1-1335/2 | 1-1335/2 |
20 APRIL 1999
Evocatieprocedure
Art. 20
A. Het eerste lid aanvullen met een 5º, luidend als volgt :
« 5º de verenigingen die daartoe de uitdrukkelijke toestemming van het slachtoffer krijgen. Die verenigingen moeten rechtspersoonlijkheid bezitten en statutair tot doel hebben de gelijke behandeling van mannen en vrouwen of de vrouwenemancipatie te bevorderen. »
B. In het tweede lid, na de woorden « vermelde organisaties », de woorden « en verenigingen » toevoegen.
Verantwoording
Ook de belangrijke rol die de vrouwenorganisaties hebben gespeeld en nog spelen in de erkenning van gelijke rechten voor de vrouwen moet worden gehonoreerd. Zoals artikel 20 thans is geformuleerd, sluit het voor die verenigingen de mogelijkheid uit om in rechte op te treden.
In het aan de Nationale Arbeidsraad voorgelegde voorontwerp kwamen de verenigingen wel voor. Ze werden onder meer op verzoek van de sociale partners uit het ontwerp gelicht. Al hebben de werknemersorganisaties onmiskenbaar hun plaats in dit proces, er is geen reden om de verenigingen eruit te weren.
In dat opzicht notere men dat de Raad van de gelijke kansen voor mannen en vrouwen in zijn aanbeveling van 25 juni 1998 op één lid na zijn steun heeft verleend aan het beginsel dat aan de vrouwenorganisaties en de belangenverenigingen een vorderingsrecht moet worden toegekend.
| Martine DARDENNE |