1-246

1-246

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 25 FÉVRIER 1999

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 25 FEBRUARI 1999

(Vervolg-Suite)

VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER GOOVAERTS AAN DE MINISTER VAN FINANCIËN OVER « DE SITUATIE BINNEN DE HORECA-SECTOR »

DEMANDE D'EXPLICATIONS DE M. GOOVAERTS AU MINISTRE DES FINANCES SUR « LA SITUATION DANS LE SECTEUR HORECA »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de vraag om uitleg van de heer Goovaerts.

Het woord is aan de heer Goovaerts.

De heer Goovaerts (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, er is reeds herhaaldelijk gesproken over de problemen in de horecasector. Als gevolg van het wetsvoorstel dat door mijzelf en de heer Vautmans werd ingediend, heeft de minister het Planbureau gelast de situatie te onderzoeken. Het verslag van het Planbureau is klaar. Ik zal de minister ook de resultaten meedelen van een enquête die ik bij tienduizend beroepsrestaurateurs in Vlaanderen en in Brussel heb gehouden en waarop iets meer dan duizend restaurateurs hebben geantwoord. Wellicht is het interessant de resultaten van de beide onderzoeken met elkaar te vergelijken.

In de eerste plaats wil ik erop wijzen dat ik de minister een tijdje geleden de resultaten heb overhandigd van een studie die werd uitgevoerd door het Vlerickinstituut van Gent. Deze studie licht alle sectoren van de economie door en constateert dat de horecasector zich in een crisissituatie bevindt.

De senaatscommissie voor de Financiën heeft een eerste bespreking gewijd aan het wetsvoorstel dat ik terzake heb ingediend. Dit voorstel werd goedgekeurd door de meerderheid van de leden van deze commissie, ook door leden die tot dezelfde partij behoren als de minister.

Het Planbureau vermeldt in zijn verslag enigszins tot mijn ontgoocheling : « Il est très difficile à l'aide des statistiques disponibles d'évaluer a posteriori les effets qu'a pu produire l'introduction de la déductibilité à 50 % lors de l'exercice d'imposition 1990. » Het Planbureau stelt dus vast dat het zeer moeilijk is een berekening te maken van de gevolgen van de wijziging inzake belastingaftrek in de belastingwetgeving.

Voorts vermeldt het verslag : « Bien que sectoriel et relativement détaillé le modèle Hermes ne comprend pas de modélisation explicite de la relation éventuelle entre le taux de la déductibilité fiscale de diverses catégories de dépenses professionnelles et la demande pour ces biens et services intermédiaires. »

« Une telle relation renverrait à des mécanismes micro-économiques particuliers en matière de consommation et de comportement à l'égard de la fiscalité qui sont négligés par le modèle du fait de son caractère macro-économique. »

In feite bedoelt het Planbureau dat het gehanteerde model van macro-economische aard is, hoewel het is gericht op het micro-economische, met name op het gedrag van de consument. Het model is dus eigenlijk niet bruikbaar.

Het Planbureau bekijkt de problematiek vanuit verschillende gezichtspunten : « La première simulation porte sur les effets d'une hausse du revenu disponible des sociétés et des indépendants... » Ik begrijp deze zinssnede wel, maar de relevantie ervan voor de horecasector ontgaat me. Het gaat hier uiteindelijk toch om de horecasector en niet om de verhoging van de inkomsten van de vennootschappen of van de zelfstandigen.

Het Planbureau zegt verder : « Dans la seconde simulation, au contraire, l'on suppose que la mesure bénéficie entièrement au secteur de la restauration. » Niemand vraagt uiteraard dat de berekeningen enkel met het oog op de voordelen voor de horecasector worden gemaakt. Ik bepleit geen voordelen. Ik baseer mij op een objectieve studie van het Vlerickinstituut. Die studie bevestigt dat de horecasector grote problemen kent. Ik vraag geen voordelen, ik vraag alleen waarborgen voor de leefbaarheid van de sector.

Verder vermeldt het Planbureau : « ..., une troisième simulation a été réalisée portant sur les effets d'une baisse de la taxe sur la valeur ajoutée sur la restauration,... » De minister weet dat terzake op Europees niveau besprekingen aan de gang zijn. Die besprekingen kunnen leiden tot de uitbreiding van het toepassingsgebied van de BTW-tarieven tot een aantal sectoren en producten. Ik citeer uit de tekst : « ... réduit à certains services intensifs en main d'oeuvre et actuellement en cours de discussion au niveau européen. »

De horecasector is hierin niet opgenomen. Van de minister wil ik vernemen of de sector alsnog kan worden opgenomen. Een van de grote problemen in ons land is dat de BTW-tarieven in onze buurlanden lager liggen, waardoor het cliënteel zich naar Nederland, Frankrijk en Luxemburg verplaatst. Zou de minister dit probleem niet op het Europese niveau kunnen aankaarten ?

