2-173/2 | 2-173/2 |
7 DECEMBER 1999
De vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken geeft een overzicht van de belangrijke punten in de overeenkomst waarvoor de instemming van de commissie gevraagd wordt.
1. Toepassingsgebied
a) Onder « investeerders » wordt verstaan :
de natuurlijke personen die volgens de geldende wetgeving, beschouwd kunnen worden als onderdanen van een van de overeenkomstsluitende partijen;
de rechtspersonen die hun maatschappelijke zetel hebben op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende partijen en die zijn opgericht overeenkomstig de geldende wetgeving.
b) Onder « investeringen » wordt verstaan om het even welke vorm van activa en elke rechtstreekse of onrechtstreekse inbreng in speciën, natura of diensten, die worden geïnvesteerd of geherinvesteerd in om het even welke economische sector.
2. Bevordering van investeringen
De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe op hun grondgebied investeringen door investeerders van de andere overeenkomstsluitende partij te aanvaarden en aan te moedigen in overeenstemming met de wetten en verordeningen van het gastland. Zij laten ook het sluiten en uitvoeren toe van licentiecontracten en van overeenkomsten inzake commerciële, administratieve of technische bijstand.
3. Bescherming
Alle investeringen genieten een billijke en rechtvaardige behandeling. Zij genieten voortdurende bescherming en veiligheid, met uitsluiting van elke ongerechtvaardigde of discriminatoire maatregel die het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vereffening ervan zou kunnen belemmeren.
Dit betekent dat elke overeenkomstsluitende partij er zich toe verbindt dat de behandeling en de bescherming die worden toegekend aan de investeerders van de andere overeenkomstsluitende partij, ten minste gelijk zijn aan die welke aan de eigen investeerders geboden worden of aan investeerders van een derde Staat, overeenkomstig het beginsel van de meest begunstigde natie (in verband met artikel 10).
4. Eigendomsberovende of -beperkende maatregelen
De overeenkomstsluitende partijen verbinden er zich toe geen enkele maatregel tot onteigening of nationalisatie te treffen voor investeringen op hun grondgebied tenzij die maatregelen volgens een wettelijke procedure genomen worden met het oog op het openbaar nut, de veiligheid of het nationaal belang en gepaard gaan met de betaling van een billijke en reële schadevergoeding.
De schadevergoeding die door de onteigenende Staat wordt uitbetaald als compensatie voor de investeringen die door de eigendomsberovende maatregelen getroffen worden, moeten overeenstemmen met de werkelijke waarde van de betrokken investeringen op de dag vóór de datum waarop de maatregelen worden getroffen of bekendgemaakt.
Ingeval schadevergoeding wordt betaald wegens schade ingevolge oorlog of soortgelijke omstandigheden, dient de behandeling ten minste gelijk te zijn aan die welke aan investeerders van de meest begunstigde natie wordt verleend.
5. Overmakingen
De overmaking van alle betalingen inzake een investering geschieden vrij, in een vrijelijk verhandelbare munt, tegen de koers die op de datum van de overmaking van toepassing is.
6. Subrogatie
Indien een van de overeenkomstsluitende partijen of een openbare instelling schadevergoeding uitbetaalt aan haar eigen investeerders op grond van een garantie, kunnen zij de rechten van die investeerders bij subrogatie doen gelden. De andere overeenkomstsluitende partij kan aan de verzekeraar die in de rechten van de schadeloosgestelde investeerder is getreden, de verplichtingen opleggen die wettelijk of contractueel op die investeerder rusten.
7. Toepasbare regels
Wanneer een investering tegelijk wordt geregeld door de Overeenkomst, maar ook door de nationale wetgeving van een der overeenkomstsluitende partijen, of door bestaande internationale overeenkomsten of overeenkomsten die in de toekomst zullen ondertekend worden, dan kunnen de investeerders van de andere overeenkomstsluitende partij zich beroepen op de bepalingen die voor hen het gunstigst zijn.
8. Bijzondere overeenkomsten
Investeringen waarvoor een bijzondere overeenkomst is gesloten, zijn onderworpen aan de bepalingen van de bilaterale overeenkomst en aan die van de bijzondere overeenkomst.
9. Regeling van geschillen met betrekking tot de investeringen
De partijen moeten in eerste instantie zoveel mogelijk proberen elk geschil over investeringen op minnelijke wijze te regelen of ze moeten langs diplomatieke weg een verzoeningsprocedure aanvatten.
Is het geschil niet geregeld binnen zes maanden, dan wordt het ofwel voorgelegd aan de bevoegde rechtsmacht van de Staat waar de investering gedaan werd, ofwel onderworpen aan internationale arbitrage, onder andere aan het International Centrum voor regeling van investeringsgeschillen (ICSID).
De keuze voor een van beide kanalen is in principe onomkeerbaar maar de investeerder die een geschil aan de nationale rechtsmacht heeft voorgelegd, kan niettemin een beroep doen op internationale arbitrage indien de investeerder, vooraleer de nationale rechter over het onderwerp uitspraak doet, verklaart niet langer zijn zaak via nationale procedures voort te zetten.
10. Meest begunstigde natie
Voor alle kwesties met betrekking tot de behandeling van investeringen genieten de investeerders de behandeling van de meest begunstigde natie.
11. Geschillen tussen overeenkomstsluitende partijen inzake interpretatie of toepassing van de overeenkomst
Men moet pogen elk geschil van die aard in eerste instantie te regelen langs diplomatieke weg alvorens het geschil voor te leggen aan een gemengde commissie die is samengesteld uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen. Indien de gemengde commissie het geschil niet kan regelen, wordt het onderworpen aan een arbitrageprocedure. De beslissingen van het daartoe samengestelde college zijn definitief en bindend.
12. Vroegere investeringen
Deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op de vóór haar inwerkingtreding uitgevoerde investeringen. Ze is evenwel niet van toepassing op enig geschil in verband met een investering dat gerezen is vóór haar inwerkingtreding.
13. Inwerkingtreding en duur
Deze Overeenkomst treedt in werking één maand na de datum waarop de overeenkomstsluitende partijen hun akten van bekrachtiging hebben uitgewisseld. Ze blijft van kracht gedurende een termijn van tien jaar.
De artikelen 1 en 2 alsook het wetsontwerp in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 8 aanwezige leden.
Dit verslag is eenparig goedgekeurd door de 8 aanwezige leden.
| De rapporteur,
Michiel MAERTENS. |
De voorzitter,
Marcel COLLA. |