(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Op 2 augustus 1996, besloot de Ministerraad een bijkomende som van 100 miljoen frank vrij te maken voor de uitvoering van artikel 181, § 2, van de Grondwet.
Op de begroting 1997 van het ministerie van Justitie werd een som van 50 miljoen frank uitgetrokken in de vorm van een nieuwe basisallocatie bestemd voor de betaling van de bezoldigingen van de afgevaardigden van de laïciteit. Er werd evenwel van uitgegaan dat het ministerie van Justitie en de Centrale Vrijzinnige Raad vooraf tot een overeenkomst zouden komen.
Ondanks de inspanningen van de Centrale Vrijzinnige Raad om het dossier zo snel mogelijk af te handelen, slepen de onderhandelingen al aan sinds 1993, en moet men vaststellen dat het materieel onmogelijk is het wetsontwerp en de uitvoeringsbesluiten op korte termijn af te werken.
Daarom heeft de Centrale Vrijzinnige Raad gevraagd om het bedrag van 50 miljoen frank (de oorspronkelijke som van 100 miljoen werd tijdens het begrotingsconlaaf verminderd) over te hevelen naar de basisallocatie die hij op basis van de wet van 23 januari 1981 krijgt als toelage voor de erkenning van de laïciteit.
Wat is het standpunt van de geachte minister in verband met dit verzoek ?
Antwoord : In het kader van het wetsontwerp van 25 april 1997 houdende tweede aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1997 (stuk Kamer van Volksvertegenwoordigers, gewone zitting (1996-1997), nr. 1014/5, blz. 18 en 19) voorziet het amendement nr. 8 van de regering in afdeling 59, programma 1, basisallocatie 11.33.16.19 de inschrijving van een bijkrediet lopend jaar van 50,0 miljoen frank, gecompenseerd op de kredieten van afdeling 59, programma 1, basisallocatie 10.11.03.28.
De verantwoording is de volgende :
Om aan het nieuwe artikel 181, § 2, van de Grondwet uitvoering te geven, werd op de begroting 1997 een krediet van 50 miljoen frank op een specifieke basisallocatie ingeschreven, met het oog op de tenlasteneming van de wedden van de personen die morele bijstand verlenen in het kader van de georganiseerde laïciteit.
Dit bedrag van 50 miljoen frank werd berekend op basis van een tussenkomst in de weddenlast gedurende zes maanden, in afwachting van het creëren van een reglementair kader in 1997.
De procedure voor de totstandkoming van dit nieuw wettelijk kader heeft echter vertraging opgelopen, zodat de aanwending van het krediet van 50 miljoen frank, via de specifieke basisallocatie van de wedden, in 1997 niet mogelijk zal zijn.
De regering wenst evenwel de aangegane verbintenis na te komen en stelt voor de totaliteit van het ingeschreven krediet voor de personeelskosten van de laïciteit, te voegen bij het bedrag van 134,6 miljoen frank bestemd voor de toelage.
De aldus toegekende verhoging van de toelage dient evenwel uitsluitend te worden besteed aan de betaling van personeelskosten.
Dit amendement werd goedgekeurd bij wet van 6 juli 1997 houdende tweede aanpassing van de Algemene Uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1997.