1-237

1-237

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 14 JANVIER 1999

VERGADERING VAN DONDERDAG 14 JANUARI 1999

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER GORIS AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING OVER « DE AANKOOP VAN ZESTIEN WERPBRUGGEN BIJ DE FIRMA MAN »

QUESTION ORALE DE M. GORIS AU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DE LA DÉFENSE NATIONALE SUR « L'ACQUISITION DE SEIZE PONTS ESCAMOTABLES À LA FIRME MAN »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Goris.

Het woord is aan de heer Goris.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, de Ministerraad gaf de minister van Landsverdediging de opdracht een contract te sluiten met de firma MAN voor de aankoop van 16 werpbruggen, 9 legsystemen en de integratie daarvan op het onderstel van de Leopard-tank. Dit contract zal 1,219 miljard frank kosten. Het bevat tevens een economische clausule.

Hieromtrent wil ik de vice-eerste minister volgende vragen stellen.

Werd deze aankoop besproken in de commissie voor de Legeraankopen van de Kamer ?

Vindt de vice-eerste minister het verantwoord om voor 1,2 miljard materieel te assembleren op stokoude Leopard-onderstellen ? Was het niet beter meteen te opteren voor een modern geïntegreerd voertuig ?

Na het updaten van de Leopard 1 zou deze tank in dienst moeten blijven tot 2020. Was de aankoop van de werpbruggen zo dringend dat ze niet kon worden uitgesteld tot dat jaar, om dan in één aankoop het geheel van deze voertuigen te vernieuwen ? Beseft de vice-eerste minister dat, indien de Belgische Krijgsmacht in 2010 nieuwe tanks zou aankopen, de genie zal moeten verderwerken met nieuw materieel op oude onderstellen ?

Hoe vaak en wanneer dienden de genie-eenheden de werpbruggen effectief in te zetten in het kader van een militaire operatie, behoudens de klassieke militaire oefeningen ?

Hoeveel ondernemingen hebben deelgenomen aan de aanbesteding en welke elementen waren doorslaggevend om aan de firma MAN de voorkeur te geven ?

Wat is de inhoud van de economische clausule die in het contract is opgenomen ? Welke zijn de concrete gevolgen hiervan voor de Belgische industrie ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan vice-eerste minister Poncelet.

De heer Poncelet, vice-eerste minister en minister van Landsverdediging, belast met Energie. ­ Mijnheer de voorzitter, de aankoop in kwestie is in de commissie voor de Legeraankopen van de Kamer besproken op 27 mei 1988, in het stadium van de aanvraag voor voorafgaand akkoord. Het dossier is niet opgevraagd in het stadium van de gunning. De Ministerraad machtigde mij op 18 december 1998 om over te gaan tot het sluiten van het contract.

Bij de modernisering van de gevechtstanks eind jaren 80 onderging het onderstel van de Leopard 1 een grondige revisie, zodat ik de bewering dat het hier gaat om « stokoude onderstellen » geheel voor rekening van de heer Goris laat.

Uit de militaire prospectie 1996-1997 bleek dat alleen de programma's waarbij de Leguan 26 meter brug op de onderstellen van de Abrahams M1 ­ het US-programma ­, van de Leopard 1 ­ het Noorse programma ­ en de M60 ­ het Spaans programma ­ wordt geïntegreerd, aan de behoeften tegemoet kwam.

Tevens moet ermee rekening worden gehouden dat de keuze voor een nieuwe soort van tank een volkomen nieuwe logistieke omkadering en logistieke keten vereist. Voor het kleine aantal tanks dat we nodig hebben, namelijk 9, zou dit enorm hoge kosten inzake personeel, wisselstukken en dergelijke meebrengen. Gelet op de grote verspreiding van de « Leopard-familie » ­ wereldwijd rijden er meer dan 4 300 EA ­ kan volgens de Landmacht de logistieke steun voor de Leopard 1 door internationale samenwerking tot 2020-2025 worden verzekerd.

