1-419/23 | 1-419/23 |
20 APRIL 1999
Art. 8
In het tweede lid van dit artikel, de woorden « 500 frank » vervangen door de woorden « 1 000 frank ».
Verantwoording
De tekst van artikel 8, zoals goedgekeurd door de Senaat, voorzag dat de Koning voor elk kansspel geëxploiteerd in een kansspelinrichting klasse II en III per speelkans het maximumbedrag van de inzet, het verlies en de winst van de spelers en gokkers bepaalde. De Koning kon tevens het maximumbedrag bepalen dat een speler of gokker mocht verliezen per door de Koning vastgestelde speelduur.
De Kamer heeft in een tweede lid bepaald dat in de kanspelinrichtingen klasse II en III alleen de kansspelen toegestaan zijn waarvan vaststaat dat de speler of gokker gemiddeld niet meer verlies kan lijden dan 500 frank. Ook voegde de Kamer een vierde lid toe waarbij het spelers verboden is om twee of verschillende apparaten op elkaar aan te sluiten met het oog op het toekennen van één prijs.
De toevoegingen van de Kamer willen dus de wetgever de bevoegdheid geven het maximumverlies te bepalen die een speler of gokker kan lijden. Dit is een grote blijk van wantrouwen tegenover de bevoegde kansspelcommissie en hindert de minister in zijn vrijheid de passende beslissingen te nemen op het juiste moment. Tijdens de besprekingen in de Senaat heeft de minister verklaard dat artikel 8 een aangelegenheid van groot maatschappelijk belang behandelt, maar dat de minister terzake zijn verantwoordelijkheid moet kunnen opnemen. De minister staat tenslotte nog steeds onder controle van het Parlement dat hem onmiddellijk ter verantwoording kan roepen voor het geval het Parlement van oordeel is dat hij een slechte beslissing heeft genomen. Men kan zich inderdaad de vraag stellen of het Parlement zich hiermee moet bezighouden. Uit het verslag van de Kamer blijkt dat het bepalen van het maximumbedrag zeer technisch en complex is en dat de regering voor de uitwerking van deze regeling terzake een beroep zou willen doen op de kansspelcommissie en een groep deskundigen. Toch kan het principe aanvaard worden dat de wetgever het maximaal bedrag bepaalt, op voorwaarde dat dit dan een realistisch bedrag is.
Uit het verslag van de Kamer blijkt dat het koninklijk besluit van 13 januari 1975 de inzet voor het bingospel beperkte op een maximale inzet van 250 frank per spel. Volgens het verslag komen statistisch en mathematisch de in 1991 vastgelegde beperkingen overeen met 1 000 à 1 100 frank vandaag. Dit stemt ook overeen met de ons omringende landen. Zo werd in Nederland in 1986 het gemiddeld maximum verlies per uur vastgesteld op 50 Nederlandse gulden, of ongeveer 900 Belgische frank, en thans wordt overwogen het gemiddeld uurverlies tot 80 Nederlandse gulden, of ongeveer 1 500 Belgische frank, te verhogen.
Gezien de investering, taksen en algemene onkosten zijn apparaten met een gemiddeld maximumverlies lager dan 1 000 frank niet rendabel. De wetgever moet oog hebben voor een evenwicht tussen rentabiliteit van toestellen en de bescherming van de speler. Duizend frank lijkt dan ook een aanvaardbaar bedrag.
Art. 11
In het eerste lid van dit artikel, het punt 5 vervangen als volgt :
« 5. geen functie hebben uitgeoefend of uitoefenen in een kansspelinrichting of een rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben of hebben gehad van welke aard ook in de exploitatie van een dergelijke inrichting of in een andere vergunningsplichtige activiteit zoals bedoeld in deze wet; »
Verantwoording
In het stuk 1795/-98/99 van de Kamer wordt geen verantwoording gegeven voor het amendement nr. 58 op artikel 11. Het is moeilijk te verantwoorden dat om tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie benoemd te kunnen worden of lid te kunnen blijven, men zou moeten weten wat alle familieleden of verwanten tot in de vierde graad in het verleden hebben verricht of op het heden doen. Tot in de vierde graad betekent ook dat achterneven of de volle neven moeten gekend en onderzocht worden door de kandidaat om na te trekken of zij belang hebben of gehad hebben in een exploitatie van een kansspelinrichting. Dit kan een gewone herberg zijn. Alle onderzoekingen die aldus zullen moeten verricht worden vooraleer de commissieleden zullen kunnen benoemd worden, zijn zo talrijk en omslachtig en moeilijk dat de vraag kan worden gesteld of dit wel verantwoord is. Verder moet men ook beseffen dat alle commissieleden achteraf eveneens potentieel « strafbaar » zijn voor daden die verre familieleden of verwanten zouden kunnen gesteld hebben of stellen. Dit lijkt onredelijk.
Art. 25
Punt 5 van dit artikel aanvullen als volgt :
« Zij staat bovendien, voor een hernieuwbare periode van 10 jaar, de exploitatie van kansspelen toe in de kansspelinrichtingen klasse III ».
Verantwoording
Tijdens de werkzaamheden in de Senaat werd zeer lang gediscussieerd over dit artikel 25. Uiteindelijk werd een compromis bereikt waardoor het mogelijk werd voor de caféhouders ook zelf kansspelen uit te baten in hun handelszaak.
