkend. De behandeling in de geïntegreerde productie moet steeds gebaseerd zijn op waarnemingen waarbij de teler verplicht wordt het reële risico van aantasting in te schatten, terwijl bij de gecontroleerde teelt geen formele risicoinschatting is voorgeschreven. Derde fundamenteel verschil is dat het aanplanten van bestuivers verplicht is in de geïntegreerde productie en in de andere teelten niet.
Meer algemeen kan worden gezegd dat het lastenboek van de geïntegreerde teelt een hoger niveau van milieubeschermende maatregelen waarborgt. De minister meldt dat hij deze problematiek precies in het licht van deze milieubeschermende maatregelen wil herbekijken.
Op de derde vraag luidt het antwoord, dat alleen fruittelers die overeenkomstig het lastenboek van de geïntegreerde productiemethode voor pitfruit telen, voor de hectaresteun in aanmerking komen. De minister voegt eraan toe dat dit in de toekomst zo zal blijven.
Mevrouw De Roeck kan deze problematiek uiteraard steeds met de minister persoonlijk verder uitdiepen
Mevrouw Jacinta De Roeck (AGALEV). - Ik ben zeer tevreden met wat de minister mij antwoordt op mijn tweede en derde vraag. Ze liggen helemaal in de lijn van wat ik had verwacht.
Wat mijn eerste vraag betreft, dring ik erop aan dat minister Gabriëls snel de huidige situatie corrigeert. Er zijn heel wat fruittelers in Limburg die in de penarie zitten.