Ik wil ook de aandacht vragen voor de verhoging van de aftrekbaarheid van professionele restaurantkosten tot 75 %. De fiscale administratie blijkt geneigd te zijn de aftrekbaarheid tot 100 % op te trekken, zij het uitsluitend voor kosten gemaakt op werkdagen. Het voorstel van de heer Vautmans en mijzelf stelt echter een aftrekbaarheid voor van 75 %, ongeacht de dag waarop de kosten werden gemaakt.

Toch zal ik niet verbergen dat ik kan instemmen met een aftrekbaarheid van 75 % op werkdagen. Dit voorstel mag dan afwijken van mijn oorspronkelijk voorstel. Het is een belangrijke toegeving. Aangezien het om aftrekbare beroepskosten gaat, ben ik het met de minister eens dat deze niet of slechts in zeer geringe mate tijdens het weekeinde kunnen worden gemaakt.

De kosten van de operatie werden door de administratie geschat op 2,3 à 2,4 miljard frank. Dit bedrag kan echter gevoelig verminderen door de aftrekbaarheid van 75 % te beperken tot de werkdagen. Ik denk dat dit tussenvoorstel een belangrijke ondersteuning voor de sector kan betekenen.

Verder zijn er nog enkele punten, bijvoorbeeld de gevolgen van de maatregel op het aanwerven van personeel. Het Planbureau plaatst zich hier op het niveau van de belastingcontroleur. Als ik de laatste paragraaf lees, lijkt het wel of iedereen in de sector aan zwartwerk doet. Natuurlijk maak ik hiervan een karikatuur. Toch ben ik van mening dat het Planbureau hier buiten zijn bevoegdheidsdomein treedt. De vragen die het stelt, zijn niet pertinent. De BTW-inkomsten uit de horecasector zijn de voorbije jaren gestegen, maar dat betekent niet dat die sector niet in crisis zou verkeren.

Over de gevolgen voor de werkverschaffing lees ik het volgende : « La création nette d'emplois se monte à 900 unités pour un coût budgetaire unitaire annuel de 2,3 millions ex-post. »

De simulatie van het Hermesmodel met betrekking tot de BTW geeft het volgende resultaat : « À moyen terme la création nette d'emplois se monte à 1 400 unités pour un coût budgétaire unitaire annuel de 1,1 million ex-post. »

Een vergelijking tussen de uitspraken van het Planbureau, de meeropbrengst inzake BTW, belastingen en sociale bijdragen geheven op het personeel, zou een heel ander beeld naar voren brengen.

Ik besluit deze beschouwing over de simulaties met volgende vaststelling van het Planbureau : « Les résultats des simulations indiquent qu'une baisse de la TVA constituerait un instrument de soutien au secteur de la restauration plus efficace qu'un relèvement du taux de la déductibilité fiscale des frais de restaurant. »

Daarom heb ik er bij de minister op aangedrongen maatregelen te nemen op het vlak van de BTW. Aangezien dit op het ogenblik niet mogelijk blijkt te zijn, vraag ik in de eerste plaats een maatregel die de verhoging van de aftrekbaarheid van de professionele restaurantkosten mogelijk maakt.

Tot besluit wil ik de minister het resultaat overhandigen van mijn enquête. Duizend restauranthouders, waaronder achthonderd Vlamingen en tweehonderd Brusselaars, namen eraan deel. De resultaten zijn verbazingwekkend eensgezind. De problemen die de sector zelf aangeeft zijn in dalende volgorde van belangrijkheid : de sociale lasten; de fiscale druk; de arbeidsreglementering; personeelsproblemen; de concurrentie en andere. Indien we dit in percentages uitdrukken, krijgen we bijna 75 % voor sociale lasten, 55,1 % voor fiscale druk, 38 % voor arbeidsreglementering, 30 % voor personeelsproblemen, 23 % voor de concurrentie en 15 % voor andere.

Wat vindt de sector het belangrijkste probleem, dat het snelst moet worden opgelost ? Op de eerste plaats vraagt de sector een BTW-verlaging. Pas op de tweede plaats komt de aftrekbaarheid van de restaurantkosten en op de derde plaats vraagt de sector meer soepelheid bij het oplossen van personeelsproblemen. Ik zal hierop nu niet verder ingaan. De minister kan het later nog eens rustig nalezen.

Ik heb ook gevraagd naar de houding van de verschillende overheidsdiensten. Misschien is de minister wel geïnteresseerd in het beeld dat een representatief deel van de horecasector van zijn administratie heeft. Op dit punt heb ik voor hem eigenlijk nogal goed nieuws. Algemeen zou men verwachten dat de fiscus negatief wordt beoordeeld, maar dat is niet het geval. Een belangrijk percentage, dat aan 40 % grenst, zegt dat de houding van de fiscus aanvaardbaar is, met andere woorden dat er een goede relatie bestaat tussen de administratie en de belastingplichtige, ook al kan er nog wel een en ander verbeteren. Ik weet dat de minister deze goede relatie zeer belangrijk vindt.

