1-227 | 1-227 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 3 DÉCEMBRE 1998 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 3 DECEMBER 1998 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Goris.
Het woord is aan de heer Goris.
De heer Goris (VLD). Mijnheer de voorzitter, een viertal weken geleden werden er door het bevorderingscomité voor generaals een aantal kandidaturen van officieren in aanmerking genomen voor bevordering tot de graad van generaal-majoor en tot de graad van luitenant-generaal. Ondertussen stel ik vast dat er een aantal van de huidige generaals recentelijk op pensioen werden gesteld en anderen weldra nog op pensioen zullen worden gesteld.
Het verwondert mij dat we over de nieuwe inplaatsstellingen nog niets mochten vernemen. Uit het Rwanda-dossier leren we dat de functie van JSO van uitermate groot belang is. Ook deze functie komt heel binnenkort vrij.
De vice-eerste minister zal het ongetwijfeld met mij eens zijn dat de functie van JSO één van de sleutelfuncties bij de generale staf is. Volgende week zal in de commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden nog van gedachten worden gewisseld over de werking van het COps, dat valt onder de bevoegdheid van de JSO. We weten dat de vice-eerste minister over de inplaatsstelling zal beslissen en in het licht van onze ervaringen in Rwanda dringen we er dan ook op aan dat hij de meest geschikte persoon voor deze functie zou aanwijzen.
Graag had ik van de vice-eerste minister vernomen welke kwalificaties voor de nieuwe inplaatsstellingen in het algemeen en voor de functie van JSO meer in het bijzonder zijn vereist en welke procedure hierbij zal worden gevolgd.
De voorzitter. Het woord is aan vice-eerste minister Poncelet.
De heer Poncelet, vice-eerste minister en minister van Landsverdediging, belast met Energie. Mijnheer de voorzitter, eerst en vooral wens ik te benadrukken dat de functie van JSO nog steeds door generaal-majoor Roman wordt bekleed en dat deze opperofficier de leeftijdsgrens nog niet heeft bereikt. België heeft wel de kandidatuur van generaal Roman ingediend voor het bekleden van een functie op de International Military Staff van de NAVO, meer bepaald voor de functie van Deputy Director and Assistant Director Plans & Policy Division.
De kandidaat die voor de benoeming in aanmerking komt, zou vandaag door de NAVO worden aangewezen. Alleen wanneer generaal Roman in die NAVO-functie wordt benoemd, kan de procedure voor de aanwijzing van een nieuwe JSO worden geopend.
Wat de te volgen procedure betreft, bepalen de statutaire teksten dat de minister van Landsverdediging de opperofficieren met de goedkeuring van de Koning aanwijst. Indien generaal Roman vandaag voor voornoemde NAVO-functie wordt aangewezen, zal in zijn opvolging worden voorzien in het voorstel dat de chef van de generale staf mij begin volgende week zal doen voor het geheel van de inplaatsstellingen van de officieren die voor de bevordering tot de graad van generaal-majoor een gunstige aanbeveling ontvingen van de bevorderingscomités. Zodra ik over alle beoordelingselementen beschik, zal ik een beslissing nemen.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Goris voor een repliek.
De heer Goris (VLD). Mijnheer de voorzitter, ik zal niet opnieuw de fout begaan in deze namen te noemen. Om die reden werd mijn mondelinge vraag vroeger reeds uitgesteld. Toch wil ik er bij de vice-eerste minister op aandringen dat hij bij het aanwijzen van verantwoordelijken voor deze hoge legerfuncties terdege zou rekening houden met de kwalificaties en de antecedenten van de kandidaten en desgevallend ook met hun ervaring in het buitenland.
Ik kan de vice-eerste minister er wel van verzekeren dat ik er vanuit de oppositie nauwgezet op zal toezien dat de meest bekwame kandidaten zullen worden benoemd en dat de benoemingen genoegzaam zullen zijn gemotiveerd.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.