(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Half september 1998 heeft de heer Borginon een schriftelijke vraag ingediend met betrekking tot de dood van Dag Hammarskjöld. Tot op heden heeft hij nog geen antwoord gekregen op deze vraag. Daarom stel ik u vandaag deze actuele vraag.
Op 17 september 1961 kwam Dag Hammarskjöld, de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, om het leven toen zijn vliegtuig neerstortte boven Noord-Rhodesië. Dit gebeurde in nog steeds onopgehelderde omstandigheden. De VN-secretaris-generaal was in Afrika om Moďse Tsjombe te ontmoeten. De crash van Hammarksjölds vliegtuig tijdens de landing op Ndola is meermaals onderzocht geworden. Desondanks is nooit opgehelderd of het een ongeval dan wel een bomaanslag betrof.
Uit documenten van het South Africa Institute for Maritime Research (SAIMR) waarover de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie beschikt, blijkt nu dat de Amerikaanse en de Britse geheime diensten mogelijks verantwoordelijk zijn voor zijn dood. Ze zouden een moordaanslag hebben beraamd om de « hinderlijke (sic) » secretaris-generaal uit de weg te ruimen met behulp van een bomaanslag aan boord van zijn vliegtuig. Daarbij zouden ze ook logistieke hulp hebben gekregen van het non-ferrobedrijf Union Miničre in de vorm van explosieven.
Graag had ik van de geachte minister volgende informatie gekregen :
1. Op welke wijze was het Belgische non-ferrobedrijf Union Miničre blijkens de verschillende SAIMR-documenten betrokken bij de crash van Dag Hammarskjölds vliegtuig en diens dood op 17 september 1961 ?
2. Heeft het Belgische non-ferrobedrijf Union Miničre blijkens de verschillende SAIMR-documenten explosieven geleverd aan de Britse en Amerikaanse geheime diensten met het oog op een bomaanslag aan boord van Dag Hammarskjölds vliegtuig ?
Antwoord : 1. Via ons consulaat-generaal in Kaapstad en onze ambassade in Pretoria heb ik een kopie van de bewuste documenten van het zogenaamde « South African Institute for Maritime Research » (SAIMR) bekomen.
2 en 3. Deze documenten handelen inderdaad over een operatie « Celeste » die het plegen van een aanslag op de VN-secretaris-generaal voor ogen zou gehad kunnen hebben. Een summiere vermelding van een aanbod van « Union Miničre » tot levering van logistieke steun is de enige aanwijzing dat deze firma mogelijk steun zou hebben geleverd. Nergens wordt in de documenten echter vermeld dat er op dit aanbod werd ingegaan of kan worden opgemaakt dat de logistieke steun ook effectief werd geleverd. Aangezien de « Truth and Reconciliation Commission » (TRC) niet bij machte is hetzij de juistheid van de inhoud, hetzij de authenticiteit van deze documenten te bevestigen, is voorzichtigheid geboden.
Noch het consulaat-generaal in Kaapstad, noch de ambassade in Pretoria zijn erin geslaagd in contact te treden met het « South African Institute for Maritime Research ». Navraag bij verschillende maritieme en wetenschappelijke instellingen hebben tot nu toe niets opgeleverd. Dit laat vermoeden dat het SAIMR ofwel nooit bestaan heeft, ofwel inderdaad een « cover »-organisatie was voor illegale activiteiten, die waarschijnlijk werd opgedoekt na de gebeurtenissen in Katanga in het begin van de jaren 60.
Ik wens het geachte lid erop te wijzen dat uit onderzoek van de archiefstukken betreffende de dood van de heer Hammarskjöld, waarover mijn diensten beschikken, blijkt dat de toenmalige Rhodesische onderzoekscommissie tot het besluit is gekomen dat het ongeluk waarschijnlijk door een menselijke fout is veroorzaakt. De piloten zouden bij het naderen van de landingsbaan van Ndola de landing op te lage hoogte hebben ingezet, waardoor bomen werden geraakt en het vliegtuig neerstortte. Het rapport van de VN-onderzoekscommissie kwam tot het besluit dat er geen enkele aanwijzing gevonden werd die toeliet de materiële oorzaak van het ongeluk met zekerheid te bepalen. Er werden hoe dan ook door geen enkele van de verschillende onderzoekscommissies (Rhodesische, VN, Zweedse) sporen gevonden die zouden wijzen op het gebruik van springstoffen. Ook werd nergens een allusie gemaakt op een eventuele mogelijke betrokkenheid van België of van Belgische onderdanen bij de zaak. Verschillende landgenoten, waaronder de toenmalige vertegenwoordiger van « Union Miničre » in Elisabethstad, werden nochtans door de VN-commissie ondervraagd.
De VN heeft in 1962 haar onderzoek afgesloten en nooit heropend. Zweden heeft in 1966 besloten het onderzoek naar de oorzaken van « het ongeluk van Ndola » en de dood van de heer Dag Hammarskjöld definitief af te sluiten.
Rekening houdend met de twijfelachtige herkomst, datering en waarde van de SAIMR-documenten, zie ik geen redenen om de resultaten van de hierboven vermelde onderzoekscommissies, 38 jaar na de feiten, in twijfel te trekken.