Bij operaties in uitvoering van artikel V zijn brugslagtanks van essentieel belang om de manoeuvreerruimte van de gemechaniseerde eenheden te vrijwaren. Elke droge of natte bres van enige betekenis, van 5 tot 8 meter, zou voor een brigade van zo een 300 rups- en 750 wielvoertuigen zonder deze brugslagtanks een onoverkomelijk probleem vormen.

Dergelijke hindernissen komen in Europa ongeveer om de vijf kilometer voor. De NAVO voorziet daarom in een aantal brugslagtanks voor elke gemechaniseerde brigade. Al onze partners beschikken over dergelijk materiaal.

In het kader van niet-artikel V-operaties, dus humanitaire operaties, werden in Bosnië een zestigtal noodbruggen geworpen die de mobiliteit van de IFOR-troepen moeten vrijwaren. Een groot aantal hiervan werd door brugslagtanks geplaatst. Bij gevaar voor mijnenvelden en sluipschutters en wanneer de plaatselijke infrastructuur grotendeels is vernield, zijn die brugslagtanks van essentieel belang om het wegennet vrij te houden voor patrouilles en voor humanitaire konvooien.

De aanschaf van brugslagtanks was noodzakelijk in het streven naar een degelijke uitrusting voor zowel de artikel V- als de niet-artikel V-opdrachten, die aan de Landmacht worden toevertrouwd.

De opdracht werd aan de firma MAN gegund na een onderhandeling waarbij de procedure werd gerespecteerd die in artikel 17, paragraaf 2, punt 1, van de wet van 24 december 1993 is bepaald. De brug Leguan werd door MAN en Krupp samen ontwikkeld. De firma Krupp werd einde 1997 door MAN overgenomen, die daardoor het monopolie kreeg voor de bouw van de brug. Het legsysteem van de brug werd ontwikkeld door de firma MAN die er de exclusieve rechten van bezit. Ten slotte werd de integratie van het legsysteem en de brug op het chassis van de Leopard-tank reeds gerealiseerd voor het Noorse leger door de firma Krauss Maffei, in onderaanneming voor de firma MAN.

Krachtens de economische clausule die met MAN werd afgesproken, dient 70% van de economische return van het contract naar België te gaan. Het Vlaams Gewest zou daarvan 45 à 55 % ontvangen, het Waalse Gewest 40 à 50 % en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 0 à 10 %. Er is ook voorzien in een boeteclausule van 10%. Voor meer uitleg inzake de economische clausule verwijs ik het lid naar mijn collega van Economische Zaken.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Goris voor een repliek.

De heer Goris (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, ik dank de vice-eerste minister voor zijn antwoord. De Leopard-tanks zijn dertig jaar oud. Ze werden weliswaar recentelijk gemoderniseerd, maar de elementaire onderdelen zijn minstens dertig jaar oud. Het is ongepast om op deze stokoude onderstellen nog een dure mechaniek van ongeveer 1,2 miljard aan te brengen. Logistiek gezien is het waarschijnlijk niet aangewezen voor slechts 9 voertuigen afzonderlijk materiaal te kopen. Daarom is het misschien beter ­ hoewel de brugslagtanks reeds zijn afgeschreven ­ de aankoop van nieuw materiaal enkele jaren uit te stellen. Men zou dan in combinatie met eventuele rupsvoertuigen, nieuwe brugslagtanks kunnen aankopen. Het argument van de vice-eerste minister waarom dat niet is gebeurd, kon mij niet overtuigen. Voor preciesere informatie inzake de economische clausule zal ik mij richten tot de minister van Economische Zaken.

De voorzitter. ­ Het woord is aan vice-eerste minister Poncelet.

De heer Poncelet, vice-eerste minister en minister van Landsverdediging, belast met Energie. ­ Ik kan alleen maar verwijzen naar mijn uitvoerig antwoord op de vraag van de heer Goris.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.