1-984/10

1-984/10

Belgische Senaat

ZITTING 1998-1999

16 MAART 1999


Ontwerp van bijzondere wet tot beperking van de cumulatie van het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad, van de Waalse Gewestraad en van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad met andere ambten


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE EN DE ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN


HOOFDSTUK I

Algemene bepaling

Artikel 1

Deze bijzondere wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II

Wijzigingen van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen

Art. 2

Artikel 24bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ingevoegd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, wordt aangevuld met een § 2ter , luidende :

« § 2ter . ­ Het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad en van de Waalse Gewestraad kan worden gecumuleerd met ten hoogste één bezoldigd uitvoerend mandaat.

Als bezoldigde uitvoerende mandaten in de zin van het vorige lid worden beschouwd :

1º het ambt van burgemeester, van schepen en van voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn, ongeacht het daaraan verbonden inkomen;

2º elk mandaat in een openbare of particuliere instelling, uitgeoefend als vertegenwoordiger van het Rijk, van een gemeenschap, van een gewest, van een provincie of van een gemeente, voor zover dat mandaat meer bevoegdheid verleent dan het loutere lidmaatschap van de algemene vergadering of van de raad van bestuur van die instelling en ongeacht het daaraan verbonden inkomen;

3º elk mandaat in een openbare of particuliere instelling, uitgeoefend als vertegenwoordiger van het Rijk, van een gemeenschap, van een gewest, van een provincie of van een gemeente, voor zover dat mandaat een maandelijks bruto belastbaar inkomen oplevert van minstens 20 000 frank. Dat bedrag wordt jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen. »

Art. 3

In artikel 31ter van dezelfde bijzondere wet, ingevoegd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, wordt een § 1bis ingevoegd, luidende :

« § 1bis . ­ Het bedrag van de vergoedingen, wedden of presentiegelden, ontvangen als bezoldiging voor de door het lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad en van de Waalse Gewestraad naast zijn parlementair mandaat uitgeoefende activiteiten, mag de helft van het bedrag van de met toepassing van § 1 toegekende vergoeding niet overschrijden.

Voor de berekening van dat bedrag komen in aanmerking de vergoedingen, wedden of presentiegelden voortvloeiend uit de uitoefening van een openbaar mandaat, openbare functie of openbaar ambt van politieke aard.

Zo het in het eerste lid vastgestelde plafond wordt overschreden, wordt de in § 1 vastgestelde vergoeding verminderd, behalve wanneer het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad of van de Waalse Gewestraad wordt gecumuleerd met een mandaat van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn. In dat geval wordt de wedde van burgemeester, schepen of voorzitter van een raad voor maatschappelijk welzijn verminderd.

Nemen de in het eerste en tweede lid vermelde activiteiten een aanvang of een einde tijdens de duur van het parlementair mandaat, dan brengt het lid van de betrokken Raad de voorzitter van zijn assemblee daarvan op de hoogte.

Het reglement van elke assemblee stelt nadere regels voor de uitvoering van deze bepalingen. »

HOOFDSTUK III

Wijzigingen van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen

Art. 4

In artikel 12, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, worden de woorden « Artikel 24bis , § 2, » vervangen door de woorden « Artikel 24bis , §§ 2 en 2ter , ».

Art. 5

In artikel 25 van dezelfde bijzondere wet, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, wordt een nieuwe § 1bis ingevoegd, luidende :

« § 1bis . ­ Artikel 31ter , § 1bis , van de bijzondere wet is van toepassing op de vergoeding die aan de leden van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad wordt toegekend. »

HOOFDSTUK IV

Inwerkingtreding

Art. 6

Deze wet treedt in werking op 31 januari 2001.