Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-5

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek (Economie)

Vraag nr. 134 van de heer Maertens d.d. 4 november 1999 (N.) :
Huwelijksbureaus. ­ Exhaustief onderzoek.

Volgens het verslag 1998 van uw departement werden op basis van de wet van 9 maart 1993 door het bestuur Economische Inspectie in 1998, 711 onderzoeken uitgevoerd bij huwelijksbureaus, waarvan 37 aanleiding hebben gegeven tot het opstellen van pro justitia's.

Graag had ik voor de voorbije vijf jaar vernomen :

1. of het hierbij enkel over gewone « huwelijksbureaus » gaat, en of daarbij ook de ruimere relatiebemiddelingsbureau's werden onderzocht;

2. hoeveel verschillende bureaus er jaarlijks werden onderzocht;

3. welke overtredingen daarbij werden vastgesteld; of er sprake is van recidivisme, en in hoeveel gevallen;

4. hoeveel PV's er jaarlijks werden opgemaakt en jaarlijks aan de gerechtelijke diensten werden overgemaakt;

5. hoeveel PV's er eventueel werden geannuleerd na minnelijke schikkingen en op basis van welke feiten.

Antwoord : In antwoord op zijn vraag heb ik de eer het geachte lid het volgende mee te delen.

1. De wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren maakt wat haar toepassingsgebied betreft geen onderscheid tussen gewone huwelijksbureaus en gewone bemiddelingsbureaus. In de wet wordt terminologisch echter enkel gesproken over « huwelijksbureaus ».

2, 3 en 4. Sinds de inwerkingtreding van de wet op 24 mei 1993 hebben alle huwelijksbureaus het voorwerp uitgemaakt van een diepgaand onderzoek. Deze controles hadden zowel betrekking op de publiciteit voor huwelijksbureaus, de advertenties voor concrete personen als op de formele inhoud van de contracten. Daarnaast werd er eveneens controle gedaan naar de naleving van de voorschriften inzake duurtijd en betaling. In vijf gevallen werd recidive vastgesteld.

Hierna volgt een overzicht van het aantal onderzoeken dat het bestuur Economische Inspectie in de voorbije vijf jaar heeft verricht, alsmede het aantal dossiers (pro justitia's) dat naar de bevoegde parketten werd verstuurd.

Onderzoeken Pro justitia('s)
1994 297 11
1995 73 13
1996 158 8
1997 102 11
1998 711 37

In 1994 hebben alle kantoren het voorwerp uitgemaakt van een uitgebreid onderzoek. In 1998 heeft het bestuur Economische Inspectie in opdracht van diverse parketten eveneens doorgedreven onderzoeken uitgevoerd naar de naleving van de geldende wetgeving.

De overtredingen hadden voornamelijk betrekking op formele tekortkomingen, zoals de afwezigheid van door de wet verplicht gestelde contractuele bepalingen. Daarnaast werden er inbreuken vastgesteld inzake publiciteit, duurtijd, de wijze van betaling en opzeggingsmodaliteiten. Tenslotte werden er eveneens inbreuken weerhouden op de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument.

Voor aspecten die de correcte contractuele uitvoering van de overeenkomst aangingen, zoals voor de aard van de dienstverlening, werd naar de appreciatie van de bevoegde burgerlijke rechtbanken doorverwezen.

5. Ik wil er het geachte lid op wijzen dat de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren tot voor kort niet in de mogelijkheid voorzag om een proces-verbaal van waarschuwing op te stellen, noch om een voorstel van administratieve minnelijke schikking te formuleren.

Deze beide mogelijkheden, aangevuld met de schorsing of de intrekking van het registratienummer en de mogelijkheid voor de minister van Economie om een vordering tot staking in te stellen, werden wel voorzien in de wet van 11 april 1999 houdende wijziging van de wet van 9 maart 1993. Deze wet is op 1 juli 1999 in werking getreden.