1-1237/1

1-1237/1

Belgische Senaat

ZITTING 1998-1999

21 JANUARI 1999


Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek

(Ingediend door mevrouw Thijs)


TOELICHTING


In de huidige wet gebeurt de aangifte van de geboorte van een kind bij de ambtenaar van burgerlijke stand van de gemeente waar de geboorte heeft plaatsgevonden.

Wanneer de bevalling plaats heeft in een kraaminrichting, is het de persoon die de leiding over de inrichting heeft of zijn afgevaardigde die de kennisgeving aan de gemeente doet. In andere gevallen is het de arts, de vroedvrouw of een andere persoon die bij de geboorte aanwezig was. De kennisgeving kan mondeling of schriftelijk, maar moet uiterlijk op de eerste werkdag, volgend op de bevalling gebeuren.

Na de bevalling ontvangen de ouders een attest van de dokter om de geboorte binnen de vijftien dagen bij de burgerlijke stand van de geboorteplaats aan te geven.

Gezien de meeste vrouwen nog steeds in een kraamkliniek bevallen, worden de gemeenten met een kraamkliniek vaker gecontacteerd voor aangiften van geboorten, dan andere gemeenten.

Sinds enkele jaren hebben wij te maken met een sanering van de gezondheidssector waardoor verschillende ziekenhuizen in een streek fusioneren of samenwerkingsverbanden afsluiten. Een gevolg hiervan is de centralisering van materniteiten. Hierdoor zullen sommige gemeenten nog meer aangiften te verwerken krijgen.

Daarenboven moet men zich voor de aangifte van de geboorte en voor een uittreksel van de geboorteakte, een document dat geregeld moet worden opgevraagd, naar de gemeente van de geboorte begeven.

Dat is niet altijd vanzelfsprekend, zowel omwille van de afstand, als omwille van de openingsuren van de stad- en gemeentehuizen. Voor een dergelijk uittreksel kan men slechts terecht tijdens de kantooruren.

Om het aangeven van een geboorte of het verwerken van een geboorte-uittreksel te vergemakkelijken is het logischer dat het kind wordt aangegeven op de plaats van de domicilie van de moeder in het kader van de verscheidenheid aan samenlevingsvormen die vandaag bestaan.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

Dit artikel wijzigt artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de plaats van aangifte niet langer de geboorteplaats is, maar de domicilie van de moeder.

Artikel 3

Deze wetswijziging vraagt geen grote aanpassing in het Burgerlijk Wetboek. Daarom wordt geopteerd deze wet onmiddellijk in werking te laten treden, met name de eerste dag na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad .

Erika THIJS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek wordt vervangen als volgt :

Art. 55 De aangifte van geboorte wordt gedaan aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente of stad waar de moeder van het kind is gedomicilieerd, binnen vijftien dagen na de bevalling. Is de laatste dag van die termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

Art. 3

Deze wet treedt in werking de eerste dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad .

Erika THIJS.