1-1098/3 | 1-1098/3 |
20 APRIL 1999
De minister verklaart dat dit voorstel past in het globaal pakket van de voorstellen « Busquin », die het gevolg zijn van de besprekingen in de werkgroep- « Langendries » over de Nieuwe Politieke Cultuur (NPC).
De andere voorstellen slaan op de cumulatie van mandaten van Europese, Gewestelijke en Federale Parlementen.
Dit voorstel, dat wat achterop geraakt is qua tijdsschema, behandelt het niveau van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap.
Vermits alle andere gelijkaardige voorstellen in de Kamer werden verfijnd, zou het nuttig zijn het voorliggend voorstel te amenderen in dezelfde zin als de andere.
De aanwezige senatoren stellen vast dat dit voorstel inderdaad gelijklopend is met de andere, voortkomend uit de werkgroep-« Langendries ». Het merendeel onder hen vindt het dan ook niet meer dan logisch dat het wordt aangepast in dezelfde zin als die andere, namelijk door de impact van de weddevermindering van lokale mandatarissen ten voordele te laten spelen van de plaatselijke besturen waar deze ambten worden uitgeoefend, liever dan ten voordele van de wetgevende vergaderingen, die in beteren financiėle doen zijn.
De heer Istasse c.s. dienen in die zin een amendement in (nr. 1).
Via een ander amendement (nr. 2) van dezelfde indieners, wordt ervoor gezorgd dat het nieuwe systeem pas ingaat bij het aantreden van de volgende lichting plaatselijke mandatarissen.
In toepassing van artikel 78 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, bracht de Raad van de Duitstalige Gemeenschap haar advies uit over dit wetsvoorstel op 29 maart 1999 (zie bijlage).
Artikelen 1 en 2
Deze artikelen worden aangenomen met 7 stemmen bij 3 onthoudingen.
Artikel 3
Het amendement nr. 1 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 3 onthoudingen.
Het aldus geamendeerde artikel wordt aangenomen met 7 stemmen bij 3 onthoudingen.
Artikel 4
Het amendement nr. 2 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 3 onthoudingen.
Het aldus geamendeerde artikel wordt aangenomen met 7 stemmen bij 3 onthoudingen.
Het wetsvoorstel in zijn geheel werd aangenomen met 7 stemmen bij 1 onthouding.
Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteurs voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteurs,
Eric PINOIE. Dominique JEANMOYE. |
De voorzitster,
Joėlle MILQUET. |
BIJLAGE
(Nederlandse vertaling)
Met redenen omkleed advies betreffende het wetsvoorstel houdende wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, ter beperking van de cumulatie van het mandaat van lid van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap met andere ambten
De Raad van de Duitstalige Gemeenschap verheugt zich over onderhavig wetsvoorstel omdat het principieel is afgestemd op de regeling waarin voor de twee andere gemeenschappen is voorzien (zie desbetreffend voorstel van bijzondere wet). De gelijkheid tussen alle gemeenschappen die in artikel 2 van de Grondwet is neergezet, wordt dus ook in dit opzicht geėerbiedigd.
De Raad van de Duitstalige Gemeenschap wijst er echter op dat het voorstel van bijzondere wet tot beperking van de cumulatie van het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad, van de Waalse Gewestraad en van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad met andere ambten door de Kamer van volksvertegenwoordigers is gewijzigd inzonderheid met betrekking tot de artikels 3 en 6 (zie Stuk Kamer, nr. 1689/9-10, 97/98). In die zin verheugt hij zich over het amendement dat op 16 maart 1999 door de heren senatoren Istasse c.s. is ingediend (Stuk Senaat, nr. 1-1098/2, 1998/1999).
De Raad wenst dat rekening wordt gehouden met deze wijzigingen bij de stemming van onderhavig wetsvoorstel, opdat het parallellisme wordt gehandhaafd tussen de bepalingen die op de drie gemeenschappen van toepassing zijn.
Eupen, 29 maart 1999
M. BECKERS.
Secretaris-generaal
M. SCHUNCK.
Voorzitter