In werkelijkheid is het zo dat voor het ogenblik in België een 300-tal KMO's actief zijn als uitbaters van kansspelen in de horeca. Nauwelijks 1 % van de herbergiers baat zelf de kansspelen in zijn herberg uit. Gezien de gemiddelde verblijfsduur in een herberg voor een herbergier in België voor het ogenblik slechts 17 maanden beloopt, is dit niet verwonderlijk.
Het realiseren van een netwerk van ieder toestel naar een centrale computer is evenwel de essentie van de wetgeving die thans voorligt. Deze verplichting wordt dus niet alleen opgelegd aan de uitbaters van kansspelen in cafés, maar ook aan de herbergiers zelf. Het amendement brengt ook meer duidelijkheid in wat bedoeld wordt met « terbeschikkingstelling ». Indien de automatenexploitant in drankgelegenheden kansspelen, die zijn eigendom zijn, wil uitbaten in een kansspelinrichting klasse III, moet hij over een vergunning klasse E beschikken. Het spreekt voor zich dat vergunninghouder klasse C (de uitbater van een drankgelegenheid) in zijn drankgelegenheid zijn eigen kansspelen kan exploiteren zonder dat hij daarvoor over een vergunning klasse E hoeft te beschikken.
Art. 61
In de Nederlandse tekst van dit artikel, de woorden « In kansspelinrichtingen klasse I, II en II » vervangen door de woorden « In kansspelinrichtingen klasse I, II en III ».
Verantwoording
Dit betreft een loutere tekstverbetering.
Art. 62
A. In de Nederlandse tekst van dit artikel de woorden « kansspelinrichtingen van de klassen I en II is slechts toegestaan » vervangen door de woorden « kansspelinrichtingen van de klassen I en II slechts toegestaan ».
B. In het laatste lid, de woorden « II en III », vervangen door de worden « I en II ».
Art. 71
In het vierde lid van dit artikel, het punt 4 vervangen als volgt :
« 4. Het bedrag van 1 miljoen frank voor de houders van een vergunning klasse E die uitsluitend diensten leveren in het raam van het onderhoud, het herstel of de uitrusting van de kansspelen; het bedrag van 500 000 frank per aangevangen schijf van 50 toestellen voor alle andere houders van de vergunning klasse E, met een maximum van 5 miljoen frank. »
Verantwoording
Er moet een maximum gesteld worden aan de te storten waarborg. Inderdaad moet men beseffen dat bijvoorbeeld invoerders, uitvoerders of producenten steeds zullen blijven invoeren, uitvoeren en produceren. De waarborg zal dus in de loop van de jaren steeds maar toenemen zonder dat de risico's voor de schatkist in dezelfde mate verhogen.
| Johan WEYTS. |
Art. 11
Het laatste lid van dit artikel schrappen.
Verantwoording
Deze restrictie was niet voorzien in de tekst zoals aangenomen door de Senaat (onder meer familie in de 4e graad).
Art. 25
Punt 5 van dit artikel aanvullen als volgt :
« Zij staat bovendien, voor een hernieuwbare periode van 10 jaar, de exploitatie van kansspelen toe in de kanspelinrichtingen klasse III.
Verantwoording
Ook exploitatie moet toegestaan worden, niet alleen de ter beschikkingstelling.
Art. 29
Dit artikel aanvullen als volgt :
« Bij sluiting van een kanspelinrichting klasse I, kan de Koning op advies van de commissie, bij een in Ministerraad overlegd besluit de toestemming verlenen om de exploitatie van een kansspelinrichting klasse I te verplaatsen naar een andere gemeente van hetzelfde gewest. »
Verantwoording
Er is geen enkele reden om de huidige lokalisaties te behouden ad vitam aeternam.
Art. 34
Het laatste lid vervangen als volgt :
« Er wordt een convenant afgesloten tussen de gemeente van vestiging en de uitbater van de kansspelinrichting klasse II. Dit convenant bepaalt waar automaten mogen worden opgesteld, wie toegang krijgt tot welk gedeelte van de automatenhal en wie het gemeentelijk toezicht waarneemt. »
Verantwoording
Dit amendement heeft tot doel terug te keren naar de tekst zoals goedgekeurd door de Senaat.
De tekst zoals aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers houdt in vergelijking met de oorspronkelijke tekst, wat de vrijheid van vestiging en handel betreft, een aantal onzekerheden in voor kandidaat-uitbaters en investeerders.
De voorgestelde regeling maakt de procedure, in vergelijking met de tekst goedgekeurd door de Kamer, minder afhankelijk van een toevallige politieke samenstelling van de gemeenteraad.
| Luc COENE. Lisette NELIS-VAN LIEDEKERKE. Fons VERGOTE. |
Art. 25
In punt 5 van dit artikel de woorden « , de uitvoer en de productie » doen vervallen.
Verantwoording
De productie van kansspelen kan verantwoord zijn door de uitvoer. De wetgever in het buitenland kan in zijn land toestaan wat bij ons niet mag. Het is niet wenselijk aldus de uitvoer- en derhalve ook productiemogelijkheden te beperken.
Art. 39
In dit artikel vóór de woorden « voor gebruik ter plaatse » het woord « hoofdzakelijk » invoegen.
Verantwoording
Het kan gebeuren dat een inrichting koffie of andere dranken aan de kantoren in de buurt levert. Het amendement houdt met die mogelijkheid rekening.
Art. 48
In dit artikel de woorden « de uitvoer, de productie » doen vervallen.
Verantwoording
Zie de verantwoording bij amendement nr. 185.
| Pierre HAZETTE. |