Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-98

ZITTING 1998-1999

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 1572 van de heer Hazette d.d. 21 januari 1999 (Fr.) :
BTW-tarief van toepassing op het laden van suikerbieten.

Krachtens het koninklijk besluit nr. 20 is het tarief van 6 % van toepassing op de agrarische diensten.

De zesde Europese richtlijn stelt dat « als agrarische diensten worden beschouwd, de diensten die normaliter bijdragen tot de verwezenlijking van de landbouwproductie ».

In Wallonië is het tarief van 6 % wel van toepassing op het vervoer tussen verschillende onderdelen van een landbouwbedrijf, maar voor het vervoer naar de suikerfabriek wordt een tarief van 21 % toegepast.

Het argument dat daarvoor wordt aangevoerd, namelijk dat het niet meer gaat om een activiteit die bijdraagt tot de landbouwproductie, lijkt weinig overtuigend, temeer daar blijkt dat in Vlaanderen een tarief van 6 % wordt toegepast. Dat tarief van 6 % wordt ook toegepast voor de terugbetalingen van de suiker-fabrieken.

Kunt u deze zaak ophelderen en ervoor zorgen dat een eenvormige norm wordt toegepast ?

Antwoord : Onder de algemene term « landbouwdiensten » onderwerpt rubriek XXIV van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven volgens eigen regels en vermelde beperkingen « bebouwingswerkzaamheden, oogstwerkzaamheden, en teeltwerkzaamheden » aan het tarief van 6 %.

Bijgevolg moeten de landbouwdiensten om het verlaagd tarief van 6 % te genieten bij toepassing van deze bepaling voldoen aan elk van de twee volgende voorwaarden : ze moeten volgens hun aard behoren tot de normale bedrijvigheid van de landbouwers en telers en ze moeten daarenboven bijdragen tot de voortbrengst van landbouw- of teeltproducten.

Onder de landbouwdiensten die uit hun aard zelf behoren tot de bedrijvigheid van landbouwers en telers, kunnen inzonderheid het oogsten of het rooien, het oprapen, het reinigen, het sorteren, het drogen en het stockeren van landbouwproducten worden genoemd.

Zowel het opladen van bieten vóór het vervoer, als het vervoer zelf van het veld naar de suikerfabriek dragen daarentegen niet bij tot de productie van landbouwproducten. De handelingen vinden immers plaats na de productie van landbouwproducten, namelijk in het kader van de afzet.

Dergelijke handelingen volgen dus hun eigen regeling wat de BTW-tarifering betreft, en zijn onderworpen aan het normale tarief dat thans 21 % bedraagt.

De betrokken diensten van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, zullen hieraan herinnerd worden teneinde een gelijkvormige toepassing van de BTW-tarieven te verzekeren.

Wat de forfaitaire compensatie bedoeld door het geachte lid betreft, voorzien artikel 57, § 2, van het BTW-Wetboek en artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 met betrekking tot de bijzondere landbouwregeling van artikel 57 van genoemd wetboek dat een forfaitaire compensatie van 6 % van de maatstaf van heffing (prijs exclusief BTW) van toepassing is :

1º op landbouwproducten (andere dan hout) die de landbouwers onderworpen aan de bijzondere regeling hebben geleverd aan andere belastingplichtigen dan die welke in het binnenland aan de forfaitaire landbouwregeling zijn onderworpen (de aan de vrijstellingsregeling van belasting onderworpen belastingplichtigen en de belastingplichtigen vrijgesteld door artikel 44 van het BTW-Wetboek zijn dus gehouden tot betaling van de forfaitaire compensatie);

2º op landbouwproducten (andere dan hout) die de forfaitair belaste landbouwers onder de voorwaarden van artikel 39bis , eerste lid, 1º, van het wetboek (vrijgestelde intracommunautaire leveringen) hebben geleverd aan niet-belastingplichtige rechtspersonen die er toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de aldus geleverde landbouwproducten;

3º op de landbouwdiensten die werden verricht door forfaitair belaste landbouwers voor andere belastingplichtigen dan die welke in het binnenland onder de forfaitaire landbouwregeling vallen.

Een forfaitaire terugbetaling tegen het tarief van 6 % wordt aldus toegepast bij de levering van suikerbieten aan suikerfabrieken door landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling.

De maatstaf van heffing waarop de forfaitaire compensatie wordt toegepast is deze bepaald in artikel 26 van het BTW-Wetboek volgens hetwelk, voor de levering van goederen, de BTW wordt berekend over alles wat de leverancier van het goed (in casu de landbouwer) als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd (in onderhavig geval de suikerfabriek), met inbegrip van de kosten van vervoer in rekening gebracht aan de klant door de leverancier van het goed.

Wanneer aldus het opladen vóór het vervoer en het vervoer van suikerbieten (of één van beide verrichtingen) worden verricht door de landbouwer of voor zijn rekening, moet de door deze landbouwer voor deze handelingen aan de suikerfabriek gevraagde vergoeding begrepen worden in de hiervoor bedoelde maatstaf van heffing.

Wanneer diezelfde handelingen inzake het opladen en het vervoer daarentegen door een derde worden verricht volgen deze, zoals vermeld in het eerste gedeelte van het antwoord, hun eigen regeling inzake belastingheffing en het toe te passen tarief. Aangezien het alsdan niet gaat om landbouwdiensten, mag de landbouwregeling niet worden toegepast zodat deze handelingen onderworpen zijn aan het tarief van 21 % wanneer ze in België plaatsvinden.

Tenslotte wordt het geachte lid ingelicht over het feit dat de forfaitaire compensatie geenszins mag worden gelijkgesteld met een BTW. Inderdaad, de landbouwer onderworpen aan de bijzondere regeling bedoeld in artikel 57 van het BTW-Wetboek moet de BTW niet in rekening brengen wanneer de handelingen die hij verricht zijn bedoeld door de bijzondere regeling (bijvoorbeeld de leveringen met, in voorkomend geval het vervoer, van suikerbieten aan suikerfabrieken). Daar waar hij onder deze regeling het recht op aftrek van de belasting die drukt op de onderscheiden bestanddelen van de prijs van de landbouwhandelingen die hij verricht niet mag uitoefenen, wordt het bedrag van die belasting aan de landbouwer terugbetaald onder de vorm van een forfaitaire compensatie welke hem in de regel door zijn belastingplichtige koper of ontvanger wordt betaald (zie artikel 3 van voornoemd koninklijk besluit nr. 22).

Er is voorzien dat dit forfaitair compensatiepercentage, dat momenteel vastgesteld is op 6 % kan worden herzien rekening houdende met de evolutie van de samenstelling en het BTW-tarief van de kostprijselementen van de landbouwondernemers onderworpen aan de bijzondere regeling van artikel 57 van het BTW-Wetboek.

Ter informatie deel ik het geachte lid mede dat dit compensatiepercentage was vastgesteld op 5,5 % voor de handelingen verricht vanaf 1 juli 1971 tot 31 juli 1974.