2-9/7 | 2-9/7 |
8 FEBRUARI 2000
De Senaat,
gelet op het recht van elk kind op een volwaardige en humane ontwikkeling;
rekening houdende met de « Brussels Call for Action » tijdens de internationale conferentie « Duurzame ontwapening voor duurzame ontwikkeling »;
verwijzende naar het VN-rapport van Graca Machel van 1996 betreffende de impact van gewapende conflicten op kinderen;
verwijzende naar de resolutie betreffende de ondertekening door België van de Unicef-agenda tegen de oorlog van de Kamer van volksvertegenwoordigers van 22 januari 1998 (Stuk nr. 674/5, 95/96);
verwijzende naar het voorstel van aanbeveling betreffende de strijd tegen kindsoldaten van de Raad van Europa van 10 maart 1999 (doc. nr. 8345);
rekening houdende met artikel 3, a) , van de nieuwe IAO conventie betreffende het verbod en de onmiddellijke stopzetting van de ergste vormen van kinderarbeid van 17 juni 1999;
rekening houdende met de voorlopige verklaring van de vijftien landen van de VN-raad einde juni 1998 waarbij het vernederen, mishandelen, misbruiken, ontvoeren en gedwongen verplaatsen van kinderen en het gebruik van kinderen bij vijandelijkheden veroordeeld wordt;
rekening houdende met de oprichting van een internationale coalitie van niet-gouvernementele organisaties om de leeftijdsgrens van kindsoldaten op te trekken in 1998 en rekening houdende met de oprichting van de Belgische coalitie tegen het gebruik van kindsoldaten in september 1999;
rekening houdende met de verklaring van de Belgische regering dat de Belgische diplomatie een actieve rol wil spelen om een einde te maken aan de recrutering in het leger en de participatie aan gewapende conflicten van kinderen jonger dan 18 jaar, (tijdens de Europese conferentie tegen het gebruik van kindsoldaten die half oktober 1999 in Berlijn werd georganiseerd door de internationale coalitie);
overwegende dat dringend de spiraal van geweld in conflictzones moet worden doorbroken;
overwegende dat de minimumleeftijd voor soldaten op 15 jaar werd ingesteld bij gebrek aan consensus over een hogere leeftijd;
overwegende dat het huidige Verdrag van de rechten van het kind niet afdwingbaar is;
rekening houdende met artikel 1 van het Verdrag inzake de rechten van het kind waarin is bepaald dat een mens tot het achttiende levensjaar een kind is;
verwijzende naar de doelstellingen van de VN-werkgroep voor de totstandkoming van een facultatief protocol bij het Kinderverdrag over kinderen in een gewapend conflict;
overwegende dat de kindsoldaten zo snel mogelijk ontwapend moeten worden, hun lichamelijke en geestelijke wonden moeten worden verzorgd en ontheemde kinderen naar hun landen moeten worden teruggebracht;
rekening houdende met de massale verspreiding van goedkope wapens zoals de AK-47 en de M-16 die licht van gewicht en gemakkelijk te hanteren zijn;
rekening houdende dat scholing en vorming noodzakelijk zijn om deze gedemobiliseerde kindsoldaten opnieuw te integreren in de maatschappij;
overwegende dat de psychologische begeleiding noodzakelijk is om deze kindsoldaten hun emoties te leren verwerken;
verzoekt de federale regering,
zich op internationaal niveau in te zetten om de minimumleeftijd voor soldaten op 18 jaar te brengen door een aanpassing van het Verdrag voor de rechten van het kind via een aanvullend [...] protocol;
bij de Verenigde Naties erop aan te dringen om een duidelijke inhoudelijke definiëring van het begrip « kindsoldaat » te formuleren;
verzet aan te tekenen bij al die landen en organisaties die kindsoldaten inlijven;
er bij de internationale gemeenschap op aan te dringen om een tweede [...] aanvullend protocol bij het Verdrag van de rechten van het kind uit te werken waarbij het inzetten van kinderen bij het ruimen van mijnen wordt verboden;
op Europees en internationaal vlak een actieve politiek te voeren om de wapenhandel in het algemeen en de handel in lichte wapens in het bijzonder aan banden te leggen en de eigen wapenexport te responsabiliseren om geen wapens uit te voeren naar landen die kindsoldaten inzetten, hetzij in het regeringsleger, hetzij in verzetsbewegingen, hetzij door beide;
de internationale acties en programma's voor demobilisatie en reïntegratie van kindsoldaten in het maatschappelijke leven financieel en materieel te ondersteunen, waarbij men bijzondere aandacht heeft voor de sociale en psychologische opvang van de slachtoffers;
[...] ;
op internationaal niveau projecten op te starten waarbij ex-kindsoldaten hun wapens kunnen inleveren in ruil voor een schoolopleiding;
deze resolutie over te zenden aan de Verenigde Naties, Unicef en de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid.