Zeer frequent worden door vliegtuigen die een noodlanding dienen te maken te Oostende of op een ander vliegveld grote hoeveelheden kerosine, tot 50 000 liter, in de Noordzee geloosd. Nochtans worden grotere en kleinere vaartuigen die slechts 10 liter olie in zee lozen, voor de rechtbanken veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding op basis van onder meer het Marpol-Verdrag.
Dit wijst op een juridische incoherentie tussen een strikt loosverbod voor schepen enerzijds en een ongestraft lozen door vliegtuigen anderzijds. In het buitenland bestaan in dit verband wettelijke compensatieregelingen door overheidswerken of overheidsoptredens, die nadelige gevolgen hebben voor ecologie of economie. In onderhavig geval gaat het zelfs om beide, zowel de mariene ecologie als de visserij-economie.
Wellicht dient deze problematiek op internationaal of Europees niveau definitief opgelost te worden, maar toch is duidelijk dat eerst op nationaal niveau standpunten en wettelijke voorstellen moeten aan de orde komen.
Graag had ik daarom vernomen :
1. of dit probleem op uw departement werd bestudeerd, zo ja, wanneer en met welke voorstellen en knelpunten, zo neen, waarom niet;
2. welke beleidsopties de geachte minister terzake heeft om aan dit probleem een wettelijke oplossing te geven, en eventueel het Nederlandse spoor « Rijksregeling Nadeelcompensatie » te kunnen volgen;
3. op welke wijze de geachte minister ook de juridische incoherentie denkt te kunnen wegnemen, teneinde het gelijkheidsprincipe juridisch te kunnen behouden.