1-227 | 1-227 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 3 DÉCEMBRE 1998 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 3 DECEMBER 1998 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Vandenbroeke.
Het woord is aan de heer Vandenbroeke.
De heer Vandenbroeke (VU). Mijnheer de voorzitter, het Octopusakkoord houdt in dat in samenwerking met de gemeenschappen een magistratenschool wordt opgericht. In Vlaanderen werd beslist dat in akkoord met de VLIR en met de decanen van de rechtsfaculteiten, een interuniversitair overleg wordt opgestart om tot een optimale opleiding te komen. In antwoord op een interpellatie in het Vlaams Parlement nog vóór het zomerreces verklaarde de toenmalige minister van Onderwijs, de heer Van den Bossche, dat hij een dergelijke werkwijze correct en aangewezen acht. Onder meer via de observatienota van de minister van Justitie vernemen we nu dat er nogal wat wrijvingen zijn. Dat brengt mij tot de volgende vier vragen.
Wordt de voorbereiding van de magistratenschool door de federale overheid in samenwerking met de gemeenschappen verder gevolgd ?
Wanneer zullen de magistratenscholen effectief operationeel zijn ?
Wie zal de opleiding financieren ?
Is slagen voor de opleiding voldoende om tot magistraat benoemd te worden of moet daarvoor nog een bijkomende proef, ingericht door de federale overheid, worden afgelegd ?
De voorzitter. Het woord is aan minister Van Parys.
De heer Van Parys, minister van Justitie. Mijnheer de voorzitter, het initiatief tot het oprichten van een magistratenschool is een element van het Octopusakkoord van 24 mei 1998, waarbij de partij van de heer Vandenbroeke betrokken was. In de resolutie die uit het Octopusakkoord is voortgevloeid, staat daarover het volgende : « Er zal per gemeenschap een magistratenschool worden opgericht onder de vorm van een interuniversitair centrum. Hierover zal een samenwerkingsakkoord worden gesloten met de gemeenschappen, waarvoor ook een functionele band met de Hoge Raad voor de Justitie zal worden voorzien. »
In uitvoering van dat akkoord werden tot op heden verkennende gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de ministers van Onderwijs van beide gemeenschappen. Nieuw overleg is voor volgende week gepland. De vragen in verband met de financiering en de datum van operationaliteit zijn voorbarig. Het antwoord daarop zal allereerst afhangen van het overleg en de standpunten van de Octopuspartners, die maandagnamiddag onder meer daarover worden geconsulteerd. Iemand van de VU zal daarbij betrokken zijn. Ik veronderstel dat collega Bourgeois van de Kamer de gesprekken zal volgen.
Voorts moet ik verwijzen naar de bepalingen in verband met de Hoge Raad voor de Justitie en de opdrachten van dat orgaan. Op basis van deze opdrachten en de verdere inzichten van de Octopuspartners zal de magistratenschool verder worden « ingevuld ». Ik kan daarover op het ogenblik niets meer zeggen, omdat met de Octopuspartners is afgesproken daarover vooraf overleg te plegen.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Vandenbroeke voor een repliek.
De heer Vandenbroeke (VU). Mijnheer de voorzitter, ik wil toch even ingaan op het laatste punt, vooral omdat het betrekking heeft op een gemeenschapsmaterie. Is het volgen van de magistratenschool voldoende om voor een benoeming tot magistraat in aanmerking te komen of komt daar bovenop nog een proef of examen onder supervisie van de federale overheid ? Kan de minister hierop antwoorden, ook al is deze vraag misschien een tikje voorbarig ?
De voorzitter. Het woord is aan minister Van Parys.
De heer Van Parys, minister van Justitie. Logischerwijze is het antwoord positief, maar ik wens af te wachten wat de Hoge Raad voor de Justitie daarover zal zeggen. Bovendien moet dit aspect nog met de Octopuspartners worden besproken.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.