Ik heb voor de minister slechts één vraag. Zal hij nog vóór de verkiezingen een maatregel nemen ? Ik weet dat er op het vlak van de BTW niet veel kan gebeuren, maar is het niet mogelijk de aftrekbaarheid van restaurantkosten die tijdens de week werden gemaakt, op 75 % te brengen ?

M. le président. ­ La parole est à M. Viseur, ministre.

M. Viseur, ministre des Finances. ­ Monsieur le président, je dirai tout d'abord à M. Goovaerts que je ne vois pas la moindre relation entre le texte de sa question et les développements qu'il a opérés.

La lecture de l'avis donné par le Bureau du plan mène à des sentiments ambigus. En effet, il y est indiqué que l'application du modèle Hermes est difficile au niveau d'un secteur micro-économique comme celui de l'Horeca. Les conclusions de cet avis doivent donc être prises avec une certaine réserve puisque le Bureau du plan indique clairement que le secteur Horeca n'entre pas dans la logique qui est la sienne sur le plan macro-économique. L'avis est néanmoins intéressant puisqu'on peut y voir le nombre et le coût des emplois créés, à court et à moyen termes. Il est également indiqué que l'augmentation de la déductibilité est sans doute une voie moins directement efficace que celle de la diminution de la TVA.

J'en viens à une deuxième considération. Lors du sommet des chefs d'États et de gouvernements à Vienne, il a été demandé à la Commission d'examiner attentivement les effets d'une baisse de la TVA ou de l'application d'un taux réduit aux entreprises dites à forte intensité de main-d'oeuvre et à faible exposition concurrentielle internationale. Nonobstant l'existence de nos zones frontières et la concurrence des restaurants français principalement ­ celle des restaurants néerlandais, par exemple intervenant dans une moindre mesure ­ tout le monde est d'accord de qualifier le secteur Horeca d'intensif en main-d'oeuvre et de non exposé à la concurrence.

La Commission a demandé à tous les États d'identifier les secteurs pouvant entrer dans cette logique créant davantage d'emplois. De multiples réunions ont eu lieu au niveau de la Commission et à l'initiative du commissaire Monti depuis fin décembre. Nous disposerons ainsi d'un rapport complet sur les réalisations souhaitables au niveau européen en matière de réduction de certains taux de TVA. À l'heure actuelle, pour diminuer ces derniers, nous devons obtenir une autorisation de la Commission puisque, comme la France, nous ne bénéficions pas d'un régime transitoire. Les Hollandais bénéficient de ce régime. Mais, le fruit des travaux de la Commission Monti, dont nous débattrons lors du prochain Conseil Ecofin, permettra peut-être d'inscrire le secteur Horeca dans la liste de ceux qui peuvent bénéficier de taux réduits.

J'en viens au volet budgétaire. L'estimation faite par l'administration en ce qui concerne le coût budgétaire du passage de 50 à 75 % s'élève à 4,4 miliards environ. Cette solution implique évidemment qu'un arbitrage intervienne entre divers choix opérés en fonction des marges de manoeuvre dont nous disposons.

Par ailleurs, j'ai demandé à mon administration de calculer le coût d'une diminution éventuelle du taux de TVA de 21 à 12 %. Ces éléments devraient nous permettre de décider de la logique qui peut être suivie.

J'ai pris acte de la réunion organisée entre le secteur Horeca et les sept présidents de partis. À cet égard, je constate une volonté manifeste d'inscrire l'ensemble du secteur dans le secteur à main-d'oeuvre intensive au niveau européen. Pour le reste, des avancées existent en matière de déductibilité mais les sept partis ignoraient l'avis du Bureau du plan.

En outre, en matière de législation du travail et de concurrence, j'ai pris note du désir d'intensifier les éléments permettant d'établir une législation du travail adaptée tout en maintenant une concurrence loyale à travers les mesures fiscales qui devront être prises.

Vous m'avez également demandé si certaines décisions seraient encore prises avant les élections. Dans le cadre du contrôle budgétaire et en fonction du résultat de l'étude relative aux implications d'une réduction du montant de la TVA ­ sous la condition suspensive que l'on considère du côté européen qu'il s'agit d'un secteur à haute intensité de main-d'oeuvre ­ je mettrai sur la table les éléments relatifs à une diminution de la TVA. Compte tenu des éléments dont je dispose actuellement, je puis vous assurer que je ne proposerai pas avant les élections d'augmenter de 50 à 75 %, la déductibilité fiscale. Toutefois, dans le cadre de la logique européenne consistant à favoriser les secteurs à haute intensité de main-d'oeuvre et à répartition de qualification très large ­ en effet, le secteur Horeca n'a pas besoin uniquement d'universitaires pour bien fonctionner ­, il est possible que nous puissions diminuer le taux de TVA de 21 à 12 %.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.