Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-8

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Landbouw en Middenstand (Landbouw)

Vraag nr. 319 van de heer Maertens d.d. 23 december 1999 (N.) :
Garnaalvisserij. ­ Europese regelgeving. ­ Technische beperkingen. ­ Stand van zaken.

Volgens de technische maatregelen van de EU-verordening 850/98, artikel 25, « Beperkingen op de garnaalvisserij om de platvis te beschermen », moet er volgens punt 2 vanaf 1 januari 2000 bij de vangst van Noordzeegarnalen worden gebruik gemaakt van een « zeeflap » of van een net met sorteerrooster. Deze ontsnappingsroosters dienen om vooral de jonge platvissen te beschermen, die door het gebruik van garnaalnetten met kleine mazen massaal worden gevangen, en als « discards » worden teruggegooid in zee, omdat deze ondermaatse vis, vooral tong, niet mag verkocht worden. De EU-verordening is nochtans heel vaag, teneinde rekening te kunnen houden met de specifieke methodes die in elk land bij de garnaalvisserij worden gebruikt en daarop ook een eigen nationale reglementering van de lidstaat te kunnen laten toepassen. De datum 1 januari 2000 is nochtans expliciet in de verordening ingeschreven.

Ook al werd door uw departement Zeevisserij reeds meer dan twee jaar geëxperimenteerd met zeefnetten en roosters, onder meer het Discran-project, toch werd nog steeds geen bevredigend systeem ontwikkeld, zodat de garnaalvissers in België in principe vanaf 1 januari 2000 op illegale wijze aan garnaalvisserij zullen doen. Dit komt des te harder aan, omdat het precies de kustvissers zijn die van de garnaalvangst leven, en het vooral dit vlootsegment is dat de voorbije jaren ook van renovatie verstoken is gebleven, terwijl de concurrentie met de Eurokotters in de 3-mijlszone met ongelijke middelen moest worden gevoerd.

Graag had ik dan ook van de geachte minister terzake vernomen :

1. hoe het komt dat na deze lange experimenteerperiode nog altijd geen enkel afdoend type rooster of zeefnet werd ontworpen;

2. hoeveel manuren en financiële middelen aan het onderzoek reeds werden besteed, wanneer het onderzoek werd opgestart en hoeveel werkvergaderingen er werden aan gewijd;

3. of zijn departement reeds contact heeft genomen met de Europese Unie om een uitstel van toepassing en een eventuele aanpassing van de reglementering te vragen, en zo ja, op welke datum en op basis van welke argumentering;

4. of hij bereid is de Europese controle op het gebruik van de ontsnappingsroosters vanaf 1 januari 2000 te voorkomen, en zo neen, op welke wijze hij de eventuele overtredingen en sanctionering zal compenseren.

Antwoord : Vooreerst wens ik de aandacht van het geachte lid te vestigen op het feit dat het artikel 25 van verordening nr. 850/98 in de huidige versie geen ruimte laat aan de lidstaten om een nationale reglementering inzake zeeflappen en/of sorteerroosters uit te werken. De bedoeling was een Europese reglementering terzake uit te werken en vast te leggen in een commissieverordening welke voor alle lidstaten toepasbaar zou zijn.

Ter gelegenheid van de besprekingen met de Commissie werd door de lidstaten gewezen op de experimenten die in dat verband lopende zijn en werd gesuggereerd slechts reglementering op te stellen na afloop van de experimenten.

Door het departement Zeevisserij werd op 1 maart 1999 een contract afgesloten met de Europese Commissie voor een tweejarig project teneinde de selectiviteit van zeeflappen en sorteerroosters uit te testen en dit in samenwerking met Nederlandse, Duitse en Britse onderzoekscentra (project-Discran). Vanaf juli 1999 werden door het departement Zeevisserij tijdens een twaalftal zeereizen de sorteerroosters uitgetest.

Gedurende het jaar 2000 zullen de zeeflappen worden uitgetest. Het eindrapport mag verwacht worden in de lente van 2001.

De financiële implicaties van het project-Discran zijn ten laste van de Europese Commissie. Om het project te begeleiden werd hiervoor een full-time medewerker aangetrokken die betaald wordt door het project.

Rekening houdend met wat voorafgaat heeft de Europese Commissie het initiatief genomen om artikel 25, lid 2, van de verordening nr. 850/98 te wijzigen in die zin dat er geen Commissieverordening komt maar wel dat de lidstaten bepalingen moeten vaststellen voor het gebruik van zeeflappen of van sorteerroosters. Deze bepalingen moeten uiterlijk op 30 juni 2002 aan de Commissie worden meegedeeld.

De wijziging van artikel 25, lid 2, houdt dan ook rekening met de periode van de lopende experimenten. Deze wijziging zal eerstdaags van kracht worden.

Het is duidelijk dat in de periode tussen 1 januari 2000 en de datum van van kracht worden van de wijziging van artikel 25, lid 2, het aanbrengen van een zeeflap of sorteerrooster bij de vangst van Noordzeegarnalen niet kan opgelegd worden bij gebrek aan Europese uitvoeringsbepalingen.