2-22

2-22

Sénat de Belgique

Annales parlementaires

JEUDI 23 DÉCEMBRE 1999 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Chris Vandenbroeke au ministre des Finances sur «l'accord du gouvernement fédéral concernant l'octroi, à l'avenir, de centimes soustractionnels» (n° 2-60)

De heer Chris Vandenbroeke (VU-ID). - Bijna met excuses leg ik de minister alsnog de vraag voor die ik twee weken geleden al had willen stellen. Door omstandigheden was dat toen niet mogelijk.

Vorige week verklaarde Vlaams minister-president Dewael in het Vlaams Parlement dat in het jaar 2000 afcentiemen zullen worden toegekend voor een bedrag van 3,2 miljard, dat het systeem van de afcentiemen daarna zal worden voortgezet en ten slotte dat de daarbij betrokken bedragen in de toekomst fors zullen worden opgetrokken.

Hieromtrent wil ik de minister drie vragen stellen. Is het juist dat voor het toekennen van afcentiemen elk jaar opnieuw een akkoord met de federale regering, meer bepaald met de minister van Financiën, moet worden gesloten? Bestaat er een akkoord om het systeem van de afcentiemen elk jaar te verlengen, afgezien van de daarbij betrokken bedragen? Zijn er aan een dergelijk akkoord tussen de federale en de Vlaamse regering bepaalde voorwaarden verbonden?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - In de eerste plaats wijs ik erop dat de bijzondere financieringswet het woord `kortingen' en niet `afcentiemen' gebruikt. Die bestaan volgens de wet niet.

Artikel 8 van de bijzondere wet legt geen jaarlijks akkoord op. Het bepaalt wel dat er elk jaar in het Overlegcomité tussen de federale regering en de gewestregeringen een overleg moet worden gehouden over het fiscaal beleid.

Artikel 9, §1, van de wet bepaalt dat de invoering van opcentiemen en kortingen pas mogelijk is na overleg tussen de federale regering en de gewestregeringen. De invoering van een korting is in overeenstemming met de bijzondere wet wanneer de korting lineair en forfaitair is. Met andere woorden, ze mag niet verschillen naargelang van de omvang of de aard van de inkomsten.

De heer Chris Vandenbroeke (VU-ID). - Ik dank de minister voor zijn taalkundige correcties.

Ik begrijp uit zijn antwoord dat er enkel een jaarlijks overleg vereist is en dat er verder niets op voorhand vastligt.

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - U hebt mij goed begrepen.