1-237 | 1-237 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCE DU JEUDI 14 JANVIER 1999 |
VERGADERING VAN DONDERDAG 14 JANUARI 1999 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Vandenbroeke.
Het woord is aan de heer Vandenbroeke.
De heer Vandenbroeke (VU). Mijnheer de voorzitter, het is intussen genoegzaam bekend dat overal bij De Post, en dan vooral in Vlaanderen, een diepe malaise heerst. Geen wonder dat het personeel dan ook « passende acties », zoals dat heet, overweegt. Ondanks alle herstructureringen blijft het personeelstekort voor acute problemen zorgen met een onverantwoorde werkdruk tot gevolg, wat dan weer voor een kwaliteitsdaling in de geleverde service zorgt.
Men mag toch verwachten dat met doelgerichte aanwervingen wordt gepoogd dit probleemdossier op te lossen. In het beste geval is daarvan echter enkel sprake op niveau 1. Dit geldt hoegenaamd niet voor de uitvoerende functies van de niveaus 2, 3 en 4, waarvan het personeelsbestand de voorbije vijf jaar met zo'n 2 000 eenheden werd afgeslankt. Om precies te zijn gaat het om 1 521 Nederlandstaligen en 487 Franstaligen. Dit betekent een personeelsdaling met respectievelijk 12 % en 7 %. Dit alles betekent dat meer bepaald de Vlaamse postgewesten zwaar onderbezet zijn en om een dringende opvulling van de toegestane formatie verzoeken.
Ik kreeg van de vice-eerste minister dan ook graag een antwoord op volgende twee vragen. Is hij zich bewust van dit probleem, inzonderheid wat Vlaanderen betreft ? Is hij bereid hieraan iets te doen en tot de nodige aanwervingen over te gaan ?
De voorzitter. Het woord is aan vice-eerste minister Di Rupo.
De heer Di Rupo, vice eerste-minister en minister van Economie en Telecommunicatie, belast met Buitenlandse Handel. Mijnheer de voorzitter, op de vraag of ik op de hoogte ben van de problemen waarmee het postpersoneel van De Post wordt geconfronteerd, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, is het antwoord ja. Allereerst moet ik echter een en ander verduidelijken.
Problemen in verband met het inzetten van menselijke middelen voor het uitvoeren van contracten van een autonoom overheidsbedrijf zoals De Post, kunnen niet door de minister worden opgelost. De wet van 21 maart 1991 kent immers aan het bedrijf beheersautonomie toe. Als toezichthoudend minister waak ik ervoor dat de wet en de verbintenissen die door De Post in het beheerscontract werden onderschreven, worden nageleefd. De Post staat in voor de herstructureringen. Aangezien het personeelsbeleid onder de autonomie van De Post valt, geef ik de antwoorden die het bedrijf mij heeft bezorgd.
De Post bevestigt dat er een personeelsprobleem is. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië is het personeelsbestand op objectieve criteria gebaseerd. Er waren trouwens reeds verschillende acties om de werkgelegenheid te optimaliseren.
Mise en place d'un nouveau mécanisme de recrutement lorsque le nombre de remplaçants chute en dessous de 20 % ; absents de longue durée et membres du personnel, qui apurent les congés auxquels ils ont droit avant de partir à la pension, ne sont désormais plus considérés comme disponibles pour le service ; implémentation de mesures freinant l'accroissement de la dette des congés de compensation; instauration d'incitants financiers destinés à stimuler la productivité; renforcement de la lutte contre l'absentéisme; efforts de formation, etc.
Par ailleurs, sur la base des résultats de l'audit, le comité de direction élabore actuellement un nouveau plan d'entreprise adapté aux défis auxquels La Poste devra faire face dans son nouvel environnement concurrentiel. Les ressources humaines constituent un des axes stratégiques de ce plan et j'ai déjà indiqué, à plusieurs reprises, aux dirigeants de La Poste que j'estimais essentiel de dégager des solutions qui emportent un consensus sur le plan social.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Vandenbroeke voor een repliek.
De heer Vandenbroeke (VU). Mijnheer de voorzitter, het verrast mij dat de vice-eerste minister ongeveer twee derden van zijn antwoord in het Frans geeft.
We gloriëren, want we zullen op het vlak van de informatie- en communicatietechnologie in de toekomst ons uiterste best doen! Hier gaat het evenwel om een heel eenvoudig, maar bijzonder menselijk gegeven, meer bepaald De Post en de postuitreiking. De vice-eerste minister heeft gelijk te verwijzen naar de autonomie van dit overheidsbedrijf, maar iedereen weet toch dat de werkdruk in die sector enorm is. Als daar niet dringend iets aan wordt gedaan, zullen er acties volgen. Ik begrijp het personeel, want als het niet meer de meest evidente service kan bieden, moet er worden opgetreden.
De voorzitter. Het woord is aan vice-eerste minister Di Rupo.
De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie, belast met Buitenlandse Handel. Mijnheer de voorzitter, ik heb 60 % van mijn antwoord in het Nederlands gegeven et 40 % en français. Cela ne me paraissait pas scandaleux.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.